Breien

Rond 1500 werd in Nederland nog niet gebreid. Vrijwel alle stoffen werden geweven en kledingstukken als wanten maakte men van aan elkaar genaaide lapjes stof. In de 16de eeuw veroverde de breitechniek ook de lage landen. In de eeuwen erna wordt de techniek steeds weer op nieuwe wijze en voor nieuwe doeleinden toegepast. Van traditionele Friese floddermutsen tot eigentijdse ontwerpen van Bas Kosters en Stephen West: breien is niet alleen onderdeel van de kostuumgeschiedenis maar ook inspiratiebron voor actuele mode.

1
 
Fries Museum
favoriet  0
 
Collectie

Gebreide en vervilte zeemanshoed, gedragen door Amelander ‘Commandeur’, ca. 1700. Collectie Fries Museum, Leeuwarden. 

Link

Deze rondbreiende Madonna wordt vaak aangehaald als voorbeeld van de verspreiding van de breitechniek in Europa. Meer informatie over de geschiedenis van het breien is te vinden op wikipedia.

Fries Museum
favoriet  0
 
Collectie

Een breischede is een steun voor de breinaald om sneller te breien, gebruikt door mannen en vrouwen van hout, goud, zilver, been of leer, van 1588

Centraal Museum
favoriet  0
 
Collectie

Fragmenten van twee handschoenen van zijde; 001: fragment, bestaande uit het onderste stuk van de handschoen; 002: groter fragment waarop nog iets

Link

Interieur met een vrouw met breiwerk, circa 1715-1730, collectie Fries Museum, invnr S 1954-001
Het woord ‘kous’ had in de 17de eeuw de bijbetekenis van vrouwelijk geslachtsdeel of zedeloze vrouw. Een vrouw met rode kousen was in die tijd vaak een prostituee. Dat geldt waarschijnlijk niet voor deze jonge vrouw, die vermoedelijk de echtgenote van de schilder was.

Fries Museum
favoriet  0
 
Collectie

Spaanse vissersmuts, verzameld door Joost Hiddes Halbertsma, ca. 1850.

Fries Museum
favoriet  0
 
Collectie

Garenwinder met benen klos en bovenop beugel ajour bloem

Fries Museum
favoriet  0
 
Collectie

Paar witte katoenen mitaines gebreid in diagonaal ajour ruitpatroon met punt op de rug van de hand

Fries Museum
favoriet  2
 
Collectie

Paar gebreide handschoenen van bruin met witte wol met bolle rand langs de pols

Video

Conservator Gieneke Arnolli van het Fries Museum Leeuwarden onderzoekt in de aanloop naar de tentoonstelling Breien! een paar wollen handschoenen met een interessant breipatroon. De handschoenen hebben een peper-en-zout patroon en een prominent ingebreid jaartal (1783). Er zijn aanwijzingen dat dit Noorse handschoenen zijn, of zijn ze toch Fries?

Fries Museum
favoriet  1
 
Collectie

Open breiwerk of ajourbreiwerk van wit katoen, jongensmuts met kwastje, ca. 1875, drie meisjesmutjes, 1850-1900, drie paar polsmouwtjes ca.

Fries Museum
favoriet  1
 
Collectie

Een beurs van kralen breiwerk, zonder beugel, blauwe randen, witte grond met rozen

Link

Visserstruien zijn globaal tussen 1880-1950 door vissers aan alle Nederlandse kusten gedragen als werkgoed. Vissers waren de eersten die truien als bovengoed droegen. De truien werden gebreid door hun moeder, hun vrouw, zuster, dochter of in opdracht volgens de motieven die de vrouwen in hun hoofd hadden: overgeleverd van moeder op dochter en nooit opgeschreven. Deze website hoort bij de twee boeken over Visserstruien die in 2014 en 2015 verschenen.

Rijksmuseum Amsterdam
favoriet  0
 
Collectie

In de onverwarmde huizen was het gebruikelijk om in bed een slaapmuts te dragen. Dit exemplaar heeft een

Fries Museum
favoriet  0
 
Collectie

Gouden oorijzer met gebreide floddermuts, Friesland 1925-1960, op 19de-eeuwse houten oorijzerkop van edelsmid.

