De Kachelpijpketting: draagbaar en democratisch?

Het Kachelpijpcollier of Stovepipe necklace uit 1967 van Nederlands ontwerpersduo Gijs Bakker en Emmy van Leersum lijkt op het eerste oog niet op een gewone ketting. Zoals de naam doet vermoeden is de ketting gemaakt uit een stuk kachelpijp en omgevormd tot een draagbaar sieraad. De specifieke paarse kleur was te danken aan een speciale en ongewone behandeling, namelijk anodiseren.[1] Deze zogenaamde Kachelpijpketting stond al snel symbool voor nieuwe mogelijkheden die ontwerpers zich eigen maakten op het gebied van techniek en materiaal.

Tegenwoordig is men meer gewend aan excentriek design, maar in de jaren zestig waren deze ontwerpen een ware breuk met de tradities. De Nederlandse ontwerpers (afb. 2) maakten furore met hun bijna buitenaardse aanpak in sieradenontwerp en zorgden voor veel spannende en nieuwe ontwikkelingen binnen het ambacht.

Afb. 2. Gijs en Emmy in atelier in Amersfoort, foto uit een reeks kunstenaarsportretten, 1971-1972. Foto: Eva Besnyö. Bron: Stedelijk.nl.
Afb. 2. Gijs en Emmy in atelier in Amersfoort, foto uit een reeks kunstenaarsportretten, 1971-1972. Foto: Eva Besnyö. Bron: Stedelijk.nl.

Het ontwerpersduo was onderdeel van een beweging van upcoming designers, ook wel Hollands Glad genoemd, die zich afzette tegen de traditionele invulling en betekenis van het sieraad. Tot de jaren zestig was een sieraad vaak alleen toegankelijk voor de rijkere klassen en onderschreef deze de status van de drager. Bakker en Van Leersum wilden deze conventie een andere dimensie geven. Niet alleen het ontwerpersduo hield zich bezig met het in twijfel trekken van de gevestigde orde; ook designers zoals Nicolaas van Beek, Onno Boekhoudt en Françoise van den Bosch zette zich hiervoor in. De Kachelpijpketting wordt vaak aangeduid door kunst- en designhistorici als een van de belangrijkste binnen het oeuvre van Nederlands sieraden en mode design.[2] Deze design stroming trachtte een sieraad te maken dat voor iedereen toegankelijk zou zijn. Maar hoe democratisch en bereikbaar was dit ontwerp eigenlijk?

Sieradenontwerp voor en tijdens the Swinging Sixties

Vóór de jaren '60 werden sieraden ofwel in massaproductie vervaardigd of in een atelier. Dit zorgde voor een strikte scheiding tussen sieraden voor de arbeidersklasse en een meer welvarende klasse. Deze tweedeling werd verder versterkt door de plaatsen waar deze te zien of te koop waren. De in grote getalen geproduceerde sieraden waren relatief betaalbaar voor de middenklasse en konden op veel plaatsen worden aangeschaft. Daarentegen werden de traditionele en exclusieve sieraden tentoongesteld in musea of galeries en vrijwel alleen bekeken en gekocht door de rijke elite. In de jaren zestig werd er getracht, door initiatieven van bijvoorbeeld ontwerpers van Hollands Glad, deze tweedeling minder scherp en democratischer te maken.

Afb. 3. Kachelpijpcollier en armband gedragen door sixties model Sonja Bakker. Foto: Matthijs Schrofer, 1967. Bron: NRC.nl.
Afb. 3. Kachelpijpcollier en armband gedragen door sixties model Sonja Bakker. Foto: Matthijs Schrofer, 1967. Bron: NRC.nl.

