Een ladder in je kous

Controleren van nylonkousen, 1945, Malmö Strumpfabrik. Foto: Erik Liljeroth.

De zomer is voorbij en de komende maanden lopen we weer in een panty. Vijftig, zestig jaar geleden was het ook ’s zomers echt niet netjes om met blote benen te lopen. Je was pas gekleed als je kousen droeg.

New York aan je voeten

Na het einde van de Tweede Wereldoorlog in 1945 kwamen, ook in ons land, steeds meer nylon kousen op de markt. In de naam nylon staan de eerste twee letters voor de stad New York. Daar werden de eerste nylon kousen geïntroduceerd op de Wereldtentoonstelling van 1939.

Ze leken op luxe zijden kousen, maar hadden het grote voordeel dat ze elastisch waren. Daardoor sloten ze veel mooier om de benen dan machinaal gebreide katoenen, wollen en zijden kousen die al veel langer op de markt waren. Al gauw werden in Amerika grote hoeveelheden nylons geproduceerd en verkocht.

Advertentie voor nylonkousen, Algemeen Handelsblad 12 september 1952.
Advertentie voor nylonkousen, Algemeen Handelsblad 12 september 1952.

Luxe en ladders

Die eerste nylons waren niet goedkoop, al varieerden de prijzen afhankelijk van de kwaliteit. De mooiste paren kostten rond 1950 al gauw rond de tien gulden, een heel bedrag in die tijd. In 1955 adverteerde 'De Kousenbar' in Haarlem nog met een prachtcollectie nylons en prees deze speciaal aan als cadeau voor Moederdag. Dat wijst er wel op dat het nog enigszins een luxeartikel was. Als je een ladder in een kous kreeg loonde het dan ook de moeite om die ‘op te halen’, ofwel te repareren. Dat ophalen kon je zelf thuis met de hand doen, met een speciale laddernaald. Maar er waren ook bedrijven die deze reparatiedienst aanboden en daarvoor machines hadden.

Kousenreparatiemachine (inventarisnummer: N.43000), ca. 1950, schenking door mevrouw Van der Maat, collectie Nederlands Openluchtmuseum.
Kousenreparatiemachine (inventarisnummer: N.43000), ca. 1950, schenking door mevrouw Van der Maat, collectie Nederlands Openluchtmuseum.

De kousendokter

Het Nederlands Openluchtmuseum bezit een kousenreparatiemachine met een aantal toebehoren, waaronder verschillende kleuren nylon garen en een lamp waarmee de ladder beter opgespoord kon worden. Deze is gebruikt door mevrouw Van der Maat. In 1950 kwam zij op haar vijftiende jaar als hersteller van nylon kousen in dienst bij 'De Kousendokter' aan de Grote Kerkstraat in Hoogeveen. Ze werkte daar samen met een aantal andere meisjes. Het ophalen van een ladder kostte in die jaren ongeveer 10 cent. Toen mevrouw Van der Maat later naar Oosterbeek verhuisde, ging zij als thuiswerk kousen repareren voor schoenenwinkel Van Scherrenburg. Van Scherrenburg zorgde ook voor de reparatiemachine van het merk Maskita Frill.

Toen in de jaren tachtig van de vorige eeuw nieuwe kousen en panty’s steeds goedkoper werden en steeds minder mensen hun kousen lieten repareren stopte mevrouw Van der Maat met het werk voor Van Scherrenburg. Bij haar afscheid kreeg zij de reparatiemachine van het bedrijf cadeau. Privé bleef zij die nog lange tijd gebruiken, tot enkele jaren geleden. In dit filmpje laat zij zien hoe het ophalen van een ladder in zijn werk ging.

Doe een aanvulling

Vul deze informatie aan of geef een reactie

7
 
Auteur
Conservator kledingcollectie Nederlands Openluchtmuseum
Datum
4 oktober 2017