Achttiende-eeuwse jakken

Naast de omvangrijke japonnen die in de achttiende eeuw in de mode waren, was er ook een variatie aan informele kleding. De combinatie van een jak op een rok werd zowel in steden als op het platteland gedragen. De korte jakken werden naar gelang het model en de periode casaquin, caraco, juste, pierrot, coureur of jukaatje genoemd. Deze kledingstukken kenden op hun beurt weer vele varianten, waarvan er hier een paar zullen worden uitgelicht.

6
 
Centraal Museum
favoriet  0
 
Collectie

Van blauw zijde met bloemen voering van blauw geelbruine ruit. Het jak is getailleerd en loopt zeer klokkend uit.

Link

Les Casaquins, links van voren, rechts van achteren gezien. Op de achtergrond vogels, figuurtjes en een fontein. Uit reeks van kostuumprenten.

Link

Called a casaquin in French, this type of close-fitting coat with long basques often appears in female portraits containing references to the hunt; however, its elaborate ornamentation suggests rather the festivities of the return from the hunt or semi-ceremonial events like meals or walks in distinguished company.

Fries Museum
favoriet  0
 
Collectie

Sitsen vrouwenjak, met motieven op witte grond en contouren zwart en rood

Centraal Museum
favoriet  1
 
Collectie

Deze doorgestikt blauwe zijden onderrok heeft reliëf gekregen door de techniek van Zaans Stikwerk (point de Marseille).

Gemeentemuseum Den Haag
favoriet  0
 
Collectie

Caraco van vaalblauwe zijde, gegarneerd met blauw zijdepassement

Link

Van links naar rechts: Vrouw in een groene casaquin en paarse rok. Accessoires: kleine muts, palatine, tas of buidel. De man draagt een justaucorps, hemd met jabot, strik om de hals, kniebroek en kousen. Accessoires: driekantige steek, wandelstok, (sier)degen en schoenen. Rechts een vrouw op de rug gezien, in een gestreepte casaquin en rok van dezelfde stof. Accessoires: kleine muts, oorbellen, aangerimpelde strook om de hals, kousen en muiltjes.

Fries Museum
favoriet  0
 
Collectie

Sitsen vrouwenjak, met motieven op witte grond en contouren zwart en rood

Amsterdam Museum
favoriet  0
 
Collectie

Jak met borststuk, losvallende plooi op de rug, zogenaamde plis watteau, van wijnrode ripszijde, afgezet met een opgestikte gerimpelde strook zijde

Amsterdam Museum
favoriet  0
 
Collectie

Twee-delige huisjapon van bedrukt katoen, bestaand uit een jak met een plis-Watteau en een aangerimpelde rok.

Centraal Museum
favoriet  0
 
Collectie

Casaque van gebloemd en gestreept sits met Watteau plooi.

Gemeentemuseum Den Haag
favoriet  0
 
Collectie

Driedelige japon: jak met rug à la française van donkerrode zijde met gelanceerde boeketten in lila, blauw en groen, rok en onderrok van donkerrode

Centraal Museum
favoriet  0
 
Collectie

Van lichtblauwe moiré zijde met rand van uit de hand geborduurde veelkleurige bloemen.

Amsterdam Museum
favoriet  0
 
Amsterdam Museum
favoriet  0
 
Collectie

Roze met groen gestreepte caraco met driekwart mouwen en lange schoot. Gevoerd met groene gekalanderde grein. De caraco is niet vermaakt.

Link

Left is a dress à la polonaise, on the right is a dress with a caraco.

Link

A 'caraco plisse' or 'pet-en-lair' was a type of bodice that was popular in the mid to late-18th century. It was constructed similar to the sack-back gowns or robes à la Française of the period.

Link

Vrouw met luit, op de rug gezien. Zij draagt een caraco met plooien op de rug en 'manches en sabot' op een rok versierd met aangerimpelde stroken van gaas. Haar hoed werd 'Chapeau à l'Italienne' genoemd. Accessoires: lint om de hals, armband en schoenen met hak en rozet.

