Handige hoedjes

Detail Revolving Hat, 1830.

Hoge hoeden zijn niet het meest praktische accessoire dat de geschiedenis heeft voortgebracht. Een degelijk model kon weliswaar chique, opvouwbaar én waterafstotend tegelijk zijn, maar dat betekent niet dat er geen handigere kledingstukken denkbaar zijn als het gaat om het bedekken van hoofd en haar.

In de hoogtijdagen van de hoge hoed – de negentiende eeuw – ontstonden er dan ook wel eens ergernissen rondom dit hoofddeksel. Forse wind, theaterbezoek, broeierige hitte en lage deurposten waren voor hogehoedendragers bijvoorbeeld niet altijd een pretje. Maar waar sommigen klaagden, zagen anderen mogelijkheden. De hoge hoed is verrassend vaak een uitgangspunt voor innovatie geweest.

Uitvindershoeden

Gadgets en wearable technology lijken iets van nu, maar ook vóór het digitale tijdperk hielden creatievelingen zich bezig met de vraag, hoe de kleding die wij dragen ons het leven makkelijker kan maken. Technologie was in de negentiende eeuw volop in ontwikkeling. Mede dankzij het fortuin dat sommige industriëlen met hun uitvindingen maakten, nam het patentwezen een hoge vlucht. Negentiende-eeuwse patentregisters tonen handige foefjes in allerlei soorten en maten, ook op het gebied van kleding.

Sommige van die patenten vonden succesvol hun weg naar de modeïndustrie, zoals bepaalde korsetten en korsetsluitingen. Andere ideeën waren misschien vanaf het begin al geen lang leven beschoren – maar dat maakt ze niet minder leuk of origineel. Hieronder zes innovatieve hoge hoeden die de wereld zomaar hadden kunnen veranderen…

1. De twee-in-éen-hoed

The Duplex Hat, 1878.
Herbert Lintott & Charles Evelyn Smith, The Duplex Hat, 1878.

Als modieus mannenhoofddeksel heeft de hoge hoed het meer dan een eeuw uitgehouden. Dat kan geen enkel vrouwelijk exemplaar evenaren. Toch hadden sommige mannen het moeilijk met de variëteit aan hoofdbedekkingen waar zij zich van moesten bedienen: de hoge hoed, de bolhoed, zo nu en dan een strohoed en… tsja.

Gelukkig was daar de ‘Duplex Hat’ van Herbert Lintott en Charles Evelyn Smith uit 1878. Qua mechaniek vergelijkbaar met de inklapbare ‘chapeau claque’ (uitgevonden door Antoine Gibus, 1823), was de ‘Duplex Hat’ op twee manieren te dragen. Met een handomdraai veranderde je hem van hoge hoed naar bolhoed, of terug. Helaas voor de heren Lintott en Smith, werd hun patentaanvraag niet goedgekeurd door de Britse overheid. Zo bleven ook mannen gedwongen om zo nu en dan van hoofddeksel te wisselen.

2. De reddingshoed

Samuel W. White, Hat to prevent drowning, 1840.
Samuel W. White, Hat to prevent drowning, 1840.

Mannenhoeden kunnen de oplossing bieden voor grote en kleine problemen, rampen en ergernissen. Een bijzondere hogehoedenuitvinding in deze categorie is de ‘Hat To Prevent Drowning’ van Samuel W. White, gepatenteerd in de Verenigde Staten in 1840. Het lijkt er niet op dat het ontwerp ook daadwerkelijk op de markt is gebracht: een gemiste kans voor heren die graag optraden als redder in nood, wanneer er een dame in de rivier belandde.

Dankzij een ballon met luchtpijpje aan de binnenkant, kon deze hoed namelijk als opblaasbare reddingsboei fungeren. “Powerfully supported without exertion” kon een verdrinkend persoon, die de hoed van White toegeworpen kreeg, toch nog aan de dood ontsnappen – aldus de begeleidende tekst bij de patentaanvraag. In een tijd waarin reddingsvesten nog geen deel uitmaakten van de verplichte uitrusting van boten, was dat misschien niet eens zo gek gedacht.

3. De groethoed

James C. Boyle, Saluting Device, 1896.
James C. Boyle, Saluting Device, 1896.

Grote hoeden brengen grote verantwoordelijkheden met zich mee. Het dragen van hoofddeksels ging in de negentiende en twintigste eeuw gepaard met een complexe etiquette rondom het op- en afzetten. Amy Groskamp-Ten Have noemt in Hoe hoort het eigenlijk? (1938) nog maar liefst negentien gelegenheden, waarbij een man zijn hoed af diende te nemen. Om maar wat te noemen: wanneer hij bekende dames tegenkwam, het volkslied hoorde of zijn zitplaats in de tram afstond.

Daarbij kwam ook nog, dat verschillende gelegenheden om een verschillende hoedengeste vroegen. Bij het tegenkomen van dames moest de hoed in de hand genomen worden, terwijl bij het groeten van een kennis het aanraken van de rand kon volstaan.

De Amerikaan James C. Boyle had misschien genoeg van al deze regels, toen hij in 1896 zijn “saluting device” patenteerde. Maakte gebruiker ervan een kleine buiging, dan signaleerde de mechaniek dit en tilde zijn hoed zich automatisch op. Geen overbodige luxe, wanneer je als man je handen vol had met bagage of dames een arm moest geven.

