Modemuze X Volkskrant: Pofmouw

In samenwerking met de Volkskrant publiceert Modemuze elke week een themapagina die aansluit bij het artikel 'Voorlopers' van Wieteke van Zeil uit de zaterdageditie van de krant. In 'Voorlopers' worden hedendaagse modeverschijnselen besproken met een link naar het verleden. Dit keer is het thema: pofmouwen.

6
 
Link

Elk stijlicoon heeft zijn archetypische voorlopers. Die van zakenvrouw Iman komen uit een ver en minder ver verleden.

Rijksmuseum Amsterdam
favoriet  0
 
Collectie

Door overlevering in de familie van de schenker weten we dat dit een trouwjurk is die in 1822 is gedragen.

Amsterdam Museum
favoriet  0
 
Collectie

Empire japon van wit katoen met een kort lijfje en een brede open geborduurde rand.

Rijksmuseum Amsterdam
favoriet  0
 
Collectie

Deze in meerdere ‘poffen’ (opbollingen) opgedeelde mouwen worden mammelukken-mouwen genoemd. Zij kwamen omstreeks 1808 in de mode.

Rijksmuseum Amsterdam
favoriet  0
 
Collectie

In het eerste kwart van de 19de eeuw werden vaak gewatteerde rollen (rouleaus) gebruikt om japonnen te versieren.

Jacques-Louis David, De Kroning van Napoleon, 1805-1807, Musée du Louvre
favoriet  1
 

Sluike japonnen met hoge taillelijnen, fijn geborduurde sjaals en kapsels in Romeinse stijl. Voor de empiremode was onder andere de Klassieke Oudheid een belangrijke inspiratiebron. 

Amsterdam Museum
favoriet  0
 
Collectie

Los mouwtje van linnen. Ingerimpeld op bandje (ook van linnen). Stijl: pofmouw.

Gemeentemuseum Den Haag
favoriet  0
 
Collectie

Japon van blauw/goudkleurig gestreepte zijde, garnering één rouleau en geschulpte rand boven rokzoom in paars/blauwe zijde

Afb. 1 Japon in neo-empire stijl, ca. 1905-1906, collectie Rijksmuseum Amsterdam.
favoriet  0
 

Mode grijpt al eeuwenlang terug op stijlen uit het verleden. Vooral in de 19de eeuw namen neostijlen een vogelvlucht. In deze blog worden een aantal neo-silhouetten besproken die ooit heel eigentijds waren, maar toch terug grepen op een eerdere mode.

Amsterdam Museum
favoriet  0
 
Collectie

Modieus lijfje van changeant zijde in donkerbruin en zwart, met ingeweven geometrisch motief. De mouwen vallen wijd.

Gemeentemuseum Den Haag
favoriet  0
 
Collectie

Japon van roodbruine zijde rokzoom afgezet met 8 horizontale 'rouleaux', ruime kopmouw

Museum Rotterdam
favoriet  0
 
Collectie

Meisjesjurk van lilapaarse katoen met een opdruk van kleine streepjesfiguurtjes in bordeauxrood en wit in horizontale banen.

Gemeentemuseum Den Haag
favoriet  0
 
Collectie

Japon van bedrukte katoen, lila met witte uitsparingen met groene takjes en rood/zwarte boeketjes, gigot- of schapepootmouwen, gegarneerd met strik

Gemeentemuseum Den Haag
favoriet  0
 
Collectie

Japon van wit katoen bedrukt met blauw kriebelpatroontje met pelerine en ceintuur van de stof, lange schapenboutmouwen

Rijksmuseum Amsterdam
favoriet  0
 
Fries Museum
favoriet  0
 
Collectie

Biedermeier jurk van bedrukt katoen met schapenboutmouwen, bruin met rood-groen gebloemd banen en bijpassende pelerine kraag met ruche (B)

Fries Museum
favoriet  0
 
Collectie

Schootjak van zwart zijde met wijde pagodemouwen, afgezet met lint en fluweelband

Centraal Museum
favoriet  0
 
Collectie

001: lijfje

002: rok

003: chemisette van fijn neteldoek met kanten kraagje er aan

Gemeentemuseum Den Haag
favoriet  0
 
Collectie

Japon van groen/bruine changeant zijde, lijfje met ruime pagodemouw, gegarneerd met geplooide groen zijden stroken, brede volants op de rok van gro

Centraal Museum
favoriet  0
 
Collectie

De ondermouwen zijn van een ruime baan tule, die aan boven- en onderkant ingerimpeld is.