In de jaren '60 neemt democratisering in allerlei maatschappelijke debatten een vlucht. Niet alleen in sieradenontwerp, maar ook in kleding, popmuziek, massaconsumptie, protesten en man-vrouwverhouding werd de kloof tussen arm en rijk kleiner. Deze turbulente jaren worden vaak beschreven als de Swinging Sixties.[3] Nederland groeide al snel uit tot een land waar democratische waarden hoog in het vaandel stonden en de protestbewegingen een inspiratiebron vormden voor de vele Nederlandse ontwerpers.[4]

De nieuwe lichting ontwerpers gebruikten de innovatieve materialen als middel om deze democratisering kracht bij te zetten. Het uitdragen van dit nieuwe gedachtegoed was een visuele breuk met het verleden. Door het gebruik van voor deze tijd alledaagse doch relatief nieuwe materialen, zoals aluminium, werden gangbare edelmetalen in twijfel getrokken. Andere nieuwe materialen waren bijvoorbeeld nylon, kurk, PVC en kunststof en werden verwerkt in kleding, interieur en sieraden. Deze nieuwe materialen zorgden er in sommige gevallen voor dat de prijs van bijvoorbeeld een armband goedkoper werd. Verder leidde dit tot sieraden die in vorm en omvang sterk afweken van de tot dan toe heersende normen in sieradenontwerp.

Een sieraad voor iedereen

Dit is ook terug te zien in het model van het Kachelpijpcollier. De ketting kon door zijn lichte gewicht dermate groot worden gemaakt dat deze een geheel nieuwe stijl kon visualiseren. Hiermee werd de norm zoals die gold vóór de jaren zestig worden bevraagd en opnieuw worden bepaald. Volgens Van Leersum was het sieraad een uiting van iemands karakter en mocht daarom ook in een ongebruikelijke vorm en materiaal worden gemaakt.[5] Het sieraad moest een persoonlijke uiting worden, geen teken van welvaart. Het armsieraad in afbeelding 4 is nog een voorbeeld hoe met een nieuwe vorm, andere vormen van sieraadversiering werden onderzocht.

 

Bakker en Van Leersum creëerden binnen de beweging van het Hollands Glad een nieuwe vormentaal, die ten grondslag lag aan hun ontwerpen.[6] Het gladde, metalen karakter van de verschillende ontwerpen van het duo toonden wel degelijk een breuk met de toentertijd heersende trend.

Daarnaast bedachten Bakker en Van Leersum de total look. Deze look integreerde het design met een bepaald kledingstuk. Zoals in afbeelding 3 en 5 te zien is, ontwierpen ze niet alleen een sieraad, maar een geheel. Deze ‘outfit’ zou volgens het tweetal de persoonlijkheid van de draagster moeten uitdragen. Volgens Van Leersum was deze integratie van het sieraad en mode een ongewone stap, terwijl deze voor haar juist zo sterk gerelateerd aan elkaar waren.[7] In afbeelding 5 is een design van Bakker en Van Leersum weergegeven waarbij het sieraad en de jurk elkaar ‘nodig hebben’ om gedragen te kunnen worden en een geheel te vormen. Dit ontwerp kwam uit dezelfde collectie als de Kachelpijpcollier.

Collier voor de liefhebber

In het beschrijven van de idealen van Hollands Glad, inclusief Bakker en Van Leersum, wordt tot dusver een rooskleurig beeld geschept van het tot stand komen van deze denkbeelden. Toch zijn deze strakke designs geen onderdeel geworden van de garderobe van de gewone vrouw en man in de jaren '60. Hoewel er door kunst- en designcritici werd betoogd dat deze ontwerpen revolutionair en democratisch waren, werd dit door de middenklasse niet zo ervaren.[8] Om democratisch te zijn, zo stelden kunsthistorici Gert Staal en Hester Wolters in de jaren '80, moet een ontwerp draagbaar, makkelijk verkrijgbaar en snel reproduceerbaar zijn.[9] Voor de Kachelpijpketting gold dit in ieder geval niet.

Allereerst nam het vervaardigen van elk ontwerp van het ontwerpersduo vele uren, zo niet dagen, in beslag. Alle ontwerpen werden met de hand vervaardigd. Ondanks de pogingen van de ontwerpers de verkoopprijs zo laag mogelijk te houden, resulteerde dit in een vraagprijs die voor de middenklasse vrijwel niet te betalen was. De prijs van het sieraad in 1967 is niet bekend, maar in stukken van het Museum Bellerive in Zurich staat beschreven dat de ketting in 1971 voor een grove fl. 1000 werd verkocht.[10]

Afb. 5. Schouderontwerp van Van Leersum, 1966.
Afb. 5. Schouderontwerp van Van Leersum, 1966.