Museum Rotterdam
favoriet  0
 
Collectie

Strohoed, rond model, naturelkleurig bandstro met zéér platte kleine bol waarlangs grijs satijnlint met ingeweven bloemen in roze en paars, voering

Gemeentemuseum Den Haag
favoriet  0
 
Collectie

Rok van gematelasseerd blauw zijden satijn, langs bovenzijde doorgestikt in kleine ruiten, langs de rokzoom in bloem- en waaiermotieven

Amsterdam Museum
favoriet  0
 
Collectie

Driehoekig fichu van fijn neteldoek, geborduurd à fil tiré zonder dubbele ondergrond. Contouren à point clair en met koordrandje.

Gemeentemuseum Den Haag
favoriet  0
 
Collectie

Caraco van wit katoen bedrukt met losse blauwe bloemen

Gemeentemuseum Den Haag
favoriet  0
 
Collectie

Caraco van lichtblauw zijden satijn met veelkleurige gebrocheerde bloemmotieven en kantpatronen, voering van gekalanderd donkerblauw linnen

Link

De jakken, ook wel caraco of jukaatje genoemd, worden ook in de volksdrachten gedragen, maar zijn dan van veel eenvoudigere stoffen. In het decolleté wordt een halsdoek of fichu gedragen en gewoonlijk is deze dracht gecombineerd met een schort.

Fries Museum
favoriet  0
 
Collectie

Schortje van damast met opengewerkt randje en initialen NW

Fries Museum
favoriet  2
 
Collectie

Schort van sits, motieven op witte grond, contouren zwart en rood

Centraal Museum
favoriet  0
 
Fries Museum
favoriet  0
 
Collectie

Sitsen vrouwenrok, motieven op witte grond, contouren zwart

Amsterdam Museum
favoriet  0
 
Collectie

Lang jakje van blauw fond met witte strepen en gebrocheerde bloemguirlandes in ruitvorm.

Link

Dankzij de komedie 'La Folle Journée ou Le Mariage de Figaro' van Caron de Beaumarchais (1732-1799) geniet de combinatie van jak en rok een ongekende populariteit. De kleding van de hoofdrolspeelster Suzanne, een kamenier van een gravin, zorgde voor een nieuwe naamgeving van het jak. De actrice droeg een wit jakje met schootje op een rok. In de jaren hierna werd het jakje op Franse modeprenten ook wel 'juste à la Suzanne' en 'juste à la Figaro genoemd'. Dat de naam van het toneelstuk ook voor andere kledingstukken werd gebruikt blijkt uit een modeprent uit 1784 in het Gallerie des Modes et Costumes Français (1778-1787), van een zittende vrouw gekleed in een ‘(…) Juste à la Susanne et coëffee en Figaro, (…)’. Zie de prent hiernaast.

Link

Zittende vrouw, een roos in de hand. Zij draagt een 'juste à la Suzanne' op een rok met (sier)schort. 'Manches en sabot'. Op het hoofd een 'figaro' (muts) versierd met veren. Fichu om de hals.

Centraal Museum
favoriet  0
 
Collectie

Rood en blauw gebloemde sits, gevoerd met linnen.

Link

Staande vrouw gekleed in een rode caraco op een witte rok. Op het hoofd een 'chapeau à la Tarare' (??). Wandelstok van bamboe in de rechterhand.

Centraal Museum
favoriet  0
 
Collectie

Casaque van gebloemde sits op donkerrode grond.

Link

In the 1780s jackets worn with petticoats became a popular garment for informal wear by women. This example shows the long sleeves and close-fitting style characteristic at the end of the decade. It is made of linen printed in a repeating pattern of floral sprigs. The fabric has been quilted so that each printed motif is framed in a diamond shape by quilting stitches. A decorative cotton muslin apron completes the ensemble.

