Wat zie ik nu?! Trompe L’oeil in de mode

Das Leben am Haverkamp, Trompe l'oeil bomberjas van strijkkraaltjes met rok, 2017, collectie Centraal Museum Utrecht.

Spelen met het oog van de beschouwer is een handigheid die kunstenaars al eeuwen toepassen. Momenteel is in het Centraal Museum een prachtig voorbeeld uit circa 1635 te vinden, toegeschreven kunstenaar Matthias Stom. Op het eerste gezicht zie je een vreemde langgerekte vlek, maar zodra je een spiegelende cilinder in het midden van de afbeelding plaatst, verschijnt plotseling de heilige Hieronymus. Dit is een kleurrijk beeld, mede doordat hij een rood gewaad draagt, maar doorgaans zijn de illusionistische voorstellingen in grijze en witte tinten. Deze noemen we ook wel ‘witjes’ en treffen we aan boven deurposten in historische huizen. Het knappe schaduwwerk van de grisailles zorgt er mede voor dat ze moeilijk te onderscheiden zijn van driedimensionaal stucwerk.

Matthias Stom (? 1600 - 1652 Sicilië), toegeschreven, De heilige Hieronymus (anamorphose), ca. 1635, Collectie Centraal Museum Utrecht.
Matthias Stom (? 1600 - 1652 Sicilië), toegeschreven, De heilige Hieronymus (anamorphose), ca. 1635, Collectie Centraal Museum Utrecht.

Flirt: Schiaparelli, surrealisme & nodeloze knopen

Ook modeontwerpers flirten met dit effect. De eerst bekende moderne toepassing van trompe l’oeil in de mode is een zwarte gebreide trui met een optische witte strik uit 1927 van kunstenares/modeontwerper Elsa Schiaparelli.1 Haar interesse in Surrealisme en vervreemdende effecten komt ook in haar latere ontwerpen tot uiting. Velen volgden haar nadien, zo maakt Jean Paul Gaultier regelmatig gebruik van fotoprints, soms zelfs verborgen aan de binnenkant van een herenjasje, zoals bij deze uit de collectie Les fous de la photographie uit 1992/93, waar we binnenin een zwart-witte print van het bovenlijf van een bodybuilder ontdekken. Verborgen krachten? Op subtiele manier wist men in de achttiende eeuw ook het oog te verwarren: zo zitten er vaak nodeloos knoopsgaten op een herenvest; niet uit functionaliteit, maar puur om de status van de drager te vergroten en omstanders te imponeren.

Jean Paul Gaultier, Arcueil 1952 Herencolbert (binnenste buiten) van wol en kunststof uit de collectie Les fous de la photographie, 1992-1993, collectie Centraal Museum Utrecht.
Jean Paul Gaultier, Arcueil 1952 Herencolbert (binnenste buiten) van wol en kunststof uit de collectie Les fous de la photographie, 1992-1993, collectie Centraal Museum Utrecht.

Flat: Nieuwe vormen (en functies!) in de mode

We hebben de afgelopen periode enkele bijzondere nieuwe aanwinsten aan onze modecollectie kunnen toevoegen. Het inspireerde ons om een zaal in te richten met trompe l’oeil als verbindend thema tussen de eigentijdse en uiteenlopende voorbeelden. Zo bereikte het Nederlandse collectief Das Leben am Haverkamp in 2017 een verbluffend effect met hun tweedimensionale modecollectie. Tijdens de openingsavond van de FashionWeek in Amsterdam zag je uiteenlopende modellen over de catwalk lopen, ieder gehuld in slechts een witte onderbroek, een plat kledingstuk voor zich uitdragend. Zodra het ontwerp aan een muur hangt en je het van een afstand bekijkt merk je hoe er met je oog gespeeld wordt: het volume en de glans van het bomberjack is zo realistisch dat je niet gelooft dat het ontwerp uit eenvoudige strijkkralen in grijstinten is opgebouwd (zie eerste afbeelding). Het collectief zet je zo op het verkeerde been en dat is precies wat ze met hun collectie wil bereiken: het bevragen van de functie van kleding en daarmee de noodzaak van functionaliteit van mode, als “mode slechts wordt ingezet voor het uitdragen van een artistieke visie.”

Martin Margiela, Damesjasje uit de collectie Flat Garment, 1998-1999, leer, plastic, metaal, polyester aankoop 1998, collectie Centraal Museum Utrecht. Foto: Adriaan van Da.
Martin Margiela, Damesjasje uit de collectie Flat Garment, 1998-1999, leer, plastic, metaal, polyester aankoop 1998, collectie Centraal Museum Utrecht. Foto: Adriaan van Da.

Martin Margiela, Patroon damesjasje Flat Garment, 1998-1999 industrieel patroonpapier, Tyvek, aankoop 2017, collectie Centraal Museum Utrecht.
Martin Margiela, Patroon damesjasje Flat Garment, 1998-1999 industrieel patroonpapier, Tyvek, aankoop 2017, collectie Centraal Museum Utrecht.

