Nederlandse ambtskostuums

12 mei 2015
Trudie Rosa de Carvalho
Conservator kostuum en textiel bij Paleis Het Loo

Ambtskostuums zijn te vinden in de collecties van verschillende Nederlandse musea en heel af en toe zien we ze nog voorbij komen op gelegenheden in het buitenland. In dit thema wordt het wat, waarom en hoe van Nederlandse ambtskostuums besproken.

Diverse Nederlandse musea hebben ambtskostuums in de collectie, maar de verzameling ambtskostuums van Paleis het Loo is wellicht de grootste collectie van Nederland. De aanblik van de kasten van Paleis Het Loo, zoals hieronder beschreven, zal zeker herkend worden door mijn kostuumcollega’s.

Variatie

Bij het openen van de vele depotkasten lijkt het op het eerste gezicht alsof de vele donkere kostuums met zilver- of goudborduursel of borduursels van gekleurd zijdedraad allemaal nagenoeg hetzelfde zijn. Maar op het tweede gezicht blijkt dat het donkere laken vele schakeringen kent, variërend van zwart naar donkerblauw en donkergroen, en dat de borduursels variëren in belijning of de uitvoering van het hoofdthema van oranje-, lauwer- en eikentakken. Juist deze kleine variaties bepalen de herkenning van de vele rangen en standen, die door deze kostuums worden vertegenwoordigd. De oudste ambtskostuums in de collectie van Paleis Het Loo zijn donkerblauwe lakense rokjassen van het grootkostuum van de staatsraden (Raad van State). Hun kostuum met geborduurde knopen en geborduurde eiken- en lauwertakken in gele en bruine zijde is vastgelegd in een Koninklijk Besluit uit 1825 (afbeelding: Jas behorend bij een groot kostuum van een staatsraad, 1825-1842. Collectie Paleis Het Loo).

Hofetiquette.

Koning Willem I legde op 17 maart 1815 de kledingvoorschriften van de hofkostuums vast, waar in artikel 1 werd bepaald dat ‘Alle hoogere en lagere burgelijke ambtenaren, welke costumen hebben, zullen dezelve moeten dragen, wanneer zij ten Hove verschijnen. Wordende onder het woord costume geene andere verstaan, dan dezulke, welke door Zijne Majesteit zijn geaccordeerd’. Het uiterlijk van de ambtskostuums is sindsdien door de koning of koningin geformuleerd in Koninklijke Besluiten, waarvan de laatste uit 1948 dateert. Ieder ambt heeft zijn eigen groot- en klein kostuum; het grootkostuum is gala.

Vele ambten, vele pakken

Een ambtskostuum of ambtsgewaad wordt door de Van Dale omschreven als: ‘voorgeschreven gewaad dat men bij het uitoefenen van een ambt draagt’. Dit kostuum werd vooral gedragen bij ontvangsten aan het koninklijk hof of bij officiële (staats)gebeurtenissen waar leden van de Koninklijke Familie bij aanwezig waren (afbeelding: Prinses Beatrix en de burgemeester van Amsterdam tijdens een bezoek op 30 juni 1956).

De collectie van Paleis Het Loo bevat vele ambtskostuums van ambtenaren van het openbaar bestuur van het Rijk, de provincie en de gemeente (afbeelding: Links een lid van de Tweede Kamer en rechts twee ministers tijdens de opening van de Staten-Generaal in 1933), de rechterlijke macht, de diplomatieke dienst en instellingen gerelateerd aan financiën, arbeid, volksgezondheid en cultuur. Van sommige groepen zijn meer kostuums bewaard dan van andere groepen: zo zijn er bijvoorbeeld meerdere kostuums van burgemeesters of referendarissen, maar slechts één of twee kostuums van een rijksmuntmeester of directeur van een rijksmuseum. De ambtskostuums met de meest uitbundige goud- en zilverborduursels zijn de ambtskostuums van bestuur uit het voormalige Nederlands-Indië. Ook particulieren mochten in kostuums met borduursels naar eigen keuze aan het hof verschijnen. Enkele van deze kostuums zijn in de collectie opgenomen.

Teloorgang

Officieel is het dragen van het ambtskostuum nooit in een Koninklijk Besluit afgeschaft. Maar in de crisisjaren schafte koningin Wilhelmina rond 1933 op een gegeven moment alle hoffeesten af en na de Tweede Wereldoorlog werd het ambtskostuum steeds minder aan het hof gedragen. Na de Tweede Wereldoorlog besloot koningin Wilhelmina tot verdere versobering van het uiterlijk vertoon. Mede hierdoor stierf het dragen van het ambtskostuum een langzame dood. Alleen ambassadeurs droegen nog wel hun ambtskostuum, omdat dit aan sommige buitenlandse hoven een vereiste bleef. Ook verscheen heel af en toe soms een politicus toch nog in ambtskostuum, wat vaak tot aandacht van de pers leidde. Mijnheer J.H. Meijsen (1929-2003), een bekend verzamelaar van ambtskostuums, verscheen tot op hoge leeftijd op het Haagsch Debutantenbal in het Kurhaus te Scheveningen in zijn ambtskostuum als commies bij het Ministerie van Onderwijs, waar hij toen werkzaam was (afbeelding: De heer John Meijssen op het Haagsch Debutantenbal van 1998).

Hernieuwde interesse

Ambtskostuums werden lange tijd als oubollig ervaren. Maar inmiddels is er op kleine schaal sprake van een herleefde interesse voor deze kostuums. Dit past helemaal binnen het hedendaagse retro-denken en bij de toenemende behoefte aan ambachtelijke kwaliteit.

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie

Reactie