Japonnen in de achttiende eeuw

Gedurende de achttiende eeuw zijn er verschillende soorten japonnen in de mode. Een aantal van hen maken een bijzondere ontwikkeling door van informele huiskleding naar hofjapon. In grote lijnen bestond vrouwenkleding uit open en gesloten japonnen. De meest voorkomende japon was het open model, dat bestond uit een lijfje en overkleed, maar omdat de rok aan de voorzijde open was zag men de onderrok. Ook het lijfje was in de eerste helft van de 18de eeuw open, deze werd gesloten met een driehoekige borstlap of borststuk, ook wel stomacher (En.) of pièce d'estomac (Fr.) genoemd. In de achttiende eeuw volgden stijlveranderingen in het uiterlijk van de japonnen elkaar snel op.

7
 
Gemeentemuseum Den Haag
favoriet  0
 
Collectie

Robe ajustée, bestaande uit overkleed, tablier, pièce d'estomac en engageantes, van lichtgroene zijde met veelkleurig gebrocheerd bloempatroon

Fries Museum
favoriet  0
 
Collectie

Stomacher, driehoekig van vorm met bloemornament in roze zaans stikwerk

Gemeentemuseum Den Haag
favoriet  0
 
Collectie

Gesloten robe ajustée, type robe ronde, van lichtblauwe ripszijde met ingeweven bloemen op wit fond

Link

The stomacher formed part of the ensemble of fashionable women’s dress from the 1680s to the 1780s. This example is embroidered in coloured silks in a pattern of leaves and flowers. The diagonal lacing is decorative only, as pin holes in the tabs on either side of the stomacher indicate how it was fastened to the gown.

Amsterdam Museum
favoriet  0
 
Collectie

Overjapon van witte zijde damast, fijne rips en satijn en groot bloemenpatroon, aan de schouders een pli Watteau.

Fries Museum
favoriet  0
1
Collectie

Wijde rok van witte zijde, geheel doorgestikt in floraal motief

https://lh4.ggpht.com/asL4PQkWJcN5GNJykPIW4l_7QZ6faZ2FWkZXm7NmIZdIVs86c-6oh66H3BdCPg7h3HRjbGiedNZrMJK_Y1UuxGATFMo=s0
Link

Prinses de Conty, gekleed in manteau, trekt een handschoen aan. Op haar hoofd een fontange.

Link

Aan het begin van de 18e eeuw werd de mantua of manteau gedragen als hofkleding en als bijzondere gelegenheidskleding, zoals bruidskleding. De mantua bestond uit een overkleed waarvan het rokgedeelte aan de voorkant open was en de twee panden naar achteren werden gedrapeerd. Hierdoor was de fraaie onderrok zichtbaar. De versierde onderrok was voorzien van falbalas (horizontale stroken kant of stof) en had soms een andere kleur dan het overkleed.

Link

Op dit detail van het schilderij van Drouais zijn de engageantes, stroken kant die aan de halflange mouwen werden bevestigd, goed te zien. Klik op de link om het volledige schilderij te bekijken.

Link

Op de schilderijen van de Franse kunstenaar Jean Antoine Watteau (1684 -1721) is de achterkant van de robe sac goed te zien. Deze losse plooien op de rug, die zo kenmerkend zijn voor deze stijl, worden daarom ook wel pli Watteau of Watteauplooien genoemd. Maar als de meest modieuze japon van deze periode, werd hij door meerdere kunstenaars vastgelegd.

Link

A "robe volante", derived from negligee, which was worn during the latter years of the reign of Louis XIV (1638–1715), enjoyed popularity as formal wear in the early 18th century. The large flounce flowed from the shoulders to the ground and was shaped to spread softly over the skirt, characterized this style of gown. Although the corset was worn tightly laced underneath, the loose-fitting robe gave a comfortable and relaxed impression on the outside.

Link

The overdress is a loose fitting bodice worn over trimmed corset. It has a full skirt and a sack (Watteau) back. The sleeves are short and fitted with gathered asymmetrical cuffs.

Link

Niet alleen Jean Antoine Watteau beeldde de robe sac af. Op dit schilderij is goed te zien hoe in de jaren 1730 de plooien op de rug van de robe sac geleidelijk aan gestandaardiseerd werden tot twee platte stolpplooien, die vanaf de schouders uitwaaieren tot op de grond.