Dat spel tussen twee- en driedimensionaliteit vinden we ook terug in de Flat Garment collectie uit 1998-1999 van Maison Martin Margiela, waarin hij een studie doet naar vorm. Door de mouwen en de neklijn van het zwarte leren jasje naar voren te kantelen behoudt het aan de hanger zijn platte structuur van het papieren patroon. Wanneer het jasje over het lichaam wordt gedragen verschijnt de driedimensionale vorm. Onlangs verwierf het museum ook het patroonjasje uit de najaar/winter 1997-98 collectie2: hetzelfde model maar dan van industrieel scheurvast patroonpapier (Tyvek) en een ontwerp op zich.3 Ze dragen de stempel van de maat '42'4, die niet overeenkomt met de daadwerkelijke maat maar wel met Margiela’s visie op uniformiteit. De patronen zijn geassembleerd als een kledingstuk. Juist dit is kenmerkend voor de Belg: waar kijk je naar, wat zie ik nu echt en misschien ook: wat is de bedoeling?

Zaalfoto Trompe L'oeil. Foto: Centraal Museum Utrecht.
Zaalfoto Trompe L'oeil. Foto: Centraal Museum Utrecht.

Fake: Waar ligt de mode-grens?

Omgekeerd kan een ruimtelijke geometrische rok de kijker op het verkeerde been zetten. Een architectonisch, bijna sculpturaal ontwerp van Winde Rienstra blijk opgebouwd te zijn uit haaks op de stof gezette schoudervullingen. In haar werk zoekt ze de grens tussen mode, kunst en architectuur op, altijd uitgaande van het menselijk lichaam. Voor deze The Mirror of Reason collectie uit 2010 bestudeerde ze de veranderingen in het verstilde landschap van de poolcirkels. Dit ontwerp symboliseert voor Rienstra het ijs en de kristallen die hieruit gevormd worden. De hier aangehaalde voorbeelden zijn slechts een greep uit onze museale collectie. In 2012 organiseerde Musee des Arts Décoratifs een tentoonstelling over dit onderwerp, waar gelukkig online nog informatie over te vinden is.

Kunstenaar Twan Janssen verwoordt onze verwarring op een prachtige manier: “Onze ogen zijn niet te vertrouwen, maar geven ons soms onbedoeld en onverwacht cadeautjes. Kijken is een werkwoord en deze werken zetten je ogen aan het werk, zijn nadrukkelijk bedoeld als ogengymnastiek.” Speciaal voor ons schreef hij een tekst voor de Trompe L’oeil zaal, die ik hier graag integraal deel. De Trompe L’oeil zaal is nog tot eind 2018 te zien bij het Centraal Museum in Utrecht. Mede met dank aan Elise Breukers.

Zaalfoto Trompe L'oeil. Foto: Elise Breukers.
Zaalfoto Trompe L'oeil. Foto: Elise Breukers.

“We kijken ons dagelijks helemaal suf, maar twee keer kijken doen we zelden. We scrollen ons een ongeluk, de wereld onder onze vingertoppen.

Twee keer kijken is vaak al veel gevraagd in onze dagelijkse werkelijkheid. We hebben het altijd al meteen gezien, we weten al meteen van wanten.

Een uitnodiging om twee keer te kijken, hoe vaak ontvangen we die nog, en voelen we ons dan uitgenodigd, en gaan we op die uitnodiging in?

Even terug naar wat je net gezien hebt, klopt dat eigenlijk wel? Is wat je eerste blik registreerde wel wat je echt zag?

Als onze ogen echt te vertrouwen waren, dan zag ons leven er heel anders uit. Dan was het allemaal uit te rekenen, dan hadden we daar onze ogen zelfs niet meer bij nodig.

De foutgevoeligheid van het kijken is net als bij denken een heel mooi ding. Het is in de hapering of de vergissing waar zich ons persoonlijk beeld vormt van de wereld om ons heen.

Een ondertiteling die niet klopt met de vertaling in je hoofd. Je leest het een maar hoort het ander en daarbij gaat het even mis. Daarin ligt een ruimte besloten waarin ineens van alles mogelijk is.

Welkom onvolkomenheden, welkom poëzie in kijken, welkom tweede blik op dingen, die soms iets anders toont maar altijd meer ziet dan de eerste blik, dingen laat rijmen op een nieuwe waarheid.

Onze ogen zijn niet te vertrouwen, maar geven ons soms onbedoeld en onverwacht cadeautjes. Kijken is een werkwoord en deze werken zetten je ogen aan het werk, zijn nadrukkelijk bedoeld als ogengymnastiek.

We denken het soms allemaal wel gezien te hebben na de eerste blik. Soms loont het om twee keer te kijken, dan krijg je eigenlijk twee beelden voor de prijs van een.”

Twan Janssen, 2018

Voetnoten

 

1 De oorspronkelijke trui ontworpen door Elsa Schiaparelli heeft het museum niet. Het exemplaar op zaal is door een particulier zelfgebreid naar origineel ontwerp. Het patroon is online te vinden via ravelry.com/patterns/library/schiaparelli-bowknot-sweater.

2 Het patroonjasje is aangekocht, een partoonjurkje is gelijktijdig geschonken: https://www.centraalmuseum.nl/nl/collectie/34010-patroon-damesjurk-flat-....

3 Er is ook een exemplaar te vinden in het Metropolitan Museum in New York: https://www.metmuseum.org/art/collection/search/82181.

4 Op het iconische Stockmangilet van Margiela staat eveneens ‘42’ als maataanduiding: https://www.centraalmuseum.nl/nl/collectie/28346-damesgilet-stockman-mar....

Doe een aanvulling

Vul deze informatie aan of geef een reactie

3
 
Auteur
Conservator mode & kostuums Centraal Museum Utrecht
Datum
19 oktober 2018