 

Cover van het Mode- en Handwerk-Album, voorjaar 1933.
favoriet  6
 

Decennia-oude breicreaties produceren zou goed mogelijk moeten zijn, omdat de basis van het breien al eeuwenlang hetzelfde is. In theorie. In de praktijk blijken patronen van vóór de Tweede Wereldoorlog toch wat moeilijker leesbaar, ook voor de doorgewinterde breiers.

Amsterdam Museum
favoriet  0
 
favoriet  2
 

Museum Rotterdam zorgt ervoor dat hedendaags cultureel erfgoed - zeg maar het echte leven - zichtbaar is en bewaard blijft. Zo kwam het museum Loes Veenstra op het spoor; beter bekend als Loes van de truien. 

Link

De Urchin Pouf van ontwerpster Christien Meindertsma. Gemaakt van Nieuw-Zeelandse wol afkomstig van één schaap, handgebreid tot poef in Nederland.

Link

Chrystl Rijkeboer maakt de sprookjesachtige werken van gebreid van mensenhaar.

Link

Kunstwerk Mother. Me, Crocheted Wool Wall Hanging door Zoë Landau Konson. Zoë Landau Konson is een in Londen gevestigde kunstenaar en ontwerper. Zij maakt sculpturen rond verschillende thema’s, om dat wat zij ziet als dat wat onuitgesproken is te communiceren. Haar werken zijn gehaakt, gestikt of geweven en voornamelijk in 3D.

http://www.friesmuseum.nl/sites/default/files/Liggend%20beeld%20-%20BREIEN%20-%20Yeshi_4.jpg
Link

Het Fries Museum nodigt je uit om je vanaf 17 oktober 2015 onder te laten dompelen in het ultieme breigevoel in de tentoonstelling Breien!. Een eeuwenoud ambacht maar ook helemaal van nu. De tentoonstelling staat bol van het breiwerk: van historische patronen tot het allernieuwste design. Krijg je bij het zien van al dat breiwerk jeukende handen? Dan kun je gezellig een naaldje meebreien in de tentoonstelling. Breien! is te zien tot en met 28 augustus 2016.

Link

Victoria & Albert Museum hebben een speciale pagina rond breien op hun website

Twee dames in modieuze japonnen, maart 1880. Foto: Aicha Hockx.
favoriet  5
 

Al vroeg in de geschiedenis van het breien in Nederland is er grote aandacht voor het breien van handschoenen. Niet bepaald het makkelijkste voorwerp om te breien. Pas vanaf de jaren 1920 wordt het gewoon voor welgestelde dames om gebreide bovenkleding te maken.

favoriet  5
 

Het Fries Museum Leeuwarden onderzocht in de aanloop naar de tentoonstelling Breien!

Link

Evelien Verkerk deelt in dit brei-blog haar liefde voor breien en gebreid erfgoed. Vanuit de kennis die zij heeft deelt Verkerk ook oude patronen of ontwerpt nieuwe patronen die op het blog gepubliceerd worden.

Rond 1500 wordt in Nederland nog niet gebreid. Vrijwel alle stoffen worden geweven en kledingstukken als wanten maakt men van aan elkaar genaaide lapjes stof. ‘Naaldbinding’ komt nog het dichtst in de buurt van breien. Deze techniek stamt uit het begin van de jaartelling. Het lijkt op verdraaid breiwerk, maar dan met één gewone naald en korte stukken garen.

Gebreide handschoenen

De Tachtigjarige Oorlog brengt de breitechniek van Spanje naar Nederland. Alleen de elite kan zich het kostbare breiwerk veroorloven. De gebreide handschoen wordt een absolute musthave. Die is warm, rekbaar en heel chic. Een van de oudste breivondsten is dit fragment van een zijden bisschopshandschoen, waarin gouddraad is verwerkt. Met deze luxe handschoenen toonde de 16de-eeuwse bisschop zijn status.

