Een Brabantse japon in het Fries museum

 
Afbeelding 1: Japon, 1865-1875 (vermaakt uit oudere japon, 1830-1840), zijde, Fries Museum Leeuwarden, inv.nr. T1937-196. Foto: Hanna Hakvoort; Modemuze, Anne-Marie Segeren, Fries Museum, Brabants erfgoed, uit het depot, Haute Bordure, japon, 1830-1840
19 augustus 2020
Junior conservator toegepaste kunst en textiel | Fries Museum

Door het onderzoek voor de aankomende tentoonstelling Haute Bordure zijn er vele schatten uit het depot van het Fries Museum als het ware herontdekt. Een daarvan is deze groene zijden japon van rond 1865, waarop kleine bloemen zijn geborduurd. Uit herkomstonderzoek bleek dat de jurk is gedragen door een Brabantse dame. Maar hoe komt een kledingstuk uit Brabant in de collectie van het Fries Museum? En wat weten we nog meer van de Brabantse eigenaresse?

In principe verzamelt het Fries Museum alleen objecten met een Friese connectie. De japon werd in 1937, samen met twee andere jurken, verworven van Alida Adriana Menalda - Holleman (1864-1945). Ze groeide op in het Noord-Brabantse dorp Oisterwijk (bij Tilburg), waar ze woonde met vader Frederik Arnold (1828-1925), moeder Wilhelmina Jacoba Holleman - van Hoven (1836-1891), en haar vijf broers en zus. Alida’s familie behoorde tot de hogere sociale klasse. Haar vader bezat een garancinefabriek en haar grootvader Samuel van Hoven (1798-1869) was notaris en burgemeester van Son en Breugel (nabij Eindhoven) geweest.1 In 1890 trouwde Alida met de Fries Cornelis Benjamin Menalda (1862-1950), waarna het echtpaar naar Leeuwarden verhuisde.

Afbeelding 2: Portret van het echtpaar Holleman-Van Hoven, circa 1858. Foto met dank aan Heemkundekring Son en Breugel; Modemuze, Anne-Marie Segeren, Fries Museum, Brabants erfgoed, uit het depot, Haute Bordure, japon, 1830-1840, herkomstonderzoek, Alida
Afbeelding 2: Portret van het echtpaar Holleman-Van Hoven, circa 1858. Foto met dank aan Heemkundekring Son en Breugel

Van Wilhelmina Jacoba voor Wilhelmina Jacoba

Alida kan de japon zelf niet hebben gedragen. Aan de modieuze kenmerken is de japon rond 1865 te dateren. De mouwen hebben een ruime elleboogvorm en zijn smal bij de polsen. Kapjes met zwart galon en kraaltjes sieren de schouders. Waarschijnlijk is Alida’s moeder Wilhelmina Jacoba dan ook de eigenaresse geweest en droeg deze toen zij begin dertig was. De japon is echter vermaakt, tonen naaigaatjes onder andere op de rug en de achterkant van de rok. Het vermoeden bestaat dan ook dat Alida’s grootmoeder Wilhelmina Jacoba van Hoven-Van Heusden (1799-1895) de eerste was die de japon heeft gedragen. In de jaren 1830-1840 waren strooimotieven van kleine bloemen modieus. Vele bewaard gebleven japonnen uit deze periode zijn gemaakt van katoenen stof, bedrukt met bloempjes of kleine bloemboeketten. Dit was typisch voor de biedermeierperiode, de tijd waarin huiselijkheid en comfort belangrijke burgerlijke waarden werden. De lieflijke geborduurde bloemen op de groene zijden jurk passen in dit modebeeld.

