De zestiende eeuw

In de eerste helft van de eeuw wordt ons land toegevoegd aan het groeiende Spaanse imperium, terwijl de tweede helft in het teken staat van het groeiende verzet tegen de overheersing en in 1568 de Tachtigjarige Oorlog begint.

6
 
Link

De 17 schutters van Rot F zijn in twee rijen geportretteerd, gescheiden door een balustrade. De schutter middenvoor draagt een wambuis in de stijl van de spletenmode: de rode hemdsmouwen zijn zichtbaar door de kapmouwen van het wambuis heen.

Gemeentemuseum Den Haag
favoriet  1
 
Collectie

Wambuis voor jongen, met losse mouwen, velours frisé en velours coupé, gouddraad

Link

Een plooikraag is een ronde kraag van geplooid fijn linnen batist. Later werd dit nog versierd met kant. Het dragen van een dergelijke kraag was in de 16e eeuw mode aan het Spaanse hof. Deze mode werd in de Nederlanden, die onder sterke Spaanse invloed stonden, overgenomen. In dit portret draagt Wynolt Feelinck niet alleen een plooikraag, maar hij is eveneens naar de laatste spletenmode gekleed. Zijn wambuis sluit, wederom onder Spaanse invloed, hoog aan.

Link

Aanvankelijk waren de geplooide kragen klein, stijf en regelmatig geplooid, maar ze werden in de loop van de jaren allengs groter, rommeliger en meer versierd. Soms was er wel 15 meter batist nodig voor een enkele kraag. Andries van der Muelen draagt in dit schilderij een iets grote kraag in combinatie met een wambuis in de typische stijl van de spletenmode.

Link

De kragen werden zo groot dat ze met een metalen draadwerkje, de portefraes, moesten worden ondersteund. Dit portefraes was van metaaldraad en omwonden met zilver- of gouddraad. De mode kwam tot een einde omstreeks 1630, waarna platte liggende kragen in de mode kwamen.

Fries Museum
favoriet  0
 
Collectie

Koopmansbeurs of stokbeurs, met leer om- vlochten stok waaraan vier zeemleren buidels

Link

De dure kragen werden gedragen door de welgestelden en waren populair bij zowel mannen als vrouwen. De laatsten moesten hun haren omhoog kammen zodat deze niet verstrikt raakten in de kraag. Heren droegen hun haren in deze periode kort, ook om niet verstrikt te raken in de plooien van de kraag.

Rijksmuseum Amsterdam
favoriet  0
 
Collectie

Horloge. Bergkristal, goud en email. Parijs, ca. 1550-1600, het uurwerk door R. Dieu.

Rijksmuseum Amsterdam
favoriet  0
 
Collectie

Gordel. Zilver. Keulen, ca. 1600. Meester onbekend.

Vanaf 1500 groeide Antwerpen uit tot de belangrijkste haven van Noord-Europa. Zijden stoffen uit Italië en Frankrijk maar ook grondstoffen als ruwe zijde, en wol uit Engeland kwamen hier binnen. Vlaamse wevers werden geroemd om hun vakmanschap: zij produceerden de fijnste en transparantste linnen stof, het Kamerijks doek (genoemd naar de huidige plaats Cambrai in Noord-Frankrijk). Nadat Antwerpen in 1585 door de Spanjaarden werd ingenomen, vluchtten veel protestante ambachtslieden naar de Noordelijke Nederlanden en brachten al hun kennis en vaardigheden mee.

Spletenmode

De voortdurende militaire onrust in Europa zorgde de er voor dat grote groepen huursoldaten uit alle windstreken zich steeds naar nieuwe strijdtonelen begaven. Dienstplicht en nationale legers bestonden nog niet. Om zichzelf tijdens de strijd te beschermen droegen veel soldaten een leren wambuis dat ‘kolder’ genoemd werd. Volgens overlevering zou de mode waarbij het leer of de stof ingesneden (hackelen) of doorstoken (picketeren) werd, geïnspireerd zijn op de gehavende kleren van soldaten in de strijd. Echter, het is ook een ideale manier om effen stoffen op een eenvoudige manier aantrekkelijker en kleurrijker te maken door er een contrasterende stof doorheen te laten komen. Men paste deze techniek ook toe op de stoffen en leren schoenen.

De oorsprong van de plooikraag

In de loop van de eeuw groeit de kleine gerimpelde strook aan het opstaande hemdboord steeds verder totdat deze uiteindelijk zo breed is dat hij los gedragen wordt. In het laatste kwart van de 16e eeuw is de plooikraag een feit.

Beeldredactie: Anneclaire van Veelen.

Auteur
Modemuze