Gemeentemuseum Den Haag
favoriet  0
 
Collectie

Tweedelige japon, bestaande uit jak ('pierrot') en rok, van in platbinding en in keperbinding geweven wit katoen, getamboureerd met gele en blauwe

Link

The Pierrot as a shaped bodice flourished in that gasp of Rococo sensibility and extreme silhouette of about 1780 - 1790. The flared peplum extension of the jacket below the waist and asymmetrically around the back allows for the bulbous billowing skirt of the period. The bodice includes self-fabric ruffles, which would have embellished the skirt as well. The simple low-necked bodice is characteristic of the period, comparable to the "chemise à la reine."

Link

A young woman, traditionally identified as Boilly’s wife, represented in the artist's studio.

Link

French, silk jacket with long sleeves typical for the late 18th century.

Fries Museum
favoriet  0
 
Collectie

Rok van groen zijden satijn met wollen opvulling en los geweven katoenen voering

Gemeentemuseum Den Haag
favoriet  0
 
Collectie

Daags jak van blauwe zijde met ingeweven regelmatig fantasiepatroon van blokjes

Amsterdam Museum
favoriet  0
 
Collectie

Rok van wollen damast met geplooide bovenkant. Sluiting met haak en oog aan bovenzijde.

Amsterdam Museum
favoriet  0
 
Collectie

Caraco van groenblauwe ripszijde, lage vierkante hals, geen taillenaad, klokkend uitlopend. Driekwart mouwen.

Fries Museum
favoriet  0
 
Collectie

Jak van blauwe zijde met ingeweven grijze bloemranken op stippengrond, gevoerd met linnen, mouwen met sits

Link

Jolie femme en baigneuse du matin, pierrot à revers avec des boutons d'acier à carreaux, le juppon de mousseline unie, falbalat de la même elle tient une badine de cep de vigne.

Fries Museum
favoriet  2
 
Collectie

Vrouwenjak van paarsbedrukt katoen met strooimotiefjes, met uitlopende schoot

Fries Museum
favoriet  0
 
Collectie

Blauw paars, lichtbruin changeant zijden rok met matelassé

Gemeentemuseum Den Haag
favoriet  1
 
Collectie

Caraco van bedrukte paarse sits met rood/blauw/witte bloemranken

Centraal Museum
favoriet  1
 
Gemeentemuseum Den Haag
favoriet  0
 
Centraal Museum
favoriet  0
 
Collectie

Beige katoen, gematelasseerd en rode bouquetjes in tamboureerwerk.

Centraal Museum
favoriet  0
 
Collectie

Grote muts van genopt zijden neteldoek met dubbele strook tule, band en strik zijn van groene zijde.

Fries Museum
favoriet  0
 
Collectie

Fichu versierd met gekleurd tamboureerwerk van zijden garen

Fries Museum
favoriet  0
 
Collectie

Rok van geruit wit linnen en rood katoen (hikkede), zgn. Friese bont

Amsterdam Museum
favoriet  0
 
Collectie

Jak, lange mouwen, lage ronde hals, in model gebracht d.m.v. van een koordje, lopende door een tunnel.

Amsterdam Museum
favoriet  0
 

In de eerste helft van de achttiende eeuw verschijnen voor het eerst de casaquins: korte jakken die aan de voorzijde getailleerd waren en aan de achterzijde losvallende plooien hadden. Dit waren eigenlijk niet meer dan japonnen die op heuplengte waren afgesneden. Rond het midden van de eeuw neemt de populariteit van de casaquin af, waarna de jakken rond 1760-1770 opnieuw verschijnen onder de naam caraco.

Ze hadden een losse of aansluitende rug. Het enige verschil tussen een caraco à la Française en een caraco à la polonaise was de pli Watteau (losvallende stolpplooien) op de rug. In de tweede helft van de achttiende eeuw werd de caraco, in Nederland ook wel jukaatje genoemd, populair onder de gegoede burgervrouwen.[1]

Het getailleerde jak werd gedragen op een wijde rok. De caraco kon verschillende lengtes hebben. De mouwen waren halflang maar tegen het einde van de achttiende eeuw verschijnen er ook jakken met lange mouwen.  Soms waren jak en rok van dezelfde stof gemaakt, dit kostuum imiteerde dan in feite een japon. In de meeste gevallen waren jak en rok echter gemaakt van verschillende stoffen.

