De schoonheid van het geleefde leven

 
Foto © Tim Walker Vormgeving © Ines Cox
2 november 2020
Conservator / Curator collectie Modemuseum Hasselt

2020 was en blijft een ongewoon jaar. Nog nooit spendeerden we zoveel tijd thuis. Om de tijd te doden, gingen we in onze comfortabele tracksuits door onze spullen. We sorteerden onze truien, mantels en broeken, brachten oude boeken naar de kringloopwinkel en reorganiseerden de potten en pannen in de kasten van onze keukens.

We deden ook ontdekkingen: oude parels waarvan we het bestaan vergeten waren, een T-shirt die ons deed terugdenken aan die ene zomer, een nauwsluitende jurk die ons terugvoerde naar onze jeugdjaren... Gebeten door deze ‘rommel’ kriebel, deed het collectieteam van Modemuseum Hasselt hetzelfde. We gingen grasduinden in het eigen rijkelijk gevulde archief en vonden verborgen schatten, verhalen en anekdotes. Activewear, oorspronkelijk voor het najaar van 2020, kregen we onmogelijk gepland door de vele beperkingen die de pandemie inhield. 1 oktober openden we met DRESS.CODE., een tentoonstelling samengesteld met stukken uit de eigen collectie, te bezichtigen tot en met 9 mei 2021.

Code I – Vorm © Boumediene Belbachir
Code I – Vorm © Boumediene Belbachir

De jurken, hoeden, sieraden en schoenen die Modemuseum Hasselt bewaart, werden geselecteerd, gedragen en gekoesterd en zijn verbonden met herinneringen, emoties en avonturen. Ze vormen een tastbare getuigenis van een geleefd leven met een individuele geschiedenis. Via onze kledij informeren we de buitenwereld over wie we zijn of waar we voor willen staan: we kleden ons in de laatste mode, hebben opvallende kapsels, dragen gewaagde prints, houden van die ene designer… Behalve deze bewust geconstrueerde realiteit, zijn er talloze verhalen die we onbewust vertellen via onze kledij. De afdrukken die onze knieën achterlaten in een broek, de afgesleten zolen van onze schoenen of die confituurvlek die eeuwig op onze favoriete trui zal achterblijven, zijn stoffelijke herinneringen aan de oncontroleerbare realiteit.

DRESS.CODE. hanteert de principes van objectgericht onderzoek en via vijf thema’s of codes kraken we de taal die mode spreekt: ‘vorm’, ‘stof’, ‘vanitas’, ‘identiteit’ en ‘verhalen’. Door de vorm, het gebruikte materiaal, een vouw, een vlek, het label…sporen aanwezig op een object, te lezen en te ontleden, brengen we levenloze objecten tot leven en reconstrueren we een mogelijke biografie van object en drager.i

Robe à la française in ecrukleurige zijde met ingeweven bloemmotieven, ca. 1770-1775 replica’s : onderrok en engageantes  1995.0148 © Boumediene Belbachir
Robe à la française in ecrukleurige zijde met ingeweven bloemmotieven, ca. 1770-1775 replica’s : onderrok en engageantes 1995.0148 © Boumediene Belbachir

Robe à la française in ecrukleurige zijde met ingeweven bloemmotieven, ca. 1770-1775 replica’s : onderrok en engageantes  1995.0148 © Boumediene Belbachir
Robe à la française in ecrukleurige zijde met ingeweven bloemmotieven, ca. 1770-1775 replica’s : onderrok en engageantes 1995.0148 © Boumediene Belbachir

Vorm, lichaam, heden en verleden

De vorm van een broekspijp, de kop van een mouw, de lengte van de rok, de hoogte van de taille…zijn indicatoren van een veranderend modebeeld en begeleiden bij het dateren van het object. Via mode geven we vorm aan de persoon die we willen zijn of die we hopen te zijn in de ogen van anderen. ‘Lichaamsbeheer’ is daarin belangrijk. Met verschillende technieken en tools werd in het verleden, en nu nog steeds, het lichaam in bedwang gehouden en gecureerd. Met korsetten, kussens, paniers, crinolines, tournures…maar ook door diëten en sporten, werd het ideale lichaam, indicator van aanzien en status, bereikt.