Met de hand beschilderde, zijden overjapon en rok.
Amsterdam Museum
favoriet  0
 
Collectie

Robe à la française, 1740-1760

Gemeentemuseum Den Haag
favoriet  0
 
Collectie

Overkleed van robe à la française met losse engageantes, wit/roze gestreepte pekinzijde met kleine gelanceerde bloemmotieven en bloemranken

Amsterdam Museum
favoriet  0
 
Collectie

Tweedelige galajapon, naturelkleurige zijde met ingeweven streep en gebrocheerde bloemmotieven, bestaande uit een openvallende overjapon met borsts

Link

Aristocratisch paar in de Opéra in Parijs. De jonge vrouw draagt een 'robe à la française' en moet de deuropening van de loge schrijlings door vanwege haar japon met zeer brede paniers. Haar hoge kapsel is versierd met veren. Zij houdt de hand vast van een man en draait zich om naar een jonge man die haar andere hand kust als afscheid. No. 10 (22) uit serie Seconde suite d'estampes, pour servir à l'histoire des Modes et du Costume en France, Dans le dix-huitième siècle, waarin het leven van een jongedame 'du bon ton' en de Franse mode van haar tijd wordt uitgebeeld.

Gemeentemuseum Den Haag
favoriet  0
 
Collectie

Robe à la française, bestaande uit overkleed en rok, van lichtblauw zijdesatijn

Link

Van een Franse koningin werd verwacht dat zij toonaangevend was op het gebied van de mode. Als echtgenote van koning Lodewijk XVI kweet Marie Antoinette zich met verve van deze taak. Samen met haar marchande de modes Rose Bertin en kapper Léonard introduceerde zij vele modes. De door de hofetiquette voorgeschreven robes de cour waren japonnen met brede rok en uitbundige versiering. Bij een bezoek kleedde Marie Antoinette zich in de robe à la polonaise 1 2 en in haar paviljoen in Versailles droeg zij graag een informele, los vallende japon. Deze chemise de la reine 3 werd al snel overgenomen door alle dames van stand.

Gemeentemuseum Den Haag
favoriet  0
 
Collectie

Overkleed van robe à la française, wit zijden damast

Gemeentemuseum Den Haag
favoriet  0
 
Collectie

Robe à la française, zogenaamde 'grande parure', bestaande uit overjapon en rok van gestreepte crèmekleurige pekinzijde gebrocheerd met bloemmotief

Gemeentemuseum Den Haag
favoriet  0
 
Collectie

Robe ajustée, bestaande uit overkleed en tablier, van blauwe tafzijde met ingeweven witte ranken met gebrocheerde bloemen in roze, geel, grijs en b

Gemeentemuseum Den Haag
favoriet  0
 
Collectie

Robe ajustée, bestaande uit overkleed en tablier, van grijsblauwe moirézijde met bloemen en ranken in satijnbinding, overkleed mogelijk opgetrokken

Gemeentemuseum Den Haag
favoriet  0
 
Collectie

Robe ajustée, bestaande uit overkleed en tablier, van blauw zijden damast met groot ingeweven bloemtakpatroon

Link

The robe à l'anglaise was an open robe consisting of a bodice cut in one piece with an overskirt that was parted in front to reveal a matching petticoat. Its fitted bodice did not have the center back pleats, often referred to as the "Watteau back," that typified the equally popular style of the robe à la française.

Museum Rotterdam
favoriet  2
 
Centraal Museum
favoriet  0
 
Collectie

Japon gemaakt van sits (katoen bedrukt met bloem- of bladmotief). Het model is een robe à l’Anglaise, herkenbaar aan de smalle plooien op de rug.

Gemeentemuseum Den Haag
favoriet  0
 
Collectie

Robe à l'anglaise, bestaande uit overkleed in de stijl van redingote en rok, van lichtblauw zijden satijn

Link

In order to pull up the gown's hem, a cord is attached to it, which makes it possible to wear as robe à la Polonaise, as well.

Link

Vrouw, op de rug gezien, gekleed in een gestippelde robe à l'Anglaise met geplooide kraag met drie lagen; de sleep afgezet met een gerimpelde strook stof. Op het hoofd een gestippelde hoed met veer en afhangende slippen: Chapeau à la Caravanne. Verdere accessoires: gestreepte sjerp afgezet met franjes, lange handschoenen, wandelstok met lint, schoenen.

Link

The polonaise gown first came into fashion in the 1770s. It was a style of gown with a close-fitting bodice and the back of the skirt gathered up into three separate puffed sections to reveal the petticoat below. The method of suspending the fabric varied. Most often the dress had rows of little rings sewn inside the skirt through which a cord ran from hem to waist. Alternatively, ribbon ties would be used, with the ribbons forming decorative bows. However, in some instances the skirt was held in place by simple cords sewn to the inner waist of the dress and looped over buttons attached to the outside waistline. The stays underpinning the bodice of the polonaise were not markedly different from those which supported the robe à la française.