Stoffen

De caraco kon van modieuze stoffen, zoals sits (bedrukt katoen), zijde of damast, zijn gemaakt. Jakken van dit soort deftige stoffen werden niet alleen door rijke vrouwen als huisdracht gedragen maar ook door welgestelde boerinnen op zondag. Jakken en rokken van eenvoudige stoffen, zoals katoen, linnen en wol, werden veel in de volksdracht gedragen. Het was gebruikelijk om hierbij een muts, halsdoek en schort te dragen.

Echter alleen de mooiste jakken van kostbare stoffen zijn in kostuumcollecties bewaard gebleven. Hierdoor kan er een vertekend beeld ontstaan van wat voor soort kleding men in de achttiende eeuw droeg. Werkende vrouwen van het platteland bleven jakken van sits of Europese katoendruk lang doordragen. Ook al waren ze niet meer in de mode, door de praktische eigenschappen zoals wasbaarheid en kleurechtheid bleven ze een geliefd kledingstuk.

Waarschijnlijk werden de meeste streekdracht jakken gemaakt door jakkennaaisters. In Nederland komen er twee soorten jakken voor: het ‘geknipte’ jak dat bestaat uit verschillende patroondelen en het ‘gevouwen’ jak dat uit een rechthoekige lap is gemaakt.  

Juste à la Suzanne   

Dankzij de komedie La Folle Journée ou Le Mariage de Figaro van Caron de Beaumarchais (1732-1799) geniet de combinatie van jak en rok een ongekende populariteit. Het toneelstuk werd door Beaumarchais in 1778 geschreven en in 1781 voor het eerst opgevoerd. In de jaren hierna werd het verboden omdat het ging over een huwelijk beneden stand. Toen Le Mariage de Figaro op 27 april 1784 in het Odeon Theater opnieuw werd opgevoerd was het een groot succes.

De kleding van de hoofdrolspeelster Suzanne, een kamenier van een gravin, zorgde voor een nieuwe naamgeving van het jak. De actrice droeg een wit jakje met schootje op een rok. In de jaren hierna werd het jakje op Franse modeprenten ook wel juste à la Suzanne en juste à la Figaro genoemd. Dat de naam van het toneelstuk ook voor andere kledingstukken werd gebruikt blijkt uit een modeprent uit 1784 in het Gallerie des Modes et Costumes Français (1778-1787), van een zittende vrouw gekleed in een ‘(…) Juste à la Susanne et coëffee en Figaro, (…)’.

Pierrot

Aan het einde van de achttiende eeuw werd het vrouwenjak in Frankrijk ook wel pierrot genoemd. Op 10 april 1788 publiceerde het Franse modetijdschrift Magasin des Modes Nouvelles, Françaises et Anglaises (1786-1789) een modeprent met daarop een vrouw gekleed in een pierrot Hollandois. Op pagina 114 onder het kopje Planche II wordt de pierrot beschreven: ‘Uné Femme vêtue d'un pierrot Hollandois. Ce pierrot est de Pekin bleu, doublé, sur les revers, de Pékin jaune. II est bordé tout autour d'une légère frange d'argent. Deux gros glands d'argent pendent de chaque côté de ce pierrot ; & il est garni de gros boutons d'argent (i) , taillés en dessus en diamans.’[2]                                                                              

Ook de pierrot kent meerdere variaties, zo spreekt men op 30 maart 1788 (3e jaargang, No. 14, p. 106), van een pierrot à la Zèlandoise: ‘La Jeune Personne (…) est vêtue dún pierrot à la Zèlandoise , de Pekin vert, bordé de franges jaune & vertes, à double colet & à revers de Pekin rosé  & à manches de crêpe bleuâtre garnies de manchettes de gaze unie découpée à grandes dents.‘ [3]

