Uit de Mode, de inloopkast van het museum

Afb. 1: Zaaloverzicht Uit de Mode, copyright Centraal Museum. Foto: Ernst Moritz.

Van een spectaculaire 3D geprinte jurk of hip Lowlands festivaloutfit tot een 17de-eeuwse mannenjas: het Centraal Museum pakt momenteel groots uit met de tentoonstelling Uit de Mode.

Voor het eerst in lange tijd staat de eigen museale modecollectie in de spotlights: er zijn oude bekende kledingstukken te bewonderen, maar ook ontwerpen van de allernieuwste lichting talenten, zoals Liselore Frowijn en Das Leben am Haverkamp. We kiezen voor een niet chronologische presentatie maar juist voor een ‘dialoog’ tussen de kledingstukken, zoals de witte japon met schapenboutmouwen uit 1834 naast het opvallende ontwerp van Mattijs van Bergen uit 2009/2010; een ultiem voorbeeld van creativiteit vanwege het BICpen patroon op ongebleekte katoen. In de vier grote tentoonstellingszalen voert steeds één van vier invalshoeken de boventoon: de maker, de drager, de restaurator of de visionair, allemaal gekoppeld aan het beroep modeconservator.

Internationale context

In de mode kijken we vooral vooruit. Veel inspiratie halen we echter uit het verleden; de grote hoeveelheid aan historische referenties op de catwalk getuigen daarvan, denk hierbij aan Vivienne Westwood of John Galliano. Een deel van deze ontwerpen belandt in internationale museale modecollecties. De afgelopen decennia is er door verschillende instellingen een keur aan iconische topstukken verzameld. Het is daarom tijd voor reflectie. Niet voor niets genieten tentoonstellingen waarin de eigen modecollectie centraal staat momenteel in binnen- en buitenland volop belangstelling: Anatomie d’une Collection (Musee Galliera, Parijs, 2016), Fashion Forward (Musee des Arts Decoratifs, Parijs, 2016), Catwalk (Rijksmuseum, Amsterdam, 2016) en Masterworks: Unpacking Fashion (Metropolitan Museum, New York, 2017).

Afb. 2: Redingote met onderjapon, 1835/1836, inv.nr. 4476, Centraal Museum. Foto: Adriaan van Dam.
Afb. 2: Redingote met onderjapon, 1835/1836, inv.nr. 4476, Centraal Museum. Foto: Adriaan van Dam.

Afb. 3: Top en rok, Matthijs van Bergen, inv.nr. 33164, 2009-2010 (najaar/winter collectie), Centraal Museum. Foto: Adriaan van Dam.
Afb. 3: Top en rok, Matthijs van Bergen, inv.nr. 33164, 2009-2010 (najaar/winter collectie), Centraal Museum. Foto: Adriaan van Dam.

Tomeloze enthousiasme

Het Centraal Museum voelde de urgentie hiervoor al enkele jaren. Het jaar 2017 is hierin extra bijzonder: het is honderd jaar geleden dat jonkvrouw Carla de Jonge (1886-1972) werd aangenomen bij het Centraal Museum. Zij was de grondlegger van de belangwekkende museale modecollectie en had een enorme staat van dienst op het gebied van onderzoek, publicaties, aanwinsten, tentoonstellingen en zelfs een decennialange vaste kostuumpresentatie in het museum.

Nu, een eeuw later, zien we dat zij op een aantal terreinen in haar vakgebied ver vooruitliep. Met haar tomeloze enthousiasme wist ze de collectie flink uit te breiden, want “het is toch altijd veel aardiger dat de oude costuums goed opgesteld in een museum te zien zijn, dan dat ze geheel vergeten in een kamferkist liggen.” We hebben meerdere topstukken aan haar inzet te danken. Denk bijvoorbeeld aan het lichtrode gebrocheerde herenkostuum uit 1760-1770, het oudste complete ‘habit à la fran­çai­se' uit onze collectie.

Carla schreef hierover aan de oorspronkelijke eigenaar: “Het costuum, dat u bezit en dat ik wegens de fraaie snit en stof en den volmaakten toestand waarin het zich bevindt […], heeft mij steeds met het verlangen vervuld dat dat costuum in het Utrechtsche museum een plaats zou mogen vinden. Ik weet, dat het Haagsche museum er ook zeer begeerig naar keek, maar ik heb dr. Van Gelder overtuigd, dat ik in dezen met mijn verzoek een voorkeur meende te mogen hebben te meer daar uwe familie met Utrecht in relatie stond." Minder bekend is het feit dat de freule ook eigentijdse kunst verzamelde.