Gemeentemuseum Den Haag
favoriet  0
 
Collectie

Robe à l'anglaise, bestaande uit overkleed en rok van felgele tafzijde met garnering van bouillons, gedragen à la polonaise

Link

Céphise, een dame van stand, en haar vriendin, de markiezin, samen met twee kinderen en een cavalier, onder de bomen in de Tuilerieën. Zij staan op het punt te vertrekken naar Marly, een buitenplaats van de koning, waar alleen de intimi van de koning werden ontvangen. Op de achtergrond is de tuin van Marly te zien. De vrouw op de rug gezien draagt een 'robe à la Polonaise' met 'manches en sabot'. Uit de serie: Seconde suite déstampes, pour servir à l'histoire des Modes et du Costume en France, Dans le dix-huitième siècle, waarin het leven van Céphise, een jongedame 'du bon ton', en de mode van haar tijd wordt uitgebeeld.

Link

Cotton emerged as a fashionable fabric in the 1780s with the chemise à la reine, the cotton shift favored by Marie Antoinette beginning in this turbulent decade. As always, clothing had political and international implications. One of the chief reasons the Lyon silk manufacturers railed against the reductive modern attire is that their luxurious silks were being abandoned in favor of imported cottons from India.

Link

Jonge vrouw, volgens de begeleidende tekst in een 'robe en chemise' van transparante mousseline met een dubbele geplooide kraag, over een lijfje en rok van roze tafzijde. Om de hals een fichu. Op het hoofd een eenvoudige bonnet, versierd met een parelsnoer en veren. Een toef van tule valt als een sluier naar beneden. Accessoires: oorbellen, zwart fluwelen lint om het middel, schoenen met strikken.

Link

Op dit portret is de chemise à la reine of robe en chemise te zien. Deze stijl werd door Marie Antoinette (1755-1793) geïntroduceerd in de vroege jaren 1780.

Aan het begin van de 18e eeuw werd de mantua of manteau gedragen als hofkleding en als bijzondere gelegenheidskleding, zoals bruidskleding. Van origine was de mantua een informele, loszittende negligé-japon, die al in de jaren 1670 populair was. Vroege voorbeelden laten zien hoe de japon wijde rugplooien heeft en een sleep die gedeeltelijk is opgenomen aan de zijkanten, maar nog wel op de grond ligt. Langzaamaan werd de mantua een formele japon, gebruikelijk aan bijna elk Europees hof, waaronder het Engelse en Franse hof.

De mantua bestond uit een overkleed waarvan het rokgedeelte aan de voorkant open was en de twee panden naar achteren werden gedrapeerd. Hierdoor was de fraaie onderrok zichtbaar. De versierde onderrok was voorzien van falbalas (horizontale stroken kant of stof) en had soms een andere kleur dan het overkleed. Het lijfje was getailleerd, puntig en open aan de voorzijde. Een borstlap vulde het gat op tussen de twee voorpanden van het japonlijfje. De borstlap was driehoekig van vorm, verstevigd en versierd met borduurwerk of linten. Één van de meest populaire decoraties was een rij van strikken, die naar beneden toe kleiner werden, ook wel bekend als échelles. De borstlap werd op het lijfje gespeld, aan de binnenzijde geregen of had mooie rijgveters aan de buitenkant. De strakke halflange mouwen werden voorzien van engageantes (stroken kant).

De transformatie van mantua naar robe sac

Als reactie op de stijve hofmodes van Lodewijk XIV transformeert de mantua zich, na de dood van Lodewijk XIV in 1715, tot de informele robe sac, ook wel sacque, robe volante, adrienne, contouche of robe battante genoemd. De robe sac is een loshangende japon zonder taillenaad, met plooien aan de voor- en achterzijde van de japon. Hij werd gedragen met de middenvoornaad net onder het middel dichtgenaaid of helemaal open waardoor de onderrok te zien was. De robe sac heeft losse wijd uitlopende mouwen, eindigend in een brede manchet die soms werd verstevigd. In de jaren 1720 waren met name pagodemouwen, eindigend in manchetten met horizontale plooien, in de mode.

In de jaren 1730 werden de plooien op de rug geleidelijk aan gestandaardiseerd tot twee platte stolpplooien, die vanaf de schouders uitwaaieren tot op de grond. Op de schilderijen van de Franse kunstenaar Jean Antoine Watteau (1684 -1721) is de achterkant van de robe sac goed te zien. Deze losse plooien op de rug, die zo kenmerkend zijn voor deze stijl, worden daarom ook wel pli Watteau of Watteauplooien genoemd. Maar als de meest modieuze japon van deze periode, werd hij door meerdere kunstenaars vastgelegd.