Coureur

In het Nederlandse modetijdschrift Kabinet van Mode en Smaak (1791-1794), die zijn modeprenten en informatie kopieerde uit het Franse modetijdschrift Journal de la Mode et du Goût (1790-1793), worden er diverse caraco’s besproken. Waaronder de Caraco à l’Espagnol, Caraco à la Junon en Caraco à la Guimard. Over de Caraco à l’Officiere wordt op pagina 38 gezegd: ‘De taille, het omslag, de kraag of collet, en zakken zijn in een lossen Engelschen smaak, met eene ronde rok. De zelve staat zeer fraai en zindelijk. Men gebruikt haar op het land en te paard’. Naast het model werd dus ook de toepassing besproken. 

De caraco werd in Franse en Nederlandse modetijdschriften ook wel coureur genoemd. Op pagina 42 wordt de heersende mode voor ‘Onze Dames’ en ‘Onze Petit maitres’ uitgebreid besproken: ‘De zoogenaamde Coureurs of Caraco’s van violet satin, en eene zeer smalle taille zijn thans algemeen, waarover men een zwarte bandelier met roode ornamenten draagt, en onder dezelve een wit-satijne rok, van onderen met een breed rood borduursel op een zwarten grond.’

 

Beeldredactie: Anneclaire van Veelen.

 

Literatuur:

J.H. Der Kinderen-Besier, De Kleeding onzer Voorouders: 1700-1900, Amsterdam, p. 52 t/m 76.

François Boucher, Histoire du Costume, Paris, 1965.

Annemarie den Dekker, Rijk gekleed, van doopjurk tot baljapon 1750-1914, Amsterdam 2005.

M.A. Ghering-van Ierlant, Vrouwenmode in Prent, modeprenten 1780-1930, Amsterdam 2007

Jacoba de Jonge, Eigenzinnig in de mode, p. 209 in En Vogue! Mode uit Frankrijk en Nederland in de 18de eeuw, Gemeentemuseum Den Haag, 2005.

Ietse Meij, Haute Couture & Prêt-à-porter; Mode 1750-2000, Gemeentemuseum Den Haag, 1998, pp. 28-29.

Sylvia van Dam Merrett, Geknipt of gevouwen? Jakken van de Walcherse streekdracht, p. 30 t/m 39 in Kostuum 2010, Jaaruitgave van de Nederlandse Vereniging voor Kostuum, Kant, Mode en Streekdracht.

Jacques Ruppert, Le Costume IV - Époques Louis XVI et Directoire, Flammarion, Parijs, 1947, p. 28.

Hanneke J. van Zuthem, Mode en Streekdracht, p . 194 t/m 196 in in En Vogue! Mode uit Frankrijk en Nederland in de 18de eeuw, Gemeentemuseum Den Haag, 2005.

 

 


[1] Zie p. 163 van De historie van mejuffrouw Sara Burgerhart (1782):‘Moeder had een soort van negligé op, met een root lint, een Jukaatje aan, een wit boezelaartje voor, en was, in ’t geheel, huiselijk.’

[2] Vrije vertaling: ‘Een vrouw gekleed in een pierrot Hollandois. De pierrot is van blauwe zijde Pekin, bij de revers gevoerd met gele zijde Pekin. Hij is afgezet met zilverkleurige franjes. Twee grote zilverkleurige kwasten aan één zijde. Twee rijen van grote zilveren knopen’.

[3] Vrije vertaling: (..) is gekleed in een pierrot à la Zèlandoise gemaakt van groene zijde pekin, afgezet met groene en gele franjes, met dubbele kraag en revers van roze zijde pekin (…).

 

Dit artikel is ook verschenen op het Hart Amsterdam Museum.

Auteur
Judith van Amelsvoort
Junior conservator mode en kostuum Amsterdam Museum