Centraal Museum
favoriet  0
 
Collectie

Twee tulen mouwen met blauwe linten, pagodemouwen.

Centraal Museum
favoriet  0
 
Collectie

Tule ondermouwen met zwarte kant en zwarte entre-deux. Kleine oprijgjes in tule kop. Een ondermouw met wijd uitwaaierende kop.

Amsterdam Museum
favoriet  0
 
Collectie

Zwart lijfje voor een japon, hooggesloten, lange mouwen met een pofmouw en schoot achter. Knoopsluiting middenvoor met zeven fluwelen knopen.

Amsterdam Museum
favoriet  0
 
Collectie

Lijfje van bordeauxrode zijde. Wijd model, met ingerimpeld opstaand boordje.

Amsterdam Museum
favoriet  0
 
Collectie

Avondjapon bestaande uit rok en lijfje van mintgroene satijn met bladmotief. Lijfje met pofmouw afgezet met strik aan voorzijde.

Gemeentemuseum Den Haag
favoriet  0
 
Collectie

Geklede of tweedelige japon van blauwgrijze ripszijde, gegarneerd met blauw fluweel, bestaande uit lijfje met ballonvormige driekwart mouw en rok

Japon van paars fluweel en chenille met bloemen.
Rijksmuseum Amsterdam
favoriet  0
 
Collectie

Japon van paars fluweel en chenille met veelkleurige florale appliques, bestaande uit een lijf en een rok, Hirsch & Cie.

Amsterdam Museum
favoriet  0
 
Collectie

Lijfje van twee-delige japon, gemaakt wit zeer dun zijde voile op geel zijden voering, heel fijn geplisseerd, met frous versiering langs de hals, k

Link

Vanaf 1900 droegen vrouwen thuis een minder formele jurk, ook wel een teagown genoemd. Het hier getoonde model heet een robe princesse en volgt, zonder taillenaad, de contouren van het lichaam. De fijne naadjes rond het middel geven vorm aan het lijf, waardoor de nadruk op billen en boezem ligt. Ook het korset dat onder de japon werd gedragen benadrukte deze lijn.

Rijksmuseum Amsterdam
favoriet  0
 
Collectie

Aan het einde van de 19de eeuw begonnen ook vrouwen te fietsen.

Amsterdam Museum
favoriet  0
 
Collectie

Zwart, strak getailleerd lijfje middenvoor uitlopend in een punt, vanaf de zijnaad kort schootje, middenachter klokkend uitlopend in een punt.

Amsterdam Museum
favoriet  0
 
Collectie

Wit lijfje van twee-delige namiddagjapon van tule in bloemmotief, middenvoor strikken in roze.

Museum Rotterdam
favoriet  0
 
Collectie

Lange mouwloze avondjapon van donkerbruin en groen gestreept changeant zijde in seersucker-effect.

Amsterdam Museum
favoriet  0
 
Collectie

Donkerblauwe namiddagjurk met korte mouw met schoudervulling, V-hals en geometrische borduursels in zwart en zilver op rok en op de slippen van de

Amsterdam Museum
favoriet  0
 
Collectie

Paarse, schuingeknipte avondjurk met gouden draad en ingeweven streep. Goudkleurige boord, waarvan de sluiting middenachter met drie knoopjes is.

Museum Rotterdam
favoriet  0
 
Collectie

Zwarte avondjapon met korte pofmouw, in de rok een rand met tule en geappliqueerde bloemen met ceintuur.