De tentoonstelling start met korsetten en ondergoed, maar ook met enkele replica’s van onderkleding om het verband te leggen met de vormen die daarmee worden gemaakt. Tijdens de achttiende eeuw was het niet eenvoudig om gekleed te gaan in een robe à la française zonder de hulp van een geduldig kamermeisje. Om de gewenste lichaamsvorm te verkrijgen, dragen dames boven hun linnen hemdje een kegelvormig rijglijfje en paniers (mandjes). Het lijfje verstevigd met walvisbaleinen houdt de torso recht en slank, verlaagt de taille en duwt de borsten omhoog tot een ronde boezem. De paniers ondersteunen de rok en zorgen ervoor dat die breed wordt, maar vooraan en achteraan plat blijft. Het vrij hoekige schoonheidsideaal dat zo wordt gecreëerd, staat ver van de natuurlijke lichaamsvormen en voelt aan als een stramme wapenuitrusting die beweging beperkt en buigen onmogelijk maakt. Wat verder in de tentoonstelling staat een robe à la française in vol ornaat, die vermoedelijk werd gedragen door de jonge en ranke Maria Catharina Briers, een personage dat verband houdt met de Limburgse geschiedenis.

Ensemble in poederroze kunstvezel van Rei Kawakubo voor Comme des Garçons, herfst-winter 2016-17 2019.0003 © Lot Doms
Ensemble in poederroze kunstvezel van Rei Kawakubo voor Comme des Garçons, herfst-winter 2016-17 2019.0003 © Lot Doms

Robe à la française in gestreepte roze zijde met ingeweven bloemen, ca. 1760-1770  2013.0030
Robe à la française in gestreepte roze zijde met ingeweven bloemen, ca. 1760-1770 2013.0030

Het verleden is een bron van inspiratie die ontwerpers ontleden, componeren en herinterpreteren tot een nieuw silhouet. Het is een bijzonder fijn spel om deze losse fragmenten te ontdekken in hedendaagse stukken. Kawakubo werkte voor haar wintercollectie van 2016 rond de centrale vraag “hoe zou een achttiende-eeuwse punker eruitzien?”. De achttiende eeuw werd immers gekenmerkt door talloze revoluties en veranderingen. Die punkers waren 'Les Incroyables' en hun vrouwelijke tegenhangers, 'Les Merveilleuses'. Ze waren een collectief van doelbewust decadent en bizar geklede aristocraten tijdens het Directoire (1795-1799). Prachtige, rijkelijke jacquards met grote bloemenpatronen en eigentijdse interpretaties van achttiende-eeuwse paniers, borstlappen, korsetten en wapenuitrustingen overspoelen de show die niet toevallig is Parijs georganiseerd werd. Dit iconische ontwerp wordt in de tentoonstelling geconfronteerd met een sak uit de tweede helft van de achttiende eeuw.

Stof, techniek, fantasie en kleur

Materiaal, kleur, decoratie en de kosten en beschikbaarheid van materialen bieden veel informatie over de periode waarin een object werd gedragen of gemaakt, maar ze geven ook een inzicht in de smaak, persoonlijkheid en achtergrond van de drager. Vóór de wijdverbreide invoering van synthetische materialen, zoals rayon in de jaren dertig, werd textiel voor kleding hoofdzakelijk vervaardigd uit natuurlijke vezels zoals wol, zijde, linnen of katoen. Ook de diverse bewerkingen zoals kleuren, printen, borduren of weven, helpen bij een juiste datering.