Afb. 4: Herenkostuum ‘habit à la fran­çai­se', 1760-1770, inv.nr. 7900, Centraal Museum. Foto: Ernst Moritz.
Afb. 4: Herenkostuum ‘habit à la fran­çai­se', 1760-1770, inv.nr. 7900, Centraal Museum. Foto: Ernst Moritz.

Kunsthistorische inzichten

Jonkvrouw De Jonge promoveerde in 1916 op het 16de-eeuwse mannenkostuum. Geïnspireerd op haar leermeester professor Willem Vogelsang integreerde ze kostuumwetenschappelijk onderzoek uit ‘de Utrechtse school’ in haar dissertatie: “de mode moet steeds als reflex van het tijdsbeeld worden opgevat, waarin zij in haar eigen taal als één der cultuurhistorische verschijnselen tot ons spreekt.”1

De Jonge is haar hele werkzame leven verbonden geweest aan het Centraal Museum, de laatste tien jaar als directrice (1941-1951). Terugblikkend op haar leven memoreert zie niet zozeer de mijlpalen die zij als vrouw bereikte, maar legde ze vooral de nadruk op de ‘kunsthistorische inzichten’. De freule had een goed gevoel voor wat het publiek beroerde. Zo was ze de drijvende kracht achter de zeer succesvolle tentoonstelling Het Costuum onzer Voorouders uit 1936, die een sterke impuls betekende voor de kostuumgeschiedenis in Nederland. De historische modeshows die ze ter gelegenheid van de tentoonstelling organiseerde trokken duizenden belangstellenden.

Ook aan haar eigen, elegante verschijning was haar belangstelling voor kleren duidelijk af te lezen. Ze werd wel “de beste geklede vrouw van Utrecht” genoemd. Over hedendaagse mode schreef De Jonge in 1941: “Geen enkele generatie zal van zich zelf meenen excentriek gekleed te gaan. Men vergete nooit, dat jonge meisjes en elegante jonge vrouwen het hare er toe kunnen bijdragen om een nieuwe mode te scheppen, […] wat lang niet door iedereen gedragen kan worden.”

Mw. Jonkvrouwe Dr. C. H. de Jonge (middelste rij, 2e van links) directrice Centraal Museum, juni 1913. Uit: Bestandscatalogus Schilderkunst tot 1850, p. 23. Foto: Kunsthistorisch Instituut Rijksuniversiteit Utrecht, copyright Centraal Museum.
Mw. Jonkvrouwe Dr. C. H. de Jonge (middelste rij, 2e van links) directrice Centraal Museum, juni 1913. Uit: Bestandscatalogus Schilderkunst tot 1850, p. 23. Foto: Kunsthistorisch Instituut Rijksuniversiteit Utrecht, copyright Centraal Museum.

Vooruitkijken door terug te blikken

Mede dankzij De Jonge's contacten in de hoogste kringen groeide de collectie van het Centraal Museum gestaag: van een paar kledingstukken en fragmenten tot enkele honderden voorwerpen. Het is haar verdienste geweest dat er een stevige basis voor een kostuumverzameling werd gelegd. Generaties conservatoren na haar konden hierna verdieping aanbrengen en verbindingen en accenten leggen, waardoor de modecollectie nu ook internationaal van betekenis is. Anno 2017 draagt het museum zorg voor circa 10.000 modeontwerpen en richt het zich meer op experimentele en grensoverschrijdende mode. Ruim honderd jaar later inspireert de freule met aan aanpak en visie nog altijd.

Afb. 6: Zaal De Visionair, Liselore Frowijn. Foto: Ernst Moritz.
Afb. 6: Zaal De Visionair, Liselore Frowijn. Foto: Ernst Moritz

Zie ook het gesprek met de tentoonstellingsvormgevers Maison the Faux: In gesprek met: Tessa de Boer (Maison the Faux)

1 C.H. De Jonge, Het costuum onzer voorouders, ’s Gravenhage, 1936, p.26.

Doe een aanvulling

Vul deze informatie aan of geef een reactie

6
 
Auteur
Conservator mode & kostuums Centraal Museum Utrecht
Datum
6 september 2017