In gesprek met: meesterkleermaker Daan Wieman

Met een vader en grootvader die beiden in het kleermakersvak zaten kwam Daan Wieman al vroeg in aanraking met het maken van kostuums.  Tijdens het lustrum van de Nederlandse Kostuumvereniging nam hij het publiek mee op reis om de verborgen elementen in herenkostuums bloot te leggen. Modemuze stelde hem na de lezing nog wat vragen.

Als achtjarige zat Daan Wieman in de kleermakerswerkplaats van zijn vader en was hij er zich voor het eerst van bewust dat hij het kleermakersvak in wilde. Hij zag zijn vader werken aan het binnenwerk van het kostuum en dacht dat hij dat nooit zelf zou kunnen. “Toen was ik me er voor het eerst van bewust dat ik dat wilde leren,” vertelt Wieman.  “Daar zijn toen nog jaren overheen gegaan maar na de MULO besloot ik aan de kunstacademie te gaan studeren om theaterontwerper te worden. Maar na een jaar bleek dat eigenlijk te abstract voor de levensfase waar ik in zat. Op aanraden ben ik de kleermakersvakschool gaan doen. De bedoeling was dat ik dat een paar jaar ging doen en dan terug zou komen op de academie. Die paar jaar zijn er acht geworden met een meesterdiploma op zak.”

Meesterdiploma

Met een meesterdiploma heb je de kennis en kunde om een compleet rokkostuum, jacquet en allerlei moderne herenkleding te maken. Maar Wieman zijn eigen interesse ging ook uit naar de historie van de kleding. “Daar ging ik heel diep in en werd ik geholpen door de mensen van het (toen nog bestaande) kostuummuseum. Die zagen me tijdens een van de shows van mijn school en nodigden me uit om eens te komen kijken om meer van de kostuumhistorie te leren. Toen ben ik gaan kijken en was ik daarna regelmatig op dinsdag- en donderdagmiddag in het museum. Daar heb ik veel geleerd. Alles wat ik daar zag daar maakte ik schetsen van en dat probeerde ik thuis uit. Die nieuwsgierigheid heb ik gehouden. Toen ben ik lid geworden van de Nederlandse Kostuumvereniging  en heb ik ook veel steun gehad van Jacoba de Jonge.”

Daan Wieman tijdens het NKV Lustrum 2016. Foto:©Kenny Nagelkerke

Ontwerpen voor het theater

Inmiddels werkt Wieman al 28 jaar bij het Nederlands Theater. Met een Zilveren Krommer op zak, een prijs voor toneeltechnici die al 25 jaar in het vak zitten, geniet hij nog steeds van zijn beroep. Het leukste vindt hij de diversiteit die het met zich meebrengt. “We werken niet alleen voor het Nederlands Toneel maar ook voor het DeLaMar theater, Nederlandse filmproducties, opera en ballet. Je werkt steeds aan een ander facet van het beroep en het is niet altijd alleen maar historisch. Het is een breed maar ook moeilijk vak.”

Om een goede meesterkleermaker te zijn voor het toneel moet je ook veel vaardigheden onder de knie krijgen. Zo moet je alle moderne- en historische naaitechnieken leren, goed kunnen patroontekenen en heel goed kijken. Verder heb je veel geduld en doorzettingsvermogen nodig. Ook moet je goed tegen kritiek kunnen. “Ik ben zelf altijd mijn grootste criticus”, vertelt hij. “Als er twintig mensen roepen dat ze het enig vonden, dan weet ik zelf nog wat er fout ging. Maar dat kan je naderhand veranderen. Filmproducties, die zijn vaak genadeloos. Dan weet je meteen of het je eigen fout is of dat de acteur teveel gegeten heeft.  De aankleding kan veel betekenen voor de acteurs. Er wordt bijvoorbeeld vaak gezegd dat er niet persé een binnenzak in hoeft voor het toneel, maar als je het kan maken, waarom niet? Je merkt meteen aan de acteurs dat ze zich door de aankleding serieus genomen voelen en dat speelt lekkerder. Ook actrices die onzeker zijn over bepaalde lichaamsdelen kun je goed begeleiden met de aankleding en dat komt ook over op het toneel.”

Modekleding vs. theaterkleding

Volgens Wieman is er maar een klein verschil tussen het reguliere kleermaken en kleermaken voor het toneel. “Theater is vaak een grote schets en heeft een meer uitgesproken vorm, iets wat je vaak niet op straat kunt dragen. Het is een modebeeld neerzetten dat eigenlijk geen mode is met alles erop en eraan. Als een hele groep in de kostuums over straat zou gaan is het logisch, maar zodra er maar één in zo’n kostuum over straat zou gaan wordt het toch als iets geks gezien.”

Binnenkant van het heren colbert dat Wieman liet zien tijdens zijn presentatie. Foto:©Kenny Nagelkerke

Veel meer, voor minder

In het vakgebied vinden ook veel ontwikkelingen plaats, vertelt Wiemans. “Men wil in ons vakgebied veel meer, voor veel minder. Minder vaklui, die meer moeten doen. Vaak wordt ook geprobeerd om kostuums via internet te bestellen die vervolgens omgebouwd moeten worden zodat het er op toneel goed uitziet. Met confectietechnieken een toneel aankleden is minder leuk. Twintig kostuums maken of twintig gekochte kostuums vermaken, het is allebei veel werk.”

Ook noemt hij de ontwikkelingen die er zijn rond jongeren en het theater. Volgens hem komen die vanzelf, maar vaak als ze wat ouder zijn. “Ik ken veel jonge mensen die graag naar het toneel gaan, waaronder mijn eigen kinderen. Maar die hebben dat natuurlijk meegekregen van thuis. Ze gingen vaak mee naar het atelier omdat we geen kinderopvang hadden. Dan gingen ze lekker in een hoekje zitten knutselen. Als we dan gingen kijken naar hoe het was geworden dan gingen ze ook in de zaal erbij zitten.”

Toekomstvisie

Wieman heeft hoop voor de toekomst voor het vak van meesterkleermaker en zijn ze op verschillende niveaus bezig om het ambacht weer terug op de kaart te zetten. “Het ministerie van Onderwijs is hard bezig geweest om alle ambachten de nek om te draaien. Dat begon eind jaren zeventig en ging door in de jaren tachtig. Eind jaren tachtig ging dat echt hard. Het kleermakersvakonderwijs richtte zich toen erg op confectietechnieken. Ik werd als leerling uitgelachen omdat ik wilde leren hoe je dat losse binnenwerk maakte. Dat plakken kwam later wel en dat heb ik uiteindelijk ook geleerd. Ik wilde eerst de basis leren. Dan werd ik uitgelachen door mijn medeleerlingen maar ik was autistisch genoeg om daar tegen te kunnen. Dezelfde jongens van toen vragen mij nu om les te geven bij hun op school en aan de jonge docenten uit te leggen hoe het nou precies allemaal zit.”

Zie voor kleding die Daan Wieman recent maakte bv. foto's van repetities van het Nationale Toneel.

Aanvullingen

Leuk artikel :-)

Meesteropleiding Coupeur is gezegend met Daan als extern begeleider van gezellen die hun meesterproef maken. Ongekend gepassioneerde leermeester.

Doe een aanvulling

Vul deze informatie aan of geef een reactie

5
2
Auteur
Student Journalistiek
Datum
13 november 2016
Doorzoek de website met tags
kleermakerkleermakerijtheater