Code II – Stof © Boumediene Belbachir
Code II – Stof © Boumediene Belbachir

Materialen en vormen van decoratie kunnen doorheen de tijd van status veranderen en nieuwe connotaties oproepen. Luipaard(print) is deel van de mode sinds het oude Egypte waar het werd geassocieerd met vrouwelijke goddelijkheid. De ooit eenduidig gevonden geraffineerde print roept tegenwoordig uiteenlopende gevoelens op gaande van sexy of elegant tot trashy of classy, vernieuwend of ‘mainstream’. Het dragen van bont was eeuwenlang een statussymbool, maar verloor in de twintigste eeuw een deel van zijn aantrekkingskracht wanneer ethische argumenten steeds meer aandacht kregen.

Cocktailjurk in ecrukleurige zijde van Jean Dessès, lente-zomer 1956 2018.0048 © Lot Doms
Cocktailjurk in ecrukleurige zijde van Jean Dessès, lente-zomer 1956 2018.0048 © Lot Doms

Verschillende designers hebben een speciale band met bepaalde materialen, ontwerpen of stofbewerkingen. We ontdekken in dit thema het verhaal achter de artistieke tekening van een ensemble van Zimmermann uit de jaren 1920, bestuderen het onconventionele materiaalgebruik van Paco Rabanne en onderzoeken de speelse print van een silhouet van Norine uit het einde van de jaren 1930.

Wit beschilderde leren laarzen van Martin Margiela voor Maison Martin Margiela, ca. 1999-2001  2014.0026 © Lot Doms
Wit beschilderde leren laarzen van Martin Margiela voor Maison Martin Margiela, ca. 1999-2001 2014.0026 © Lot Doms

Code II – Stof © Boumediene Belbachir
Code II – Stof © Boumediene Belbachir

Kleuren worden geassocieerd met uiteenlopende symbolische betekenissen. In onze westerse – christelijke – cultuur wordt wit in verband gebracht met onschuld, reinheid en eeuwigheid. Ook ideeën zoals vrede en trouw worden met deze niet-kleur verbonden. Door de positieve connotaties kreeg wit een prominente plaats bij vreugdevolle en grootse momenten in het leven, zoals een doopsel of een huwelijk. Ook groepen die strijden voor rechtvaardigheid, zoals de suffragettes aan het begin van de twintigste eeuw, deden dat in (gedeeltelijk) witte outfits. Mode maakt gebruik van de gekende symboliek van onschuld, eerlijkheid en puurheid maar voegt ook nieuwe betekenissen en gevoelswaarden toe. Binnen het oeuvre van Martin Margiela speelt wit een belangrijk rol, enerzijds bij het incognitoproces, anderzijds ook bij de notie tijd (time(less)). Deze laarzen, ooit egaal wit geschilderd, gaven de illusie van een neutraal canvas, een tabula rasa. Wanneer het kledingstuk wordt gedragen en het originele materiaal geleidelijk aan zichtbaar wordt doorheen de craquelures, toont de designer de onmogelijkheid om een geschiedenis te ontkennen. Het kledingstuk is een palimpsest dat verleden toont en opbouwt.

Veelzeggende plooien, scheuren en vlekkenii

Tijdens hun gebruiksfase bouwen kledingstukken en accessoires een intieme relatie op met het lichaam dat ze omhullen. Een lichaam beweegt, wordt groter, soms kleiner, stoot zich, transpireert…en laat sporen na. De scheuren, vervormingen, aanpassingen en verkleuringen worden de materiële vertaling van een herinnering aan de ongecontroleerde realiteit van het leven. Tussen 1830 en 1860 zijn fijne, platte enkellaarsjes bon ton bij de gegoede klasse. Deze handgemaakte schoentjes zijn bijzonder smal gesneden en creëren een elegant, klein voetje, volledig in lijn met de heersende idealen van schoonheid en vrouwelijkheid, kwaliteiten die niet alleen duiden op elegantie, maar ook in verband worden gebracht met goedheid, fatsoen en goede smaak. Deze schoenen zijn amper tweeëntwintig centimeter lang en vijf centimeter breed! De hiel en neus zijn bros geworden en bij het blauwe exemplaar is de kleur verdwenen. Waren ze te klein en werd het materiaal dun door de permanente spanning op de voet? De fijne natuurleren zolen daarentegen zijn volledig intact en het lijkt erop dat deze laarsjes nooit buitenshuis werden gedragen. Dat dames van goede komaf zich letterlijk in het maatschappelijk keurslijf wrongen en hoofdzakelijk een leven achter gesloten deuren leidden, wordt geïllustreerd door deze schoenen.