4. De airco-hoed

John Fuller Co., The Bonafide Ventilating Hat, 1849.
John Fuller Co., The Bonafide Ventilating Hat, 1849.

Weer of geen weer, als de etiquette het voorschreef, moest de hoge hoed opgezet worden. Zoals ‘The Bonafide Ventilating Hat’ van John Fuller & Co (1849) getuigt, leverde dat tijdens warme dagen nog wel eens een zweterig hoofd op. Dat had, in combinatie met de haarolie die veel mannen droegen, natuurlijk niet altijd aangename gevolgen voor kapsel en lichaamsgeur. Gelukkig was daar de ‘Bonafide’.

Dit gepatenteerde hoofddeksel had een ingebouwd, grille-achtig ventilatieroostertje om perspiratie af te voeren. Gezien de hoogte is het eigenlijk zonde dat de hoed van Fuller & Co geen inwendige propellor heeft meegekregen om, bij wijze van ventilator, voor verdere verkoeling te zorgen. Wellicht een idee, mocht er vandaag de dag nog iemand met dit patent aan de slag gaan?

5. De hands free-hoed

Revolving Hat, 1830.
Revolving Hat, 1830.

Dit ontwerp is eigenlijk een karikatuur op de modieuze man en al zijn accessoires, maar als voorbeeld van conceptuele hoedeninnovatie niet minder leuk dan een ‘serieuze’ uitvinding. Handig zou hij voor sommigen zeker geweest kunnen zijn. Als negentiende-eeuwse man van gegoede afkomst kon je ten slotte wel eens last hebben van het feit dat je handen te kort kwam.

Stel, je wilde een sigaar roken, maar moest ook je gehoorapparaat tegen je oor houden om een gesprek met je vrienden te kunnen volgen, en zo nu en dan door je monocle turen wanneer er op iets interessants gewezen werd. Hoe vond je je dan een weg tussen al je hulpmiddelen?

De bedenkers van de ‘Revolving Hat’ (1830) hadden de oplossing: een hoge hoed met een draaibare rand, waaraan accessoires als brillen, gehoorapparaten, monocles, sigarenhouders en reukdoosjes konden worden gemonteerd. Gehoorapparaat en bril konden tegelijkertijd gebruikt worden, en met een klein tikje tegen de rand, draaide je de stand zo van ‘sigaar’ naar ‘reukdoosje’. Zo hield je je handen vrij voor wandelstokken of gebaren tijdens het spreken.

Net als sommige wearable technology van nu, zal deze hoed te ver van gangbare ‘gadgets’ hebben afgestaan om door het grote publiek omarmd te worden. Toch was hij niet geheel onpraktisch - zolang je brandende sigaar niet in het kapsel van een omstander eindigde, wanneer je je bril op wilde zetten…

6. De radiohoed

H. Day, Hoge hoed met radio, 1922.
H. Day, Hoge hoed met radio, 1922.

Dat onze voorouders hun dagen doorkwamen zonder iPods, mp3-spelers of ook maar draagbare cassetterecorders, kunnen mensen zich soms nauwelijks voorstellen. En dat er wel degelijk mensen heimwee hadden naar technologie van de toekomst, bewijst de toen 18-jarige Amerikaanse uitvinder H. Day, die in 1922 een klein radiootje in zijn hoge hoed implementeerde.

De (zelfgebouwde) radio sloot hij aan op een koptelefoon – reeds uitgevonden in 1919 – die net onder het hoofddeksel vandaan kwam. Behoorlijk ingenieus, want radio was nog een relatief nieuw fenomeen – draagbare transistorradio’s zouden pas in 1954 op de markt gebracht worden.

Man from Mars Radio Hat, cover Radio Electronics, juni 1949.
Man from Mars Radio Hat, cover Radio Electronics, juni 1949.

Hoewel veel hoedeninventies geen lang leven beschoren waren, werd een variant op het ontwerp van Day uiteindelijk wél als commercieel product uitgebracht. De American Merri-Lei Corporation lanceerde in 1949 de ‘Man-from-Mars Radio Hat’. Voor $7,95 kocht je een tropenhelmachtige hoed met een ingebouwde radio, die zenders kon ontvangen binnen een radius van 32 kilometer. Erg goed werkte dat niet, wat misschien verklaart waarom de uitvinding geen lang leven beschoren was.

Als typisch mannenfoefje lijkt de Radio Hat overigens niet bedoeld – hij was verkrijgbaar in de kleuren Lipstick Red, Canary Yellow, Blush Pink, Rose Pink, Tangerine, Flamingo, Chartreuse en Tan. Zo’n kleurenpalet komen we niet snel tegen, onder de petten, skimutsen, beanie hats, hoofdbanden en oorwarmers met ingebouwde geluidssystemen van tegenwoordig!

Meer merkwaardige uitvindingen?

Julie Halls, Inventions That Didn’t Change The World, Thames & Hudson, 2014

Doe een aanvulling

Vul deze informatie aan of geef een reactie

9
 
Auteur
collectiemedewerker mode- en kostuumafdeling Gemeentemuseum Den Haag
Datum
1 september 2016