Ook de adel raakt verslingerd aan gebreide handschoenen. Deze vrijwel complete wollen handschoen is opgegraven in Groningen. De handschoen moet kostbaar zijn geweest, want hij is zorgvuldig gerepareerd. In de 16de eeuw is breien iets voor mannelijke professionals. Er komen gilden die zich specialiseren in bijvoorbeeld kousen of wanten. Leden van een gilde kunnen zich legitimeren met een gildepenning.

Breigildes

Met een breischede kunnen de gildeleden sneller breien. Tijdens het breien steken ze de werknaald in het kokertje, dat in de broeksband wordt gestoken. Zo hoeven ze één naald minder vast te houden. Een Engelse dominee vindt in 1589 bovendien de breimachine uit. Deze ‘kousenweefmachine’ is een revolutie, al kunnen er alleen rechte lappen mee gemaakt worden. Gildes blijven dus volop handmatig breien.

Zeemannen

Rond 1700 trotseren Nederlandse zeelieden met zware, gebreide hoeden de elementen. Ze zijn zo populair dat men de Nederlanders eraan herkent. Zeelieden vinden ze ideaal. Het gebruikte wol is soepel, warm en van zichzelf waterafstotend. Omdat de hoed vervilt is, is hij nu waterdicht.

Ook de Russische tsaar Peter de Grote is gecharmeerd van de Hollandse hoed. Als hij aan het eind van de 17de eeuw incognito in Nederland verblijft om over de scheepsbouw te leren, laat hij ook zo’n hoed maken. Die hoed wordt nog steeds bewaard in de Hermitage in Sint Petersburg.

Katoen

Tot nu toe breit men alleen met warme wol en stug linnen. Dat verandert begin 18de eeuw als de VOC iets nieuws meeneemt uit India: katoen! Dit materiaal is zacht en luchtig. Het wordt het niet aangetast door motten en bovendien vervilt het niet. Dat opent een wereld aan nieuwe mogelijkheden. Katoen is een luxe en katoenen kleding is zeer kostbaar. Adellijke families tonen hun rijkdom door er zelfs hun kroost mee aan te kleden. Een katoenen borstrokje (hemdje of vestje) voor je snel groeiende baby is het chicste van het chicste.         

Dameshobby

Ook welgestelde dames ontdekken het breien in de 18de eeuw. Zij pakken het breien op als tijdverdrijf, want ze worden niet geacht te werken. Populaire breisels zijn mitaines: lange, vingerloze handschoenen. Dames dragen ze om niet bruin te worden, want een witte huid is in de mode. Een bleke huid wijst op een goede sociale afkomst, in tegenstelling tot de gebruinde boeren die op het veld werken. De dames grijpen elk moment aan om te breien, zelfs lopend. Dat is mogelijk dankzij een speciaal accessoire, de ‘garenwinder’. Hiermee kunnen ze een klos garen aan de schortband dragen.

Modieuze kralentasjes

In de 19de eeuw raakt kralenbreiwerk in de mode. Kraaltasjes zijn zeer luxe. Niet alleen vanwege het aantal werkuren, maar ook omdat de kraaltjes erg kostbaar zijn. Voor één tasje worden soms duizenden kraaltjes gebruikt. De meeste worden als huisnijverheid gebreid in het Duitse Schwäbisch Gmünd en verkocht door heel Europa.

Dames kunnen de tasjes ook zelf breien. Voor het breien moeten de kralen op volgorde aan de draad worden geregen. Zelfs de kleinste fout is duidelijk zichtbaar. Vrouwen kunnen patronen kopen en de kralen zelf aan de draad rijgen. Maar er zijn ook spoeltjes te koop waarop de kraaltjes alvast voorgeregen zijn.

Een slaapmutsje

Warmte verlaat het lichaam vooral via het hoofd. Daarom slaapt men in de 19de eeuw met een gebreide slaapmuts op. ’s Nachts gaat namelijk het haardvuur uit en dan wordt het erg koud, zeker in de onverwarmde slaapkamers.

