Alles of niets #1: De passie van een sieradenverzamelaar

 
Schaak 2, Ted Noten, ring, zilver, goud, 1992 (Collectie Museum Arnhem).
7 februari 2018
Conservator Sieraden Museum Arnhem

Gepassioneerd, toegewijd en met een eigen visie op sieraadkunst; het opbouwen van een privécollectie betekende voor Jurriaan van den Berg (1943-2016) alles of niets. Met ruim 600 objecten was de collectie moderne sieraden van Van den Berg een van de grootste particuliere collecties in Nederland. In 2008 en 2009 schonk hij hieruit 250 sieraden aan Museum Arnhem die naar zijn mening een goede, zo niet noodzakelijke, aanvulling op de bestaande collectie waren. Een selectie uit deze schenking, aangevuld met prachtige bruiklenen van de familie Van den Berg, is vanwege de verbouwing en sluiting van Museum Arnhem van 28 januari tot en met 29 april 2018 te zien in CODA Museum Apeldoorn. Dit blog, welke de eerste is in een serie van drie, geeft een algemene indruk van de collectie, passie en werkwijze van Jurriaan van den Berg.

Hoofdbeeld: Schaak 2, Ted Noten, ring, zilver, goud, 1992 (Collectie Museum Arnhem).

Tuinslangcollier, Maria Hees, pvc, 1978 (Collectie Museum Arnhem).
Tuinslangcollier, Maria Hees, pvc, 1978 (Collectie Museum Arnhem).

Sieraden versus beeldende kunst

Het samenstellen van zijn collectie sieraden was het levenswerk van Van den Berg. Hij verzamelde tot 1968 voornamelijk beeldende kunst, met dezelfde passie als hij sieraden zou gaan verzamelen. Aan sieraadkunstenaar Marion Herbst schrijft hij later over het verzamelen van beeldende kunst: “Aan het einde van de jaren zeventig waren de wanden, op die van de badkamer na, verzadigd. In zo’n pakhuis is het moeilijk konserveren, ook al nodig je nooit meer dan drie personen tegelijk uit. Er trad in die tijd een ander fenomeen op de voorgrond: het salaris steeg niet evenredig met de prijzen van de werken. De omvang van de ‘kollektie’ was bepaald. Een pijnlijk feit voor deze ‘verzamelaar’. Die hoognodig toe was aan vakantie.”

Spoorloos, Beppe Kessler, broche, hout, textiel, acrylverf, schuimrubber, 1995 (Collectie Museum Arnhem).
Spoorloos, Beppe Kessler, broche, hout, textiel, acrylverf, schuimrubber, 1995 (Collectie Museum Arnhem).

Zijn keuze voor het verzamelen van sieraden kwam niet uit de lucht vallen. Toen de Amsterdamse Galerie Swart in 1968 een tentoonstelling met werk van Emmy van Leersum en Gijs Bakker opende en galeriehouder Riekje Swart een armband van Emmy van Leersum in de jaszak van Van den Berg stopte, was zijn interesse gewekt. Van den Berg onderhield nauw contact met Swart en vooral in de beginperiode heeft zij een grote rol gespeeld in de opzet en vorming van zijn collectie sieraden. De vernieuwing in sieraadvormgeving fascineerde Van den Berg. Hij was bovendien van mening dat er een vergelijking te maken was met beeldende en toegepaste kunst: het was minstens zo ideeën rijk. Ook het, in vergelijking met beeldende kunst, relatief lage aankoopbedrag was voor hem reden zich toe te leggen op het verzamelen van sieraden. De reactie van Swart na het toestoppen van bovengenoemde armband; ‘wat zal je zeuren over 125 gulden’ spreekt daarbij boekdelen.

Retrospectief verzamelen

Van den Berg volgde de ontwikkelingen van een aantal kunstenaars op de voet en verzamelde vroeg en recent werk om zo de ontwikkeling van de betreffend kunstenaar vanuit zijn eigen collectie te kunnen visualiseren. Daarbij documenteerde hij alles minutieus. Elk sieraad ging vergezeld van een kaart waarop de objectgegevens, aankoopprijs en aankoopdatum genoteerd waren. Hij onderhield daarnaast intensief contact met sieraadontwerpers, musea en galeries waardoor er veel documentatiemateriaal bewaard is gebleven. Van den Berg schreef veel met de kunstenaars over de overwegingen die hij maakte voor zijn collectie. Zo schreef hij aan sieraadkunstenaar Julie Mollenhauer: “Misschien mag ik uitleggen hoe ik een werkstuk aankoop. Gezien de beperkte geldmiddelen word ik gedwongen de werkstukken die mijn aandacht hebben nauwkeurig te bekijken. Anderzijds wil ik weten/kijken of het werkstuk past bij de overige werkstukken van die kunstenaar. Geeft dat problemen, dan ga je door een aankoop van een gelijksoortig ontwerp (kwa stijl) dat probleem opheffen. Als het werkstuk op zichzelf staat, is dat niet nodig. Je separeert in dat geval het werkstuk van de overige werkstukken.”

Blauwe kraag, Ruudt Peters, perspex, 1972 (Collectie Museum Arnhem).
Blauwe kraag, Ruudt Peters, perspex, 1972 (Collectie Museum Arnhem).

Deze benadering is kenmerkend voor Van den Berg. Lange tijd verzamelde hij zoveel mogelijk van een kunstenaar, vroeg en recent werk. Met aandacht en toewijding verzamelde hij werk van bijvoorbeeld Ruudt Peters, Ted Noten, Maria Hees en Beppe Kessler. Hij wist van hen unieke werken te kopen, zoals de blauwe perspex sieraden uit 1972 van Ruudt Peters, uit zijn allereerste jaren toen hij nog in Leeuwarden werkzaam was of de scriptie van Ted Noten, waarin je een kijkje krijgt in de vroegste ontwikkeling van de kunstenaar. Van den Berg onderhield nauw contact met de kunstenaars. Marjan Unger schrijft hier bijvoorbeeld over in het artikel Verzameling sieraden is ook collectie ideeën (1998): “Wie hem aan de praat krijgt over zijn verzameling merkt al snel dat zijn grootste interesse niet alleen bij de objecten maar nog eerder nog bij de maker zelf ligt. Hij is één van de weinige verzamelaars die op atelierbezoek gaat en gesprekken blijft voeren met sommige sieraadontwerpers nu al dertig jaar lang. Die makers houden ook contact met hem, want tenslotte willen zij voeling houden met de man die weloverwogen voorbeelden van hun belangrijkste werk bijeen heeft gebracht.”

Video's

Bekijk ook de video's van ontwerpers Ted Noten, Maria Hees en Beppe Kessler op ARTtube.

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie

Reactie