Kinderkleren: net zoals papa en mama?

 
Afb.5. Portret van een meisje, ca. 1853, collectie Rijksmuseum Amsterdam.
1 maart 2016
Freelance mode-en kunsthistorica

In de tentoonstelling Catwalk in het Rijksmuseum is de eerste zaal gewijd aan kinderkleren. ‘Het kind’ is een concept van relatief recente datum, kinderen werden dan ook lange tijd als kleine volwassenen gekleed. Toch waren er verschillen en ontwikkelde kinderkleding zich steeds meer richting comfort.

Zaal 1 van de tentoonstelling ‘Catwalk’ in het Rijksmuseum. Kinderkleren draaien op een carrousel. Foto: Carola van Wijk.
Afb. 1 Zaal 1 van de tentoonstelling ‘Catwalk’ in het Rijksmuseum. Kinderkleren draaien op een carrousel. Foto: Carola van Wijk.

Klomp was

Het kinderlichaam werd beschouwd als een ‘klomp was’, dat gevormd kon worden naar het heersende schoonheidsideaal. Jonge kinderen kregen daarom al vroeg een korset. Meisjes zouden dit hun hele leven blijven dragen. Jongens legden het meestal weer af zodra zij broeken gingen dragen. Dit correspondeerde met het moment dat ze helemaal zindelijk waren en zelf in staat hun broek open te maken.

Afb. 2 Jongensjasje, ca. 1760-1775, collectie Rijksmuseum Amsterdam.
Afb. 2 Jongensjasje, ca. 1760-1775, collectie Rijksmuseum Amsterdam.

De jongensjasjes uit de 18de eeuw zijn miniatuurversies van herenjassen, alleen aan het formaat is af te lezen dat ze door kinderen zijn gedragen (afb. 2). De mouwen werden ver naar achteren ingezet en in een ronde vorm geknipt. Hierdoor kon de drager zijn armen nauwelijks bewegen en werd hij gedwongen met zijn schouders naar achteren -met een holle rug- te lopen.

Rousseau en zijn invloed op kinderkleren

In 1762 schreef de Zwitsers-Franse filosoof Jean-Jacques Rousseau dat kinderen moesten kunnen bewegen. Mede als gevolg hiervan ontstonden aan het einde van de 18de eeuw de eerste speciale ‘kinderkleren’. Meisjes droegen eenvoudige witte linnen of katoenen jurkjes en opmerkelijk kort haar in vergelijking tot hun hoog gekapte moeders. Jongens een pak met een wijde kraag en dubbele rij knopen en een lange broek. Een jasje met vest in de tentoonstelling is een voorbeeld van deze jongensmode (afb.3).

Afb.2 Jongensjasje met vest, ca. 1790-1800, collectie Rijksmuseum Amsterdam.
Afb.2 Jongensjasje met vest, ca. 1790-1800, collectie Rijksmuseum Amsterdam.

Korte rokken en lange onderbroeken

Vanaf de 19de eeuw was er een opvallend verschil tussen meisjes en vrouwenkleren. Meisjes droegen kleinere versies van hun moeders jurken maar met een kortere rok. Ze lieten dus een deel van hun benen zien; voor een volwassen vrouw heel ongepast. Eerst werden de benen bedekt met de lange pijpen van een pantalette. Dit was een soort onderbroek zonder kruis. Deze werden in de loop der jaren steeds korter en verdwenen rond 1880 helemaal uit het zicht.

Afb. 4 Meisjesjurk, ca. 1850, collectie Rijksmuseum Amsterdam.
Afb. 4 Meisjesjurk, ca. 1850, collectie Rijksmuseum Amsterdam.

Onder deze witte kinderjurk (afb.4) van rond 1850 zal een randje van de pantalette zichtbaar zijn geweest met daaronder een mogelijk een kous en een enkel die in een laarsje was geregen zoals te zien is op een foto uit dezelfde periode (afb.5).

Rokken werden langer naar mate een meisje ouder werd en rond hun zestiende begonnen meisjes de volwassen lengte te dragen. Kinderjurken konden vaak eenvoudig worden verlengd doordat ze voorzien waren van (decoratieve) oprijgen en brede zomen.

Afb.5. Portret van een meisje, ca. 1853, collectie Rijksmuseum Amsterdam.
Afb.5. Portret van een meisje, ca. 1853, collectie Rijksmuseum Amsterdam.

Matroosjes

Toen de Engelse kroonprins Albert Edward in 1846 in een matrozenpakje verscheen vond dit veel navolging. Jongens konden ze bij zowel formele als informele gelegenheden dragen. Doordat het op een uniform leek zag het er keurig uit, terwijl het makkelijk op grote schaal te produceren was. Al snel kregen ook meisjes op matrozenpakjes geïnspireerde jurken. Matrozenkleren gaven veel bewegingsvrijheid en waren tot en met de eerste helft van de 20ste eeuw ongekend populair. Sommige kinderen droegen haast niets anders.

Afb. 6 Matrozenjurkje, ca. 1885, collectie Rijksmuseum Amsterdam.
Afb. 6 Matrozenjurkje, ca. 1885, collectie Rijksmuseum Amsterdam.

Een voorbeeld uit de collectie van het Rijksmuseum is een jurkje voor een klein meisje. Het jurkje heeft een verlaagde taille. Dit typische kenmerk van kinderjurken vanaf het einde van de jaren 1870 zou meer dan 50 jaar in de mode blijven. Het jurkje is gemaakt van wollen tricot dat in de 19de eeuw voornamelijk gebruikt werd voor ondergoed maar ook steeds vaker voor kinderkleren. De rekbaarheid van de stof zorgde voor draagcomfort.

In de 20ste eeuw werden kinderen steeds meer als zodanig beschouwd en hun kleding werd hierop aangepast. Het is opvallend dat ze nu, aan het begin van de 21ste eeuw, juist weer meer als miniatuurvolwassenen worden gekleed. Gelukkig is de mode voor volwassenen inmiddels een stuk comfortabeler dan een paar honderd jaar geleden.

Literatuur:

Ewing, Elizabeth, History of Children’s Costume, 1977

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie

Reactie