De jongens dragen een slaapmuts die lijkt op de muts zoals we die nu kennen. Meisjes hebben mutsjes met een bandje onder de kin en meer versieringen. Mannenslaapmutsen worden ook wel ‘bakkertjes’ genoemd. Bakkers staan voor dag en dauw op om het brood in de oven te zetten. Zij houden daarom hun slaapmuts op.

Van trøje naar trui

Het woord ‘trui’ komt uit Scandinavië. ‘Trøje’ is een oud Noors woord voor trui. Deze gebreide ‘truijen’ worden in de 19de eeuw vooral gedragen door vissers en soldaten. Een van de vroegste vermeldingen komt uit een krantenbericht over een aangespoelde visser. Het woord is dan blijkbaar zo ingeburgerd dat mensen weten wat er bedoeld wordt. Gek genoeg wordt de trui in Noorwegen nu geen ‘trøje’ meer genoemd, maar ‘genser’. Dat is weer afgeleid van het Engelse eiland Guernsey, waar men veel visserstruien breide.

Kantbreien

In de Eerste Wereldoorlog wordt kantbreien populair. Er is een gebrek aan materiaal voor gewoon breiwerk. Naaigaren is nog wel verkrijgbaar en dat leent zich goed voor het breien van kant. Friese dames breien er traditionele floddermutsen mee, maar ook kanten kleedjes ter verfraaiing van het interieur. Gebreid kant is minder fijn dan geklost kant. Floddermutsen van kloskant zijn echter stijf en kwetsbaar. Gebreide floddermutsen kunnen beter passend worden gemaakt, omdat de stof rekbaar is.

Breitijdschriften

Breien is inmiddels een hobby voor alle lagen van de bevolking. Vrouwen breien bovendien graag gezellig samen. Dat begrijpt ook de garenfabriek Everlasting. Die brengt in 1934 het tijdschrift Praten en breien uit. Het is het eerste echte breitijdschrift in Nederland.

In de jaren twintig en dertig raakt bovendien de gebreide trui in de mode. Eind 19de eeuw droeg men deze ‘sweaters’ alleen bij het sporten, maar nu wordt het een algemeen goed. Mede door de breitijdschriften slaat men fanatiek aan het ‘sweater’-breien. De gekte is zo groot dat men in Engeland zelfs spreekt van een ‘sweater craze’.

Breien als noodzaak

In de jaren 50 moet er wel gebreid worden. Na de Tweede Wereldoorlog is confectiekleding moeilijk verkrijgbaar en daardoor is het duur. Vrouwen breien daarom veel kleding zelf, vooral voor hun kinderen. Alle bekende damesbladen geven inmiddels hun eigen breiblad uit.

Vrouwen vinden er patronen voor praktische kledingstukken zoals vesten, sjaals en handschoenen, maar ook voor frivolere kledingstukken. Moeders, grootmoeders en jonge vrouwen doen er genoeg inspiratie op voor kleurrijke kleren.

Wijdverbreid

Breien is niet meer uit ons leven weg te denken. Veel van onze kleding is gebreid, tot aan voetbalschoenen toe. Ook in de industrie wordt breien verrassend vaak gebruikt. Breiwerk is praktisch, milieuvriendelijk en efficiënt. Het kan exact op maat worden gemaakt, waardoor geen sprake is van restafval. Dit technische textiel wordt gebreid van allerlei kunststoffen en metalen. Zo spelen vele voetbalteams op gebreid kunstgras. Bouwsteigerdoek wordt ook gebreid, op een kettingbreimachine met veel draden naast elkaar. En voor pakkingen in machinemotoren is er breiwerk van roestvrij staal.

Breien blijft als techniek inspireren, kijk maar naar ontwerpers als Stephen West en Bas Kosters, kunstwerken van de Londense kunstenares Zoë Landau Konson of Chrystl Rijkeboer of de populaire gebreide designpoefen van Christien Meindertsma

 

Auteur
Modemuze