Afbeelding 3: Detail van de japon. Foto: Hanna Hakvoort; Modemuze, Anne-Marie Segeren, Fries Museum, Brabants erfgoed, uit het depot, Haute Bordure, japon, 1830-1840, herkomstonderzoek, Alida Adriana Menalda-Holtman, Hanna Hakvoort
Afbeelding 3: Detail van de japon. Foto: Hanna Hakvoort

Hoe de oorspronkelijke japon eruit heeft gezien, is niet eenvoudig te zeggen. Vermoedelijk is de huidige japon onder andere gemaakt van extra delen stof die bij het oorspronkelijke model bewaard zijn gebleven. Met een aantal aanpassingen kon de oude jurk in de jaren 1860 opnieuw als modejapon worden gedragen door Wilhelmina Jacoba. Het lijfje werd uitgelegd en de laag ingezette mouwen naar de nieuwste mode veranderd. Bovendien was de kleur weer opnieuw modieus. De kleur groen, die oorspronkelijk door plantaardige bestanddelen verkregen, werd in de negentiende eeuw herhaaldelijk gezien als modekleur. Na de laatste decennia van de achttiende eeuw kwam het rond 1840 weer op. Door de ontwikkeling van gesynthetiseerde verfstoffen die eind 1850 op de markt kwamen, werd heldergroen in de jaren 1860 opnieuw geliefd voor kleding en accessoires. Al waren de geborduurde bloemen niet meer zo modieus als tijdens de biedermeierperiode, toch kon Wilhelmina in deze japon goed voor de dag komen. De kleine gaatjes aan de bovenkant van het lijfje laten zien dat ze regelmatig een broche heeft gedragen, zoals deze periode gebruikelijk was.

Afbeelding 4: Achterkant van de japon. Foto: Hanna Hakvoort; Modemuze, Anne-Marie Segeren, Fries Museum, Brabants erfgoed, uit het depot, Haute Bordure, japon, 1830-1840, herkomstonderzoek, Alida Adriana Menalda-Holtman, Hanna Hakvoort
Afbeelding 4: Achterkant van de japon. Foto: Hanna Hakvoort

De schenking van Alida

Zoals hierboven al vermeld schonk Alida drie japonnen aan het Fries Museum. Verder hoorde bij de schenking nog een driedelige zwarte japon met schapenboutmouwen uit circa 1895 en een blauwzijden japon met bruine ruiten en strepen. Deze laatste heeft hetzelfde geringe postuur als de groene japon. Mogelijk waren beide japonnen onderdeel van de huwelijksuitzet van de laatste draagster Wilhelmina Jacoba. 1858, de datum van haar huwelijk, werd in het inventarisboek genoteerd als datering. Weliswaar bij de japon uit 1895, maar het feit dat Alida deze informatie bij haar gift meegaf, is een belangrijk aanknopingspunt. Alida’s moeder kan de jurk met de schapenboutmouwen niet hebben gedragen, zij was toen al overleden. Het kledingstuk is waarschijnlijk eigendom geweest van grootmoeder Wilhelmina Jacoba.

Afbeelding 5: Japon, 1850-1870, changeant zijde, inv.nr. T1937-195, onderdeel van de schenking van Alida. Foto: Hanna Hakvoort
Afbeelding 5: Japon, 1850-1870, changeant zijde, inv.nr. T1937-195, onderdeel van de schenking van Alida. Foto: Hanna Hakvoort; Modemuze, Anne-Marie Segeren, Fries Museum, Brabants erfgoed, uit het depot, Haute Bordure, japon, 1830-1840, herkomstonderzoek

