Voorpanden, Marken

 

Voorpanden van rood baai met een achterpand van paarse kunstzijde. De armsgaten en onderzijde zijn afgezet met roodwit zijden koor. De hals is afgezet met zwart fluweel. Gevoerd met effen blauwe...

Maker
Visser-van Altena, Maretje
Objectnummer
022405
Instelling
Zuiderzeemuseum Enkhuizen
Periode
1960 - 1999
Credits
Zuiderzeemuseum Enkhuizen
Herkomst
aankoop 1999-09-07

Voorpanden van rood baai met een achterpand van paarse kunstzijde. De armsgaten en onderzijde zijn afgezet met roodwit zijden koor. De hals is afgezet met zwart fluweel. Gevoerd met effen blauwe katoen voor de voorpanden en blauw bedrukt katoen voor het rugpand. Dit kledingstuk werd over het rijglijf aangetrokken bij de rouwdracht. Deze voorpanden behoren bij een Pinksterkostuum (ZZM 022400 t/m ZZM 022409), gedragen door mevrouw Geertje Zeeman-Visser (28-02-1940). De kleding is grotendeels door haar en haar moeder, mevrouw Maretje Visser-van Altena, gemaakt. Ze heeft de Markerkleding tot begin jaren 80 dagelijks gedragen, daarna alleen bij feestdagen. Bij dit kostuum wordt het middeltje ZZM 022385 gedragen. Er zijn twee boezels bij die om en om gedragen werden. Het smaltje, een boezel van iets ander model, zit er niet bij omdat mevrouw Zeeman-Visser dit nog altijd zelf draagt. Het is al enkele generaties oud. Mevrouw Zeeman-Visser vertelt over dit Pinksterkostuum: ‘De antieke mouwen zijn gemaakt van een lap stof die ik van mijn moeder heb gekregen. De voorpanden zijn gemaakt van nieuwerwetse zijen koor die toendertijd voor het eerst te koop kwam bij Geertje Zeeman, die een klein winkeltje had op de kerkbuurt. Het schort (=de rok AB) is antiek glimmend met nieuwerwetse zijen koor, taandezijen koor genoemd. Bij de Pinksterdracht werd een wit doekje of rood doekje gedragen met gouden haakjes en een boezel met rood stikje of een smaltje. Deze twee boezels en het schort zijn door mijzelf gemaakt. De rest van de kleding maakte mijn moeder, Maretje Visser-van Altena. De stikjes op de boezels heb ik beide gekregen. De bandjes aan de boezel met geel tussenzetsel (breisel) behoorde aan een klein boezeltje. Maar doordat de achterbanden aan de voorbanden zijn gezet waren ze lang genoeg. De bauw of baaf is heel oud en waardevol; het is een sterrenbauw. Ook de muts is van dezelfde stof en gemaakt van een jongensmuts. De kantjes aan de kap zijn ook antiek en dus heel mooi. Het kantje aan de kap is een rozenkant en ook het mooiste kantje uit de dracht; heel zeldzaam nog te koop bij boelhuizen. Het schort (rok) is ook heel oud en is door mij vermaakt maar was van mijn moeder die het ook weer heeft gekregen. De koor om het schort is nieuwerwets, omdat de oude koor was stukgegaan. De rozenkant komt uit de nalatenschap van Grietje Schouten, de moeder van Lobberig de Waart, de moeder van mijn man. Ook de bauw heb ik daar gekocht in 1963. Grietje de Waart-Schouten is geboren in 1870.’ Mouwloos vestje, de voorpanden, van rode wollen stof met een rugpand van paarse kunstzijde, afgezet met rood/wit zijen koor. Langs de hals zwart fluweel. Gevoerd met katoen, effen blauw voor de voorpanden, blauw bedrukt voor het rugpand. Sluit met 2 haken en ogen, waaraan koordjes zijn bevestigd voor meer ruimte. Vormt samen met 22406 een stelletje. Pinksteren

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie

Reactie