Een bijna vergeten rouwgebruik op Marken

Afb.1 Twee meisjes in Marker streekdracht. Het rechter meisje is in zware rouw. Ingekleurde ansichtkaart uit de collectie van het Nederlands Openluchtmuseum (N.11979)

Op het voormalige eiland Marken is de streekdracht als dagelijkse dracht zo goed als verdwenen. De Marker dracht kende net als andere Nederlandse streekdrachten een grote gelaagdheid. Wat mij in deze dracht intrigeert, is het bijna vergeten gebruik om de kindermuts bij zware rouw te bedekken met een extra onderdeel. De muts wordt hierdoor namelijk grotendeels aan het zicht onttrokken.

De opbouw van de kindermuts

De Marker kindermuts bestaat uit zes onderdelen (afb.2). Deze onderdelen worden één voor één op het hoofdje vastgezet. Over het haar komt de onderhul (afb. 3), een driehoekige witte lap die met bandjes om het hoofd wordt vastgestrikt. Op de onderhul wordt de blinker, een lapje van rood baai (wollen stof) gespeld. Daarover gaat de hullekap; een driehoekige lap van witte, transparante stof met kant aan de voorzijde. De rode blinker onder de hullekap laat het patroon van de kant duidelijk uitkomen. Vervolgens wordt de witte orenkap over het achterhoofd geschoven. Over de orenkap komt het gedessineerde mutsje dat met een keelband wordt vastgezet.

Aan dit laatste mutsje is te zien of je met een jongen of een meisje te maken hebt. Het meisjesmutsje bestaat uit drie patroondelen. Bij jongens is de muts gemaakt van zes patroondelen die straalsgewijs naar het midden in een punt uitlopen. Jongens dragen de kindermuts tot het zevende jaar, waarna ze overgaan op een hoed of pet. Meisjes verwisselen de kindermuts op hun zestiende voor de vrouwenmuts.

Afb. 2 De opbouw van de Marker kindermuts, detail uit een tekening van Theo Molkenboer (Nederlands Openluchtmuseum PR.10104)
Afb. 2 De opbouw van de Marker kindermuts, detail uit een tekening van Theo Molkenboer (Nederlands Openluchtmuseum PR.10104)

Rouw

Na een sterfgeval in de familie gingen zowel volwassenen als kinderen in de rouw. Bij rouw was de hullekap (het derde onderdeel van de muts) van ondoorzichtige stof en was deze slechts afgezet met een eenvoudig, smal kantje. Het mutsje was vrijwel geheel zwart, met een enkel wit stipje of motiefje. Soms was er sprake van zware rouw, bijvoorbeeld na het overlijden van één van de ouders van het kind, of van een broer of zus. In dat geval werd aan de zes onderdelen van de kindermuts een extra onderhul als zevende onderdeel toegevoegd. Deze extra onderhul werd over de andere onderdelen gebonden en kwam met het zwarte randje tegen het zwarte randje van de eerste onderhul. Hiermee onttrok deze tweede onderhul vrijwel alle onderliggende onderdelen aan het oog. Alleen aan de achterzijde was nog iets van het gedessineerde mutsje te zien. Het gebruik om bij zware rouw de muts te bedekken met een onderhul gold vanaf het moment dat het kind kon lopen.

Afb. 3. Onderhul, in 1943 verworven door het Nederlands Openluchtmuseum (K.379-43)
Afb. 3. Onderhul, in 1943 verworven door het Nederlands Openluchtmuseum (K.379-43)

Afb. 4 Bedekken van kindermuts met onderhul bij zware rouw ca. 1947. Links een jongen onder de 5 jaar in rokkendracht, rechts een jongen van 5-7 jaar in zomerdracht. Details uit gouaches van Jan Duyvetter (Nederlands Openluchtmuseum PR.19212 en PR.19215)
Afb. 4 Bedekken van kindermuts met onderhul bij zware rouw ca. 1947. Links een jongen onder de 5 jaar in rokkendracht, rechts een jongen van 5-7 jaar in zomerdracht. Details uit gouaches van Jan Duyvetter (Nederlands Openluchtmuseum PR.19212 en PR.19215)

Met het verdwijnen van de Marker kinderdracht als dagelijkse dracht is het gebruik om de muts te bedekken met een onderhul verdwenen. Wanneer de Marker kinderen voor een speciale gelegenheid, zoals Koningsdag, weer door hun moeder of grootmoeder in dracht gestoken worden is dit (vrijwel) nooit rouwdracht. Met het verdwijnen van de kinderrouwdracht uit het straatbeeld verdwijnt de kennis over dit onderwerp ook langzaam uit het collectieve geheugen van de Marker gemeenschap.

Doe een aanvulling

Vul deze informatie aan of geef een reactie

3
 
Auteur
Specialist Staphorster volkscultuur, documentalist Nederlands Openluchtmuseum
Datum
24 oktober 2016