Hergebruik van textiel: een beknopte lezing

Punk outfit, 1982-83, Museum Rotterdam

Op 17 september hield ik namens Modemuze een lezing op het Wad & Design festival over hergebruik van textiel door de eeuwen heen. Welke slimme oplossingen zijn er bedacht voor schaarste? Vindt hieronder de beknopte samenvatting van mijn lezing aan de hand van kostuums uit de Nederlandse mode & kostuum collecties.

18e eeuw

In de 18e eeuw werden de trends bepaald in Frankrijk, met Parijs en het Franse hof als ultieme trendsetters. Het textiel was uitgesproken met rijke zijdes, mooie damasten en barokke bloemmotieven. Deze materialen waren kostbaar dus het was gebruikelijk om deze tot de laatste draad her te gebruiken. Het was in die tijd goedkoper om een japon te laten vermaken door een kleermaker dan om een nieuwe japon aan te schaffen. Het vermaken kon relatief makkelijk omdat japonnen vaak gemaakt werden van lange, ongeknipte stukken zijde en in elkaar werden gezet met grove steken. [1] Dit was uiteraard bewust want het was essentieel dat de veranderingen niet zichtbaar waren. Je kon immers niet de suggestie wekken dat je een nieuwe japon niet kon veroorloven. Het is dan ook niet vreemd dat er op gemiddeld 75% van de japonnen in de museumcollecties sporen van hergebruik te vinden zijn. [2]

Een mooi voorbeeld van een 18e-eeuwse japon die vermaakt is, is een sitsen japon uit de collectie van het Amsterdam Museum. De japon is ongeveer vijfentwintig jaar nadat het gemaakt is aangepast om aan de heersende trends te voldoen. Het huidige silhouet is te dateren rond circa 1795-1800 en is zeer modieus voor de tijd. De stof is voor die periode echter ouderwets en dateert uit circa 1770. De oorspronkelijke, uitgesproken, versieringen zijn weggewerkt om de japon aan te passen aan de meer eenvoudige, soepel vallende mode.
 

Tweedelige japon bestaande uit overjapon en rok, ca. 1770 (oorspronkelijk) / 1795-1800 (huidig silhouet), Amsterdam Museum
Tweedelige japon bestaande uit overjapon en rok, ca. 1770 (oorspronkelijk) / 1795-1800 (huidig silhouet), Amsterdam Museum

19e eeuw

Het vermaken bleef een gebruikelijke manier om slim met een garderobe om te gaan en zette zich door tot ver in de 19e eeuw. Dit is ook te zien bij het hergebruik van kasjmier omslagdoeken tot korte capes. De omslagdoeken pasten goed bij het smalle silhouet van het begin van de 19e eeuw. Echter jaren later, richting het einde van de 19e eeuw, raakte de sjaals uit de mode. Dit is voornamelijk te wijden aan de verandering van het silhouet. Door de opkomst van de tournure crinoline (of queu) veranderde het silhouet en ontstond er, in combinatie met de omslagdoek, een weinig flatterend silhouet. Vandaar dat de shawls vanaf die tijd vermaakt werden tot korte, chique mantels en capes.
 

Slingerdoek, ca. 1875-1899, Fries Museum Leeuwarden
Slingerdoek, ca. 1875-1899, Fries Museum Leeuwarden

Kasjmier omslagdoek hergebruikt als avondcape, ca.1885, Centraal Museum Utrecht
Kasjmier omslagdoek hergebruikt als avondcape, ca.1885, Centraal Museum Utrecht

20e eeuw

De ontwikkelingen na de industriële revolutie zorgden voor veel veranderingen in het dagelijks leven. Door, onder andere, de toename van de mobiliteit en de werkgelegenheid vergrootte de middenklasse. De nieuwe productiemethodes en de ontwikkeling van nieuwe materialen, zoals rayon, zorgden ervoor dat de vraag om kledingtoename beantwoord kon worden. Doordat kleding voor het eerst op grotere schaal èn klant en klaar beschikbaar werd, groeide onze garderobes.

