Groen en gevaarlijk: boeken over de geschiedenis van kleur

Japon, anoniem, 1863 - 1866 - Collectie Rijksmuseum (BK-NM-13104)

De meest voorkomende kleur in de natuur blijkt voor de mens nogal lastig na te maken. Zo gemakkelijk als de kameleon zich aanpast aan de verschillend groengekleurde bladeren, zo moeilijk bleek het om deze nuances succesvol op een schilderij of in een geweven stof te vangen. Er bestaat namelijk niet één grondstof voor groen; het is een mengkleur, die ontstaat door twee kleuren (blauw & geel) te mengen. De verschillende schakeringen ontstaan door de verhoudingen van beide kleuren te wisselen – de ene keer iets meer van de een, de andere keer iets minder.

Anoniem. Het Rasphuis. 17e eeuw. Ets. Amsterdam, Stadsarchief Amsterdam.
Anoniem. Het Rasphuis. 17e eeuw. Ets. Amsterdam, Stadsarchief Amsterdam.

Van heinde & ver…

Het 2-jarige kruid wede (blauw) en de plant woude (geel) waren al bekend in de Oudheid, maar groeien niet in deze contreien en moesten worden geïmporteerd. Net zoals ‘Perzische bessen’ (geel) en indigo (blauw). Dit maakte groen eeuwenlang haast onbekend, schaars en daardoor exclusief in het Westen. De mensen dichtten het allerlei eigenschappen toe, het werd een heraldische kleur en alchemisten deden zich grote moeite de kleur succesvol samen te stellen. Uiteindelijk komen via de handelsroutes uit het Midden-Oosten, na de ontdekking van Zuid-Amerika en de opkomst van de VOC/WIC ook het kleurvastere blauwhout en geelhout ter beschikking.

De internationale havenstad Amsterdam was toentertijd ver buiten de landsgrenzen bekend om zijn ‘rasphuizen’ waar gedetineerden dag in, dag uit niets anders deden dan deze houtsoorten te raspen en gereed te maken voor verdere verwerking door leer- en textielververs. In 1743 combineerde de Saksische advocaat Johann Christiaan Barth geelhout met indigo dat met zwavelzuur oplosbaar was gemaakt in water (indigokarmijn). Dit nieuwe ‘Saksisch groen’ was echter niet wasecht, noch kleurecht. Desondanks begon de kleur groen zich een plaats in de mode te veroveren en werd tegen het einde van de 18e eeuw zelfs een van de favorieten voor zijden of laken (wol) mannenjassen. Ook het amazonekostuum ontkwam niet aan de kleur…

De gifgroene jurk van het Gemeentemuseum, liggend opgesteld op de tentoonstelling Romantische Mode, Mr. Darcy meets Eline Vere. Foto Anne-Karlijn van Kesteren
De gifgroene jurk van het Gemeentemuseum, liggend opgesteld op de tentoonstelling Romantische Mode, Mr. Darcy meets Eline Vere. Foto Anne-Karlijn van Kesteren

Op zoek naar kleurvast groen

Aan het begin van de 19e eeuw zijn een groene paraplu, parasol of dito zijden schoentjes een must. In 1778 had de Zweedse farmaceut en scheikundige Carl Wilhelm Scheele een nieuw groen pigment gemaakt door een mengsel van kalium (een giftig lichtmetaal) en wit arseen (vergif) bij een oplossing van kopervitriool te gieten. De daaruit ontstane verfstof zorgde voor een heldergroene kleur, die ‘Scheele’s groen’ werd genoemd. Het zal u echter niet verbazen dat Scheele al op jonge leeftijd overleed aan de gevolgen van overmatige contact met deze en andere levensgevaarlijke stoffen. Maar, dit mocht de pret niet drukken want er was grote vraag naar de kleur- en verfstof groen voor het interieur (behang, gordijnen, bekleding), het dagelijks leven (kaarsen, speelgoed, snoepjes) en uiteraard de mode.

Gelukkig werd men zich in de jaren 1840 steeds meer bewust van de gezondheidsrisico’s en in de jaren 1860 – zeker ook na de komst van de synthetische aniline (aminobenzeen) verfstoffen – werd arsenicum uiteindelijk definitief verbannen. In deze context is het interessant, dat in het najaar van 2012 twee scheikundigen tóch arsenicum vonden in de groene verfstof van een avondjapon uit de jaren 1865-1870 in het Gemeentemuseum in Den Haag. In 1863 had de Nederlandse regering namelijk al toestemming gegeven aan de import van aniline als vloeibare stof. En een jaar later kunnen zelfs ‘thuisververs’ een rijk palet aan gekleurde verfstoffen – waaronder ook groen – bij drogisterijen door het hele land kopen. Een groene ‘sleepjapon’ uit 1863-1866 in het Rijksmuseum testte in 2015 negatief op de aanwezigheid van arseen. Gelukkig maar…

Benieuwd geworden? Vijf aan te raden publicaties over kleur:

Wie diepgaand onderzoek naar kleuren wil doen:

1.  Judith H. Hofenk de Graaff, The Colourful Past…, 2004. Hoewel al enigszins verouderd - doordat de ontwikkelingen op natuurwetenschappelijk vlak snel gaan - is dit nog steeds het meest complete boek. Duur (£70), maar de investering waard en te bestellen via www.archetype.co.uk.

2. In 2014 verscheen Green, The History of a Colour van de Franse historicus Michel Pastoureau, die al talloze boeken over kleuren op zijn naam heeft staan.

3. In 2016 publiceerde de Engelse journaliste Kassia St Clair The Secret Lives of Colour; een aantrekkelijk vormgegeven boek met ontelbare anekdotes – maar minder gefundeerd dan de eerdere twee boeken.

4. Tot slot een ‘instapper’, maar barstensvol interessante informatie: F. Delamare & B. Guineau, Colour, Making and Using Dyes and Pigments (£7.95/€11.25).

5. Wie meer wil weten over de slachtoffers die de mode in de vorige eeuwen maakte, koopt Alison Matthews David’s fraai geïllustreerde Fashion Victims, The Dangers of Dress Past and Present uit 2015.

Lees over dit onderwerp ook op Modemuze Het gif van de kle­ding­in­du­strie door Laura Broersma en Schit­te­ren in gas­licht door Tessel Dekker.

 

Doe een aanvulling

Vul deze informatie aan of geef een reactie

9
 
Auteur
Conservator kostuum Rijksmuseum
Datum
14 maart 2017