Witte bruid, zwarte bruid

Na een kijkje achter de schermen bij de voorbereidingen voor een nieuwe kostuumopstelling in Trouwjurken in het Rijksmuseum, wordt nu meer aandacht besteed aan een aantal trouwjurken in de opstelling en de symboliek en betekenis daarvan rond het huwelijk in de 19e eeuw. Sinds wanneer is het gebruikelijk om in een witte jurk te trouwen en wat voor betekenis heeft deze kleur?

Voor de meesten is de trouwdag een bijzondere gelegenheid waar een speciale jurk bij past. De trouwjurk is meestal wit, maar deze kleur kwam voor bruidskleding pas rond 1820 in gebruik. De kleur is vanouds het symbool voor maagdelijkheid, reinheid en onschuld; een toepasselijke kleur voor de jurk van een bruid in de 19e eeuw, want zij werd geacht aan deze deugden te voldoen. Alhoewel wit in de 19e eeuw een algemene kleur voor een trouwjurk was geworden, kon het model van de jurk sterk variëren. Niet alleen was de persoonlijke smaak van de bruid hierbij van invloed, maar ook etiquette, mode en traditie speelden een grote rol.

Etiquette, mode en traditie

De bruid kon inspiratie opdoen in modetijdschriften waar soms ook patronen waren bijgevoegd. De lezeres kon de jurk aan de hand van de patronen zelf maken, of het werk uitbesteden aan een naaister. Wie meer te besteden had, ging naar een modehuis of naar een luxe warenhuis als Hirsch & Cie. in Amsterdam, waar couture trouwjurken uit Parijs aangeboden werden. 

Het schoonheidsideaal in de 19e eeuw, een taille die zo dun was dat het omvat kon worden door twee mannenhanden, werd bij de keuze van het model van de jurk zo veel mogelijk benadrukt. Een korset dat de taille insnoert hielp bij het benaderen van dit schoonheidsideaal. De trouwjurk met de dunste taille in de opstelling heeft een omtrek van slechts 59 cm.

Naast schoonheidsidealen waren er bepaalde (etiquette-)regels waar de bruid (en haar jurk) aan diende te voldoen. Waar men nu dikwijls een hagelwitte kleur voor de trouwjurk ziet, werd dit in de 19e eeuw sterk afgeraden. Crèmekleur had de voorkeur, omdat dit de blanke huid meer zou flatteren. Etiquette schreef ook voor dat oranjebloesem, wat symbool staat voor vruchtbaarheid en geluk, bij het huwelijk niet mocht ontbreken. De bruid droeg daarom echte oranjebloesemtakjes, of nagemaakt van was, in het haar, op de jurk of in het bruidsboeket. In de opstelling van het Rijksmuseum is een jurk te zien waar takjes van oranjebloesem van was ter decoratie op de jurk zijn aangebracht.

Tussen de veertien witte trouwjurken trekt de enige zwarte trouwjurk de aandacht. Vanaf 1820 zijn de meest trouwjurken immers wit, dus de zwarte kleur van deze trouwjurk uit 1885 is ongebruikelijk. De bruid liet haar jurk maken door naaister Wilhelmine Wildenmann, die een atelier had in een van de grote, bekende winkelstraten van Karlsruhe in de deelstaat Baden-Württemberg. Hier was het in de 19e eeuw binnen de protestantse kerk traditie dat vrouwen in de kerk een zwarte jurk droegen, dus ook tijdens hun huwelijk. De zwarte jurk werd gedragen door de Duitse protestantse Sophia Thorwarth-Klopp die in 1885 trouwde. Via haar dochter, die zich later met een Nederlander in de echt verbond, is de jurk in de collectie van het Rijksmuseum terecht gekomen.

De opstelling met de veertien trouwjurken uit de periode van 1760 tot ca. 1940 is vanaf 21 juni 2014 tot 25 januari 2015 te zien in het Rijksmuseum.

Doe een aanvulling

Vul deze informatie aan of geef een reactie

1
 
Auteur
MA Arts and Culture, Design and Decorative Art
Datum
7 juli 2014