Doordat het collier vaak alleen te bewonderen was in musea en galeries betekende dit dat het alleen voor een kunstminnend publiek te bewonderen was. De ketting sloot niet aan op de wensen van de jongere generatie in de jaren '60, die zich vooral bezighield met de nieuwste confectietrends. Daarnaast was de ketting voornamelijk in kunst- en designgerichte tijdschriften te zien, waardoor deze ontwerpen aan de meeste mensen voorbij gingen.

Naast het feit dat het sieraad voor de gewone man onbereikbaar was, kan men zich afvragen of dit sieraad ook daadwerkelijk draagbaar is. Hoewel het aluminiumgebruik zorgt dat de ketting niet heel zwaar is, beperkt de grote omvang wel de bewegingsvrijheid van de drager. De ketting kan meer als een soort statement piece worden betiteld. Men kan stellen dat de Kachelpijpcollier symbool staat voor nieuwe veranderingen binnen het ambacht van het sieraad, maar in de uiteindelijke vervaardiging dit niet geheel naleefde.

Uiteindelijk werd de ketting iets voor de Nederlandse kunstminnaar die bereid was deze prijs neer te tellen voor een ‘stuk draagbaar kachelpijp’, en kan al met al worden gesteld dat het geen voorbeeld is van democratisch design. De ‘wearable piece of stove’ kan worden gezien als een ontwerp dat brak met tradities en een nieuwe vormentaal voorstelde. Helaas bleek de boodschap die Bakker en Van Leersum uit probeerden te dragen, vooral beperkt tot een selecte en voornamelijk kunstminnende groep.

Toch is er zeker te prijzen dat deze ontwerpers een nieuwe wending aan het ambacht durfden te geven. Er kan worden gesteld dat er door middel van een uitgesproken ontwerp naar een nieuwe betekenis van het moderne sieraad werd gezocht, welke geheel binnen de tijdgeest van de jaren '60 past. Niet alleen in de jaren kort erna, maar tot op de dag van vandaag dienen de designs van Bakker en Van Leersum als inspiratiebron voor hedendaagse ontwerpers. De kachelpijpketting is in 1990 aangekocht door het Centraal Museum en is in langdurig bruikleen bij het Rijksmuseum. Tot op heden is het collier in het echt te bewonderen als onderdeel van de Special Collections in het Rijksmuseum.

Literatuur

Boot, M., De show van Gijs+Emmy, Rotterdam (nai010 uitgevers) 2014.

Notes made by Atelier voor Sieraden Emmy van Leersum / Gijs Bakker +/- 1970, Nationaal Ontwerp Archief provided by Wil van Gils.

Staal, G. and Wolters, H., Holland in Vorm; Dutch Design 1945-1987, Den Haag (Stichting Holland in Vorm) 1987.

Unger, M., Het Nederlandse sieraad in the 20ste eeuw, Bussum (Uitgeverij Toth) 2004.

Raizman, D., History of Modern Design (2003), London (Laurence King Publishing) 2010 (2nd edition).

Rijksmuseum, ‘Stovepipe necklace, Gijs Bakker, 1967’, 2015. (Langdurige bruikleen Centraal Museum)

Film

De show van Gijs+Emmy, Lex Reitsma (direction), 2014, nai010 uitgevers.


[1] Boot 2014, p. 11.

[2] Boot 2014, p. 11.

[3] Raizman 2010, p. 330.

[4] Unger 2004, p. 340.

[5] De show van Gijs+Emmy 2014.

[6] Boot 2014, p. 87.

[7] De show van Gijs+Emmy 2014.

[8] Staal and Wolters 1987, p. 198.

[9] Staal and Wolters 1987, p. 198.

[10] Notes made by Atelier voor Sieraden +/- 1970.

Doe een aanvulling

Vul deze informatie aan of geef een reactie

 
 
Auteur
MA Design Cultures
Datum
15 augustus 2016