Het Urker baadje: Versteld en opgelapt voor een lang leven

Mannenkostuum met baadje en klepbroek, Urk, circa 1930-1950, collectie Zuiderzeemuseum.

De tentoonstelling Jong gekleed, Oud gedaan laat zien hoe kleding uit het voormalige Zuiderzeegebied informatie geeft over de levensfase waarin de drager zich bevindt. Van vrijwel alle streekdrachten uit het gebied zijn kledingstukken in de tentoonstelling opgenomen.

Hoofdbeeld: Mannenkostuum met baadje en klepbroek, Urk, circa 1930-1950, collectie Zuiderzeemuseum.

Een pilo baadje

Een bijzonder stuk in de tentoonstelling is het werkjasje uit Urk uit de collectie van het Zuiderzeemuseum. Het is een baadje van pilo, gedragen in de eerste helft van de 20ste eeuw. In de collectie bevindt zich ook de bijbehorende klepbroek. Zowel het baadje als de broek zijn intensief gedragen. Ze vertonen slijtageplekken en zijn op meerdere plaatsen versteld en opgelapt.

Baadje, Urk, circa 1930-1950, katoen, collectie Zuiderzeemuseum.
Baadje, Urk, circa 1930-1950, katoen, collectie Zuiderzeemuseum.

Een witgewassen pak

Op Urk droegen de mannen twee typen jasjes: een baadje of een rokkien. Het rokkien heeft geen revers en sluit met een enkele rij knopen in de taille, het baadje heeft een dubbele sluiting en revers. Afhankelijk van het jaargetijde waren ze van wol of van katoen gemaakt. Pilo, ook wel Engels leer genoemd, is stevig geweven katoen. Een nieuw pilo pak was zwart, maar na enige tijd werd het door het wassen steeds lichter en dan werd het als werkpak in gebruik genomen.

Om de hals droegen de vissers een smal gevouwen zwarte doek met een gouden ring. Tijdens het werk aan boord werd die vervangen door een opgerolde zakdoek. De broekstukken waarmee de broekband sluit, zijn van zilver en versierd met Bijbelse taferelen in reliëf. Vaak is dit reliëf (deels) weggesleten, waarschijnlijk door het zware werk aan boord.

Personeel van de scheepswerf Metz, Urk, circa 1910-1915, collectie Zuiderzeemuseum.
Personeel van de scheepswerf Metz, Urk, circa 1910-1915, collectie Zuiderzeemuseum.

Ernst Leyden, Urker visser in de haven, aquarel, 1920, collectie Zuiderzeemuseum.
Ernst Leyden, Urker visser in de haven, aquarel, 1920, collectie Zuiderzeemuseum.

Sporen van zwaar werk

Werkkleding werd vaak opgebruikt en weggegooid en in de collectie van het Zuiderzeemuseum is dan ook relatief weinig werkkleding aanwezig. Het getoonde pilo pak laat zien hoe zuinig er met de kleding werd omgegaan en hoe zorgvuldig ook werkkleding werd behandeld. Het toont de sporen van een leven van hard werken aan boord van de vissersschepen. In de museumcollectie neemt het dan ook een bijzondere plaats in.

De tentoonstelling Jong gekleed, Oud gedaan is een initiatief van het Netwerk Zuiderzeecollectie, een samenwerkingsverband van 24 erfgoedorganisaties in het Zuiderzeegebied. Het is een reizende tentoonstelling die tot en met eind 2019 in diverse Zuiderzeeplaatsen te zien zal zijn. Voor meer informatie en de precieze data zie: zuiderzeecollectie.nl

Literatuur

P. van der Zwan, Urker goed – Urker klederdracht anno 1997, Urk 1997.

Aanvullingen

Ten eerste wat een heerlijk onderwerp. De hele textiel wereld is in de ban van de Japanse Boro, ook werkkleding van vissers. Eindeloos hersteld en daarom een rijkdom aan verhalen over de mannen en de vrouwen die er in en aan werkten. Dit soort kleding uit Nederland vind ik nog inspirerender omdat het onze eigen wortels weergeeft. Dit is niet echt een aanvulling maar een vraag. De mannenkleding was eerst zwart en werd lichter door wassen, lichtinvloed van zon en zout en slijtage. Is er bekend waar de stof mee werd geverfd? (Ik verf zelf plantaardig en ben er erg in geinteresseerd, vooral omdat deels ook katoen gebruikt werd wat moeilijker te verven is behalve als er tannine houdende plantaardige verf werd gebruikt (galnoten, walnoot) Het naar bruin verkleuren zou dan ook logisch zijn. Ook vraag ik me af of de stof ook waterafstotend werd gemaakt. Wol die dicht vervilt raakt met ouder worden zal in eerste instantie vocht afstoten. Maar katoen in principe niet. Om dat op een schip voor visserswerk te gebruiken zou ik me kunnen voorstellen dat er olie of was zou worden gebruikt. Is daar meer van bekend? vr.gr. Marijke

Beste Marijke, dank voor je leuke reactie. En een interessante vraag over verfstoffen, die ik helaas niet kan beantwoorden. Waarschijnlijk weten de collega's van Museum Het Oude Raadhuis op Urk er meer van, zie: www.museumopurk.nl Wat betreft het werk aan boord kan ik me voorstellen dat daar oliegoed over het pak gedragen werd. Hartelijke groeten, Hilde

Prachtig pak, interessant van dat woord 'baadje': ik dacht dat dat een hemdje was.
Bij jullie afgebeelde model is rond de hals een opstaande rode boord met gouden stukken te zien. Is dat een onderhemd, een onderkiel? En die opgerolde zakdoek die aan boord werd gedragen, die sloot toch zeker ook nauw om de hals, en hoe zat dat dan? (Sorry, een gek kan meer vragen....) Groet! Ileen

Hallo Ileen! Leuk dat je reageerde. Onder het baadje droeg de Urker man een rood-wit-blauw/zwart gestreept onderbaadje of 'streept baadje', zonder boord. In de zomer werd dit ook wel als bovenkleding gedragen. Daaronder droeg hij een rood baaien hemd met een boord. Dat is het rode boordje met de gouden keelknopen die je ziet. In de loop van de 20ste eeuw werd het rood baaien hemd vaak vervangen door een confectiehemd. Dan werd het rode boordje losgehaald en op het onderbaadje gezet zodat hij toch zijn keelknopen kon dragen. Op oude foto's en prenten zie ik zwarte gevouwen doeken, opgerolde zakdoeken en ook wollen sjaals, zowel losjes als strak om de hals. Meestal zie je dan toch de keelknopen, maar soms ook niet. Groeten! Hilde

Dankjewel, dat is leuk om te weten. Wat pakten de mensen vroeger zich toch stevig in. Naar de zakdoek (al dan niet) los om de hals vroeg ik ook omdat zo'n losse lus als op de afbeelding me onder het werk gevaarlijk lijkt. Maar aan boord had je denk ik ook je gouden keelknopen niet aan. Groet! Ileen

Doe een aanvulling

Vul deze informatie aan of geef een reactie

8
5
Auteur
Conservator Zuiderzeemuseum
Datum
19 maart 2018