Link

Vanaf het midden van de jaren 1930 kwam nadruk op een verbrede schouderlijn te liggen, die de taille en heupen optisch slanker deed lijken. De grote ‘kopmouwen’ (mouwen die aan de bovenkant zijn geplooid) van de japon worden verstevigd door een strook band. Het lijf is aan de achterkant laag uitgesneden waardoor een zogeheten rugdecolleté ontstaat.

Centraal Museum
favoriet  0
 
Collectie

001: Bovenlijfje van appelgroene trouwjurk. Appelgroen satijn overtrokken met groen/geel kant met bloemenmotief.

Rijksmuseum Amsterdam
favoriet  0
 
Collectie

In Engeland droeg men aan het einde van de 18de eeuw al gewatteerde jassen, maar in Nederland zou het nog dertig jaar duren voordat ze in de mode k

Een pofmouw is simpelweg een mouw met een pof. Een pofmouw geeft de draagster een zekere bewegingsvrijheid, door de bovenarm langs alle kanten van de arm extra ruimte te geven. Het soort pofmouw (lengte en grote) is afhankelijk van de tijdsperiode en de heersende mode.

Splitten en poffen

Tijdens de Italiaanse Renaissance (ca. 1440-1500) droegen vrouwen een cotta (onderjapon) met daaroverheen een cloppa of giorna (overkleed met open zijkanten). Het overkleed had losse mouwen. Bij de mouwen van de cotta zien we, net als bij de mannenkleding, de splittenmode terug.

In het derde kwart van de vijftiende eeuw werd deze mode geïntroduceerd door soldaten van huurlegers. Zo zouden Zwitserse beroepskrijgers, na hun overwinning op de Bourgondische Karel de Stoute in 1477, de buitgemaakte zijden tenten gebruikt hebben om hun kapotte kleding te repareren. Met gekleurde lapjes zijde achter hun gescheurde kleding creëerden ze een nieuwe mode.

Al snel werd deze opgepikt door de burgerij. In de bovenkleding werden splitten aangebracht, waardoor het witte hemd of een gekleurde onderliggende stof te zien was. Dikwijls werd de stof gedeeltelijk door de splitten naar buiten getrokken.

Het rijke Spaanse hof gaf in de tweede helft van de 16de eeuw de toon aan. De kleding van de vrouw bestond uit een overkleed met een zichtbare onderrok. De lange (losse) mouwen waren dikwijls van dezelfde stof als de onderrok. Aan het begin van de zeventiende eeuw  was de kleding van de vrouw breed bij de schouders en had het overkleed brede mouwen. In de tweede helft van de zeventiende eeuw hadden japonnen wijd uitlopende poffende mouwen, die aan de bovenzijde voorzien van splitten waardoor het hemd (?) te zien was.

À l'antique

In het begin van de negentiende eeuw droegen vrouwen japonnen met korte pofmouwen, een laag decolleté en een hoge taille. Het oude Griekenland, geboorteplaats van de democratie, diende dankzij recente opgravingen als grote inspiratiebron voor zowel de politiek als voor vrouwenkleding.

Zo ontstond er dankzij de wit marmeren Grieks/Romeinse beelden een mode voor witte japonnen ‘à l’antique’. Ze werden gemaakt van dunne materialen in lichte tinten, waarbij mousseline de voorkeur had. Naast korte pofmouwen waren lange mammelukkenmouwen (in het Frans: manches à la Mameluk) populair, waarbij de mouwen in delen zijn geplooid. Deze mode kwam op na Napoleons veldtocht in Egypte in 1798 waarbij hij de mammelukken versloeg. 

Men keek niet alleen terug naar de klassieke oudheid, maar ook de Renaissance was een bron van inspiratie. Zo keerde het korte poffende overmouwtje terug in de vrouwenmode en was een geliefd en modieus detail in de jaren 1810.

Schapenboutmouwen of manches à gigot

In de jaren 1820 en 1830 kwam het zandlopersilhouet in de mode: dit betekende een sterk ingesnoerde taille, wijde rokken en enorme pofmouwen. De japonnen hadden schapenboutmouwen, die ook wel gigot mouwen (in het Frans: manches à gigot) werden genoemd. De schapenboutmouw is een soort pofmouw, waarbij er bovenaan de schouder extra ruimte is in plaats van over de gehele bovenarm.