Een warme, welgestelde familie

In tegenstelling tot schenkster Alida is over haar moeder en grootmoeder weinig bekend. In 1935 noteerde de toen 71-jarige Alida enkele fijne jeugdherinneringen die ze had aan de vele bezoeken aan haar grootmoeder in Son. Hierin is helaas slechts een glimp op te vangen van beide Wilhelmina Jacoba’s. Wel lezen we hier dat de familiebanden hecht waren. Uit Alida’s vertellingen blijkt verder dat de familie gefortuneerd was. Ze geven een charmant inkijkje in het sociale leven van de beter gesitueerden in Brabant. Het valt op dat de kinderen Holleman weinig aansluiting hebben gehad met de Sonse jeugd. Alida schreef bijvoorbeeld: ‘Als wij bij grootmoeder gingen logeeren en de wandeling van Eindhoven of Best volbracht hadden was het zoo tegen 12 uur en was de dorpsschool, lees nonnenschool, uitgegaan. We kregen dan de heel jeugd achter ons aan, ik hoor nog het klik, klak van de klompjes en ze lieten niet af maar begeleidden ons tot grootmoeders huisdeur […]’.2 Zij en haar broers en zussen leken een bijzonderheid te zijn voor de kinderen uit Son. Ook de vrouwen waren nieuwsgierig naar de familie Holleman: ‘Zoo, van wie zeide gij er eene, van Willemiene of van Joantjes [oom Anne Johan Jacob]?’, werd Alida regelmatig gevraagd.3

Het welvarende milieu waarin Alida in opgroeide, vormde een groot contrast met de (arme) boerenfamilies uit de omgeving van Son. Grootmoeder woonde hier in een groot herenhuis met koetshuis en enorme tuin. Bij de acte van deling en scheiding uit 1871 werd de waarde van het bezit van grootouders Samuel en Wilhelmina Jacoba berekend op 120.060 gulden. Dit zou tegenwoordig gelijkstaan aan bijna drie miljoen euro. De fabriek van Alida’s vader in Oisterwijk liep uitstekend, waardoor hij op 47-jarige leeftijd kon rentenieren.4

Afbeelding 6: Het huis van Samuel en Wilhelmina Jacoba, de grootouders van Alida in Son, 1890. Foto met dank aan Heemkundekring Son en Breugel; Modemuze, Anne-Marie Segeren, Fries Museum, Brabants erfgoed, uit het depot, Haute Bordure, japon, 1830-1840
Afbeelding 6: Het huis van Samuel en Wilhelmina Jacoba, de grootouders van Alida in Son, 1890. Foto met dank aan Heemkundekring Son en Breugel

Na het overlijden van haar moeder en grootmoeder, kwamen de drie japonnen in bezit van Alida. De Brabantse nam de kledingstukken mee naar Friesland en heeft ze al die tijd zorgvuldig bewaard. Twee jaar na het optekenen van haar jeugdherinneringen, besloot ze de door haar gekoesterde japonnen aan het Fries museum te schenken. Hier vertellen ze het verhaal van Alida’s welgestelde Brabantse familie, die later zelf in Leeuwarden haar thuis maakte.

Afbeelding 7: Van l.nr.r. Wilhelmina Jacoba Holleman-van Hoven, Frederik Arnold Holleman, Wilhelmina Jacoba van Hoven-van Heusden, Samuel Willem Holleman en Margaretha Kijlstra met kind Fritske, 1889. Foto met dank aan Heemkundekring Son en Breugel
Afbeelding 7: Van l.nr.r. Wilhelmina Jacoba Holleman-van Hoven, Frederik Arnold Holleman, Wilhelmina Jacoba van Hoven-van Heusden, Samuel Willem Holleman en Margaretha Kijlstra met kind Fritske, 1889. Foto met dank aan Heemkundekring Son en Breugel

Voetnoten

1 Garancine is een rode kleurstof, verkregen uit de meekrapwortel, die werd gebruikt in de textielindustrie.

2 Alida in ‘Herinneringen aan Son in de tweede helft van de 19e eeuw’, in: Heem Son en Breugel, nummer 1, 1991, p. 12.

3 Alida in ‘Herinneringen aan Son in de tweede helft van de 19e eeuw’, in: Heem Son en Breugel, nummer 1, 1991, p. 12.

4 Walter v.d. Meeren, ‘Herinneringen aan Son in de tweede helft van de 19e eeuw’, in: Heem Son en Breugel, nummer 1, 1991, p. 33.

Categorie: 

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie

Reactie