Zaanse 'hair extensions'

 
Le
6 augustus 2020
Conservator Zaans Museum / Projectmedewerker Uitvoerende Kunsten Allard Pierson

In de tentoonstelling 'Maison Amsterdam' staan onder andere de onderstaande haarstukjes of lokkenlinten tentoongesteld.

In dit blog zoom ik in op deze hair extensions avant la lettre. Zijn het subtiele uitingen van een individuele identiteit? Deelden de linten een codetaal? En waar komen deze zogenoemde minnefuikjes vandaan? 


Afb. 1a. & 1.b Minnefuikjes en lokkenlint, 18de en 19de eeuw, Zaans Museum

Aantrekkingskracht van haar

Deze haarstukjes of lokkenlinten zijn onderdeel van de streekdracht uit de Zaanstreek in de 18de en 19de eeuw. Bij de Zaanse dracht droegen vrouwen en meisjes een muts waardoor hun eigen haar niet zichtbaar was. Met deze valse krullen kon de draagster toch nog wat van haar haar en eigen identiteit laten zien. Dat roept vragen op zoals: kunnen we dit zien als uitingen van subtiel verzet tegen de genormaliseerde modes?

Het lint draag je op je voorhoofd, net onder de mutsrand zodat je alleen het haar ziet. De losse krullen steek je langs de zijkanten van de muts. De haarstukjes worden vaak minnefuikjes genoemd, vanwege het vermeende vermogen om hiermee potentiële vrijers aan te trekken. Het zegt ook wat over het idee van de aantrekkingskracht van haar.

Prent van de Zaanse dracht, 1800, Zaans Museum

Terwijl in de rest van het land de haarstijlen groot en hoog zijn met behulp van pruiken en haarstukken wordt er in de Zaanstreek een muts die strak over het hoofd ging gedragen.

Cornelia Backer, Adriaan de Lelie, 1780-1790, Amsterdam Museum

Het Zaans kostuum werd tot ongeveer halverwege de 19de eeuw gedragen maar stierf erna uit. Het meest kenmerkende beeld van de Zaanse dracht is uit de periode rond 1780.

Prent van de Zaanse dracht, 1775-1800, Zaans Museum

Vrouwen dragen een jak (kassekien) over een rok (wagd) met paniers en een schort. Hoewel de Zaanse dracht zich mee ontwikkelde met het modebeeld in de loop der tijd bleef het beeld van het 18de eeuwse kostuum lang bestaan. De strakke mutsen bleven gedragen worden, ook in de 19de eeuw.

Pastel portret van Machteldje Honig, Wijnand Esser, 1800-1825, Zaans Museum

Eigen invulling

Over een strakke ondermuts werd een net zo nauwe bovenmuts gedragen die over vrijwel het hele hoofd ging. Er werd altijd een muts gedragen, in de zomer en in de winter, binnen en buiten, en dag en nacht. Dat het niet altijd lekker zat blijkt uit het dagboek van Aafje Gijssen uit 1773-1775, die zich beklaagt dat haar muts zo strak zat.

De haren werden vaak kortgeknipt onder de muts, het groeit ook nauwelijks onder de muts. Dit was niet gebonden aan een ritueel of bepaalde leeftijd. Op het achterhoofd wordt vaak een pol van karton tussen de muts en de ondermuts gezet, zodat het lijkt of er lang haar onder de muts zit.

In het dragen van streekdrachten staat er veel vast, maar er is ook ruimte voor eigen interpretatie en het volgen van eigen smaak. Met een haarstukje kon je je eigen invulling geven aan hoe je wilde dat iedereen je haar zag. Het is opvallend dat in de collectie van het Zaans museum is dat de meeste valse krullen donker zijn, en vrijwel niet blond.

Portret van mevrouw Beck, Jan Kieft, 1846, Zaans Museum

Na 1850 droeg vrijwel niemand van de Zaanse elite nog het Zaans Kostuum, maar in de kenmerkende mutsen is nog een stuk streekdracht te zien, inclusief de valse krullen. In de tweede helft van de 19de eeuw werd ook het dragen van de Noord-Hollandse mutsen steeds minder populair.

Modemuze@Maison Amsterdam

Van 18 september tot en met 3 april 2022 zijn de minnefuikjes te zien in de tentoonstelling Maison Amsterdam: De stad, de mode en de vrijheid. Voor de tentoonstelling tonen 15 partnermusea een object uit eigen collectie gelinkt aan het onderwerp vrijheid en codetaal.


 

Categorie: 

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie

Reactie