Alles of niets #2: Een sieradententoonstelling vol tomeloze energie

Spinakerdoek, Beppe Kessler, collier, spinakernylon, 1985 (Collectie Museum Arnhem).

Gepassioneerd, toegewijd en met een eigen visie op sieraadkunst; het opbouwen van een privécollectie betekende voor Jurriaan van den Berg (1943-2016) alles of niets. Met ruim 600 objecten was de collectie moderne sieraden van Van den Berg een van de grootste particuliere collecties in Nederland. In 2008 en 2009 schonk hij hieruit 250 sieraden aan Museum Arnhem die naar zijn mening een goede, zo niet noodzakelijke, aanvulling op de bestaande collectie waren. Een selectie uit deze schenking, aangevuld met prachtige bruiklenen van de familie Van den Berg, is vanwege de verbouwing en sluiting van Museum Arnhem van 28 januari tot en met 29 april 2018 te zien in CODA Museum Apeldoorn. Dit blog, welke de tweede is in een serie van drie, aandacht voor de tentoonstellingen die Jurriaan van den Berg maakte in de Nederlandsche Bank.

Hoofdbeeld: Spinakerdoek, Beppe Kessler, collier, spinakernylon, 1985 (Collectie Museum Arnhem).

Collier, Herman Hermsen, pvc, glasstenen, 1989 (Collectie Museum Arnhem).
Collier, Herman Hermsen, pvc, glasstenen, 1989 (Collectie Museum Arnhem).

Tentoonstellingen maken in De Nederlandsche Bank

Jurriaan van den Berg werkte vanaf de jaren 90 als grafisch vormgever bij De Nederlandsche Bank. Hier kreeg hij tussen 1998 en 2005 vijf keer de mogelijkheid zijn collectie sieraden te presenteren in het bedrijfsrestaurant. Hij stelde deze tentoonstellingen samen met tomeloze energie en hij verzorgde zelf de begeleidende teksten, folders en rondleidingen. Geïnteresseerden konden deze tentoonstellingen bezoeken. Dit was een bijzondere ervaring voor velen; op afspraak kon men officieel met het paspoort door de entree van De Nederlandsche Bank.

Van den Berg was van mening dat, hoewel er in binnen- en buitenland in de media aandacht werd gegeven aan het Nederlandse Sieraad, dat de brede belangstelling van het publiek uit bleef. Hij zette zich dan ook vol overgave in om hier verandering in te brengen. Op de vraag of Van den Berg dacht met zijn tentoonstelling de leek enthousiast te kunnen maken voor het moderne sieraad antwoordde hij bescheiden: ‘Dat weet ik niet, maar als ik er één over de streep kan trekken ben ik tevreden.’

Armband, Lous Martin, nikkelzilver, 1969 (Collectie Museum Arnhem).
Armband, Lous Martin, nikkelzilver, 1969 (Collectie Museum Arnhem).

Origineel en Beeld

De eerste tentoonstellingen maakte Van den Berg in 1998, naar eigen zeggen op aandringen van Marion Herbst en Onno Boekhoudt. Met deze tentoonstellingen gaf hij zijn visie op de ontwikkeling van het moderne sieraad in Nederland, plaatste de ontwikkelingen in een cultuurhistorisch perspectief en droeg zijn enthousiasme en kennis over op de bezoeker.

De presentatie Origineel en Beeld (17 augustus tot 12 september 1998) toonde de ontwikkelingen tot 1975 met werk van onder andere Nicolaas Thuys, Gijs Bakker, Emmy van Leersum, Nicolaas van Beek, Françoise van den Bosch, Lous Martin en Hans Appenzeller. Origineel en Beeld concentreerde zich op de sobere, geometrische vormgeving die op dat moment het beeld bepaalde. Tegelijkertijd gaf de tentoonstelling een idee van de eerste stappen die werden gezet op weg naar een meer persoonlijke benadering van het sieraad. Hierover schreef Van den Berg zelf in de begeleidende folder bij de tentoonstelling: ‘In de roerige jaren zestig ontstaat onder andere door provocaties, de bezetting van het Maagdenhuis en de Aktie Tomaat in de Stadsschouwburg, een klimaat voor maatschappelijke vernieuwingen. Ook op het gebied van beeldende en toegepaste kunst. De traditionele vormen en kostbare materialen worden door de jonge sieraadontwerpers overboord gegooid. Idee, vorm en functie zijn de belangrijkste uitgangspunten. Emmy van Leersum en Gijs Bakker kiezen voor gestandaardiseerde aluminium buis die in de handel te koop is. Minimale ingrepen in het materiaal zoals ‘vouwen’ en zagen, bepalen de vorm.’

Collier, Nel Linssen, papier, 1988 (Collectie Museum Arnhem).
Collier, Nel Linssen, papier, 1988 (Collectie Museum Arnhem).

Supplement

Van den Berg probeerde de ontwikkelingen binnen de sieraadvormgeving op geordende en chronologische wijze aan het publiek te tonen. De tentoonstelling Supplement (14 september tot 10 oktober 1998) besloeg na Origineel en Beeld de periode van 1975 tot 1993 en toonde werk van onder andere Ruudt Peters, Mecky van den Brink, Herman Hermsen, Peggy Bannenberg, Nel Linssen, Beppe Kessler en Philip Sajet. Op de tentoonstelling was ongeveer de helft van de collectie van Van den Berg te zien, verdeeld over negen vitrines. Met deze selectie toonde Van den Berg de terugkeer van de persoonlijke benadering van het sieraad en de manier waarop uiteenlopende materialen werden toegepast en verwerkt. Hierover schreef hij zelf in de begeleidende folder:

‘Sommige betreden andere vakgebieden, zoals de mode door Joke Brakman en Claudie Berbée, zij verkennen het grensgebied tussen textiel en sieraden, of beeldende kunst door Beppe Kessler, die het schilderen als beeldende inbreng toepast voor haar werk. Waardoor er een integratie plaats vindt met andere disciplines. Eind jaren tachtig treedt meer en meer het verhalende sieraad naar voren. Annelies Planteydt en met name Philip Sajet is daar een goed voorbeeld van. Die door hun ambachtelijke achtergrond een nieuwe uitdrukking aan het edelmetaal geven. Deze fase in het sieraad vormt de begrenzing van de verzameling.’

Doe een aanvulling

Vul deze informatie aan of geef een reactie

5
 
Auteur
Conservator Sieraden - CODA / Museum Arnhem
Datum
7 maart 2018