De lengte van een schapenboutmouw is meestal tot net voorbij de ellenboog of tot aan de pols. De schapenboutmouwen groeiden tussen 1825 en 1835 uit tot een volumineuze omvang. De schouderlijn zakte en de inzet van de mouw viel daardoor om de kop van de bovenarm. Deze extreem wijde (en onpraktische!) mouwen kregen de bijnaam ‘imbéciles’.

Transparante overmouwen van gaas of organdie waren bij deze mode zeer gewild. Beginnend bij de schouders omhulden zij de hele arm en lieten de ondergelegen korte pofmouwen zien. De epauletten, genaamd ‘jockies’, die als versiering aan de kop van de mouw aangebracht werden, waren geïnspireerd op de schouderkleppen uit de tweede helft van de zestiende en het begin van de zeventiende eeuw.

Negentiende eeuwse variaties

Na 1840 worden de mouwen nauwsluitend en wordt de bewegingsvrijheid van de vrouw minder. Rond 1850 werden de lange mouwen naar onder verwijd, en pagodemouwen genoemd. Hieronder droegen vrouwen poffende ondermouwen van batist of tule.

In de negentiende eeuw leek de avond- en balkleding op de daagse japon, maar was korter en had een laag decolleté en korte pofmouwen. Zo was bij de avondkleding rond 1870 het decolleté rond of vierkant; bleven de schouders onbedekt en waren de pofmouwen klein van model.

Rond 1892 kwamen (net als rond 1820-1830) de schapenboutmouwen weer in de mode. In 1895 ontstond hieruit een extreem ballonvormig model. Deze ballonmouwen werden met allerlei kunstgrepen bol gehouden, onder andere door het gebruik van stevige stof, baleinen en zogenaamde steunballonnen. Na 1897 was een hoge kopmouw, ook wel ‘demi-gigot’ genoemd, veruit favoriet. Bij de gedecolleteerde avondkleding daarentegen werd nog de voorkeur gegeven aan kleine, vaak poffende mouwtjes. Eind 1898 was de nauwsluitende mouw weer terug.

De pofmouw in de twintigste eeuw

In de jaren 1930 had de kleding van de vrouw een slank en recht silhouet verkregen. De schouders waren enigszins verbreed en voorzien van pofmouwen. Deze kopmouwen met een poffende bovenkant waren erg populair.

In de jaren 1950 zien we korte pofmouwen met name terug in meisjeskleding. Maar ook modehuizen als Christian Dior, Pierre Balmain en Hubert de Givenchy laten korte en lange pofmouwen terugkomen in hun ontwerpen.

In de jaren 1980 waren er verschillende mode-invloeden, waaronder punk en sportkleding. Zakelijke kleding, zoals mantelpakjes met schoudervullingen, werden door yuppen (young urban professionals) gedragen. Avondkleding was daarentegen uitbundig en gemaakt van glanzende stoffen met felle kleuren. Avondjurken hadden ballonrokken, grote pofmouwen of waren juist klassiek strapless.

Tekst en onderzoek: Judith van Amelsvoort, Junior modeconservator Amsterdam Museum

Literatuur

Madelief Hohé, Romantische mode, Mr Darcy meets Eline Vere, 2014, p. 27.

M.A. Ghering-van Ierlant, Vrouwenmode in Prent, modeprenten 1780-1930, 2007, p. 67.

Marian Conrads en Gerda Klinkhamer, Elsevier Kostuum gids; westerse kledingstijlen van de vroege middeleeuwen tot heden, 1985.

Karin Schacknat, In en uit de mode, 2000 jaar modevormgeving, p. 129 en p. 229

Drs.M.J.B. Pool, Het uniform in de mode, 2000, p. 423.

Martine van Rooijen, Hooggehakt & kortgerokt;  100 jaar met de mode mee, p. 172

Auteur
Judith van Amelsvoort
Junior conservator mode en kostuum Amsterdam Museum