De Tweede Wereldoorlog zorgde er echter voor dat men sinds tijden weer slim om moesten gaan met de eigen garderobe. Door de textielschaarste moest ook kleding op rantsoen. Het was moeilijk om met de beperkte punten op de textielkaarten een garderobe samen te stellen voor het hele gezin. Hergebruik van (oude) materialen en kleding werd voor bijna 10 jaar weer de standaard aangezien er pas in 1949 een einde gemaakt werd aan de rantsoenering van textiel. Langzamerhand kwam er een einde aan de textielschaarste.

Wollen trouwjurk met voering van een biljartlaken, 1945-46, Museum Rotterdam
Wollen trouwjurk met voering van een biljartlaken, 1945-46, Museum Rotterdam

Jurk in New Look-stijl van parachutezijde, ca. 1947, Gemeentemuseum Den Haag
Jurk in New Look-stijl van parachutezijde, ca. 1947, Gemeentemuseum Den Haag

In de jaren ’60 en ’70 ontstond er een nieuw fenomeen. De jeugd zorgde voor een nieuwe kijk op hergebruik en duurzaamheid, ook wel de eerste wave eco-fashion genoemd. Het was voor het eerst dat een grote groep zich openlijk zorgen maakte over het milieu. De hippies en later de punks droegen vintage kleding als een statement en niet uit een economische noodzaak. Ze gingen vlooienmarkten af om hun afkeer van de mainstream consumentenmaatschappij te uiten.

De tweede eco-wave vond eind jaren ’80, begin jaren ’90 plaats. Zo werden plastic flessen voor het eerst gerecycled tot fleece materiaal en showde Maison Martin Margiela zijn eerste collecties vol met kleding gemaakt van tweedehands materiaal uit kringloopwinkels. Ook op het middensegment werden de eerste stappen gemaakt. Zo nam het Amerikaanse merk Esprit in 1992 het voortouw met het produceren van ecologisch katoen. Helaas waren ze er nog te vroeg bij en lukte het niet om de lijn Ecollection voort te zetten. Wel zorgde dit pionierende initiatief voor inspiratie bij latere initiatieven.

Hippies op de Dam in Amsterdam, © ANP
Hippies op de Dam in Amsterdam, © ANP

De zichtbaarheid van de vervuilende kant van de mode-industrie zorgt ervoor dat de consument bewuster wordt van de schade die wordt aangebracht aan de aarde. Lees volgende week mijn volgende blog met een aantal hedendaagse voorbeelden van duurzame oplossingen die hopelijk samen leiden tot een schonere industrie.

Voor meer informatie over het Wad & Design festival: http://waddesignfestival.com

Gebruikte literatuur

Black, S. Eco Chic: The Fashion Paradox. London: Black Dog Publishing, 2008

Farley, J. Sustainable Fashion: Past, Present and Future. London: Bloomsbury, 2014

Hofstede, E. de. Kleding op de Bon. Kleding- en textielschaarste in Nederland, 1939-1949. Assen: Drents Museum, 1994

Jonge, J. de. 'Tot de laatste draad'. In: Bogeart, C (red.), Een leven in mode. Vrouwenkleding 1750-1950: uit de collectie Jacoba de Jonge. (Blz. (34-51). Tielt: Lannoo, 2012

Jonge, J. de. 'Eigenzinnig in de mode'. In: Ballestores, P.G., Hohe, M., En Vogue! Mode uit Frankrijk en Nederland in de 18e eeuw. (Blz. 208-210). Zwolle: Waanders, 2005

Kornaat, K. Gezien door het oog van de naald. 150 jaar produktie en verkoop van kleding in Nederland. De Bilt: Cantecleer, 1992

Teunissen, J. A Fashion Odyssey, Progress in Fashion and Sustainability. Arnhem: ArtEZ  Press, 2013

 

[1] Bogeart 2012, p. 37

[2] Ballestores en Hohe 2005, p. 208

Doe een aanvulling

Vul deze informatie aan of geef een reactie

3
 
Auteur
Fashion Researcher
Datum
22 september 2016