De robe sac verandert in de robe à la Française 

De robe sac, die in Nederland sak werd genoemd, paste zich rond 1730 aan bij de modieuze brede rokken, gevormd door getailleerde zijnaden met uitspringende heupplooien. Hieruit kwam de robe à la Française voort. De dubbele platte rugplooien bleven, maar dienden nu enkel nog als versiering. Door een rijgsel in de voering aan te trekken stond de geplooide bovenstof uit en kwam deze niet onder druk te staan. Het nauwsluitende lijfje had driekwartmouwen met engageantes. De rok viel aan de voorkant open over een onderrok. Uit zuinigheid werd de onderrok soms vervangen door een tablier (schort of los rokpand). De robe à la Française werd in Nederland ook in de tweede helft van de 18de eeuw sak genoemd.

De hofjapon, de grande parure, kon een omvang bereiken van ruim twee meter breed en werd versierd met strikken, bloemen, borduurwerk, linten, parels en edelstenen. Tot aan het begin van de Franse revolutie in 1789 werd deze japon nog gedragen aan het Franse hof, bij ceremoniële gebeurtenissen en in het theater.

Frankrijk maakt zich de robe à l’Anglaise eigen

In Frankrijk droegen de dames vanaf het begin van de 18de eeuw de robe à la Française. Engelse dames droegen daarentegen liever een in de rug aansluitende japon. In de jaren 1770 maakten de Franse kleermakers zich meester over deze japonvorm, waarbij de snit iets werd aangepast en de japon de naam robe à l’Anglaise kreeg. Pas nadat deze robe door Frankrijk werd overgenomen en in Franse modeprenten werd getoond, werd hij in heel Europa populair. In de getailleerde rug van het lijfje werden soms baleinen aangebracht. De rok werd geplooid aangezet; afhankelijk van de mode op dat moment had de robe à l’Anglaise wel of geen sleepje. Een voorloper van de robe à l’Anglaise was de robe ajustée, hierbij waren de rugplooien vastgenaaid waardoor het lijfje toch nauw aansloot.

De introductie van de robe à la polonaise

Het open overkleed van 18de eeuwse japonnen vormde soms een struikelblok. Bij de robe retroussée trok een dame de zoompunten van haar overkleed door de heupsplitten in de zijnaden naar buiten. Toen het overkleed omstreeks 1772 nog langer werd ontstond er een nieuwe mode, de robe à la polonaise. De robe werd in de jaren 1776-1787 veelvuldig gedragen en bestond uit een lang overkleed, waarvan de rok aan de voorzijde open was, met bijbehorende onderrok. Het lijfje kon zowel à la Française als à l’Anglaise zijn gesneden.

De draagster van de robe à la polonaise kon door middel van koordjes het overkleed ophalen of neerlaten. Aan de binnenkant is een dun koordje in de taille genaaid, via speciale openingen in de stof kon deze buiten om de zoom heen worden gehaald om aan de binnenkant te worden bevestigd met een haak en oog. Of er kon een koordje van binnenuit om de zoom worden geleid en aan de buitenkant worden vastgemaakt met een lus om een knoop. De robe à la polonaise kon dus op twee manieren worden gedragen: ‘gewoon’ met een sleepje of à la polonaise waarbij het overkleed aan de achterkant op twee punten is opgenomen. Bij de drie draperieën die dan ontstaan was het de bedoeling dat die van opzij langer waren dan de achterste. De robe à la polonaise had meestal ‘manches en sabot’ : halflange mouwen met een gerimpeld ‘manchet’.

Een keur aan modes volgt

Na 1775 volgden de modes elkaar snel op, zo verschenen er diverse ‘oosterse’ japonnen die onder andere waren geïnspireerd op het theater: robe à la levite, robe à la turque, robe à la levantine, robe à la sultane en de circassienne.

De chemise à la reine of robe en chemise werd door Marie Antoinette (1755-1793) geïntroduceerd in de vroege jaren 1780. In contrast met de contemporaine hofkleding was de japon licht, eenvoudig en soepel. De chemise à la reine bestond uit meerdere lagen mousseline, die losjes waren gedrapeerd, met rond het middel een lint.

 

Beeldredctie: Anneclaire van Veelen; tekst met dank aan Marit Eisses.

 

Literatuur:

En Vogue! Mode uit Frankrijk en Nederland in de 18de eeuw, Gemeentemuseum Den Haag, Zwolle 2005.

Aileen Ribeiro, Dress in Eighteenth Century Europe 1715-1780, 1985.

M.A. Ghering-van Ierlant, Vrouwenmode in Prent, modeprenten 1780-1930, Amsterdam 2007.

François Boucher, Histoire du Costume, Paris, 1965.

Ietse Meij, Haute Couture & Prêt-à-porter; Mode 1750-2000, Gemeentemuseum Den Haag, 1998.