Enkellaarzen in blauw leer, ca. 1830-1840, 2013.0033 Enkellaarzen in ecrukleurig satijn, ca. 1830-1840 2013.0032 © Lot Doms
Enkellaarzen in blauw leer, ca. 1830-1840, 2013.0033 Enkellaarzen in ecrukleurig satijn, ca. 1830-1840 2013.0032 © Lot Doms

Trui in grijze wol van Martin Margiela voor Maison Martin Margiela, herfst-winter 1990-91 2015.0084 © Lot Doms
Trui in grijze wol van Martin Margiela voor Maison Martin Margiela, herfst-winter 1990-91 2015.0084 © Lot Doms

De schoonheid van het imperfecte was op verschillende momenten in de modegeschiedenis een belangrijke inspiratiebron voor ontwerpers. Begin jaren 1980 maakten de Japanse ontwerpers furore met hun monochrome, asymmetrische silhouetten met onafgewerkte naden en uitgerafelde zomen. Samen met Issey Miyake en Yohji Yamamoto liet Rei Kawakubo Parijs kennismaken met een vormgeving waarbij het onaffe en het onvolmaakte als tekenen van het leven worden beschouwd, een begrip dat binnen de Japanse cultuur wabi-sabi wordt genoemd. De gedeconstrueerde creaties van de Belgische designer Martin Margiela veroorzaakten op het einde van datzelfde decennium een gelijkaardige bewondering.

Boetseren van een identiteit en een dresscode

Met kledij en mode spreken we. We creëren een beeld voor onszelf, maar vooral voor de onbekende andere die ons kan lezen als…vriendelijk, edgy, brutaal, toegankelijk, creatief, gesofistikeerd, politiek, geëngageerd, conform…Door afgewogen keuzes tonen we ons als de persoon die we willen zijn, zoals we hopen begrepen en aanvaard te worden door hen die dezelfde taal spreken. Identiteit is een mix van droom en werkelijkheid en heeft de bedoeling om ons zowel uniek als deel van een groep te maken. Binnen dit thema onderzoeken we het begrip identiteit (dresscode) aan de hand van concepten zoals traditie, conspicuous consumption, normcore en homeless chic.

Handtas in imitatiehout van Gucci voor Ghislaine Deby, ca. 1965-1975 © Lot Doms
Handtas in imitatiehout van Gucci voor Ghislaine Deby, ca. 1965-1975 © Lot Doms

Code IV – Identiteit © Boumediene Belbachir
Code IV – Identiteit © Boumediene Belbachir

Het begrip conspicuous consumption of letterlijk vertaald ‘opvallende/opzichtige consumptie’ werd in 1899 door socioloog Thorstein Veblen geïntroduceerd. Het idee op zich was niet nieuw, maar hij was de eerste die een concrete verwoording gaf aan het fenomeen. Hij refereert ermee aan de negentiende-eeuwse burgerij die zich bewust tooide met dure koopwaren zoals schoenen in luxueuze materialen – die niet bestand waren tegen regen of vuil – en rijkelijk gedecoreerde tasjes als een manier om zich te onderscheiden van minder gegoede burgers. Het concept is vandaag nog steeds actueel; opzichtige logo’s, it-bags en herkenbare schoenen fungeren als statussymbool.

Bij het lezen en onderzoeken van de hedendaagse modemaatschappij worden identiteiten en stijlen gecategoriseerd – vaak door de media - onder onfortuinlijke en stigmatiserende termen zoals homeless chic en normcore. Designers experimenteren en gaan op zoek naar nieuwe, interessante vormen van schoonheid die ingaan tegen de gangbare canon. Ontwerpers vinden schoonheid in gedeconstrueerde, aftandse en besmeurde kleding en het gewone en ‘oninteressante’.

Onzichtbare verhalen over herinneringen en avonturen

Het laatste thema van de tentoonstelling zoomt in op de anekdotes verbonden met een kledingstuk. Die boeiende herkomstgeschiedenis, haastige herinnering of avontuurlijke gebeurtenis dreigen, in tegenstelling tot de objecten die we door de juiste zorgen zo lang mogelijk kunnen bewaren, verloren te gaan als we ze niet registreren. De identiteit van de drager overleeft niet steeds met het kledingstuk, maar dit is gelukkig wel het geval voor een ensemble van vier negentiende-eeuwse jurken die in 1992 geschonken werden aan Modemuseum Hasselt. Deze stukken houden verband met een drietal voorname families uit de Hasseltse geschiedenis: de familie Herve (advocatuur), de familie Haumont (Hasselts modezaak) en de familie Croonenberghs (jeneverstokerij). Deze bijzondere achtergrondgeschiedenis is illustratief voor het sociale milieu waarin deze ravissante japonnen werden gedragen.

Code V – Verhalen © Boumediene Belbachir
Code V – Verhalen © Boumediene Belbachir

Kledingstukken zijn objecten vervuld van betekenis. Ze zijn verbonden met personen, gebeurtenissen, ervaringen en gevoelens. De schoenen, rokken en T-shirts die we al jaren bewaren in kasten, schuiven en kartonnen dozen, nooit meer dragen, maar gewoonweg niet kunnen weggooien, koesteren we als nostalgische rekwisieten die ons doen terugdenken aan die ene zomer, de persoon die we ooit waren, een verloren liefde… Kledingstukken maken ons zichtbaar, ook voor onszelf, door zelfvertrouwen te geven, te fungeren als uniform en zo de mogelijkheid te scheppen de persoon te zijn die we willen zijn. In deze laatste zaal verzamelden we een aantal getuigenissen en verhalen van journalisten, onderzoekers en curatoren die allen vanuit hun eigen achtergrond op een reflectieve manier van mode houden, hun stukken koesteren en bewaren. Het zijn persoonlijke verhalen, die tegelijk universeel zijn.iii

Ensemble in watergroene zijde, ca.1860, 1992.0025 © Lot Doms
Ensemble in watergroene zijde, ca.1860, 1992.0025 © Lot Doms

De tentoonstelling ‘DRESS.CODE – Collectieverhalen onthuld’ loopt van 1 oktober 2020 tot 9 mei 2021 bij Modemuseum Hasselt. Gelieve te reserveren via www.modemuseumhasselt.be

Scenografie: Charlotte Debussche
Vormgeving: Ines Cox

Referenties

  • Arjun Apadurai, The Social Life of Things : Commodities in Cultural Perspective (1989)
  • Daniel Miller, Stuff (2009)
  • Dirk Lauwaert, De geknipte stof (2013)
  • Emily Spivack, Worn Stories (2014)
  • Ingrid Mida & Alexandra Kim, The Dress Detective (2015)
  • Lydia Edwards, How to read a dress (2017)
  • Lydia Edwards, How to read a suit (2019)
  • Maria Mackinney-Valentin & Joanne B. Eicher, Fashioning Identity: Status Ambivalence in Contemporary Fashion (2017)

Voetnoten

i De tentoonstelling werd geïnspireerd door het boek The Dress Detective van Ingrid Mida en Alexandra Kim uit 2015, dat de geheimen van objectgericht onderzoek onthult.

ii Dit thema toont overeenkomsten met de tentoonstelling ‘Fashion Unraveled’ georganiseerd door het Fashion Institute of Technology in 2018.

iii Deze video werd geïnspireerd door het boek ‘Worn Stories’ van Emily Spivack uit 2014 en de video ‘Wearing Memories’ gemaakt naar aanleiding van de tentoonstelling ‘Fashion Unraveled’ georganiseerd door het Fashion Institute of Technology in 2018.

Categorie: 

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie

Reactie