Witte quechquémitl van een gaasachtige weefsel

 

Deze quechquémitl is geweven op een heupweefgetouw. Het bestaat uit een gaasachtig weefsel. Dit weefsel is typisch voor de Nahua's uit deze streek. Het bestaat uit randen met ingeweven motieven,...

Doorzoek de website met tags
Objectnummer
RV-4880-414
Instelling
Stichting Nationaal Museum van Wereldculturen
Periode
voor 1975
Herkomst
Atla

Deze quechquémitl is geweven op een heupweefgetouw. Het bestaat uit een gaasachtig weefsel. Dit weefsel is typisch voor de Nahua's uit deze streek. Het bestaat uit randen met ingeweven motieven, zeer gestileerd en daardoor niet altijd direct herkenbaar. Bij gaasachtig weefsel worden de oneven draden van de schering met de even draden gekruist, voordat de inslag wordt doorgetrokken. Deze techniek bevat zeer complexe variaties. Een belangrijk kenmerk bij gaasweefsel is dat het weefsel weinig dichtheid bevat. De quechquémitl is afkomstig uit Atla in Puebla. Het bevat verschillende motieven: Rand 1: potten met planten en paardjes. Rand 2: waarschijnlijk paarden. Rand 3: leeuwen. Rand 4: dubbele adelaar. Rand 5: waarschijnlijk kamelen. De beide stukjes zijn niet helemaal identiek; Rand 5 is aan het ene einde smaller dan aan het andere en wordt dan gevolgd door een smalle geometrische sierrand. Dit stukje is dan ook 3 cm. langer dan het andere. De randen worden afgewisseld door smalle effen randjes in linnenweefsel. Huipiles en quechquémitl (voor beide kledingstukken zijn geen goede equivalenten in de Nederlandse taal te vinden) zijn de traditionele kledingstukken bij uitstek van de Indiaanse vrouw in Mexico. De huipil is een in essentie eenvoudig rechthoekig, mouwloos kledingstuk dat de schouders en een deel van de armen bedekt en in de lengte tot op de heupen kan vallen, maar elders tot aan de enkels reikt. Met het dragen ervan worden vele aspecten van het sociale leven tot uiting gebracht. Dat geldt eveneens voor de quechquémitl dat in principe meer een schoudergewaad is. De verschillende huipiles en quechquémitl onderscheiden zich van elkaar naar vorm en toegepaste weef- en versieringstechnieken, evenals de omvang en aard van de decoratieve patronen en motieven - deze elementen hangen veelal samen met de eigen identiteit van de verschillende etnische groepen. Het is interessant te zien dat het verspreidingsgebied van beide kledingstukken in de 20ste eeuw nagenoeg geen overlap kent: als een groep zich kleedt met de huipil, ontbreekt de quechquémitl en omgekeerd. In de precolumbiaanse tijd was dit niet het geval en bestonden beide kledingstukken naast elkaar en werden in sommige gevallen zelfs over elkaar gedragen, zoals uit Mixteekse codices blijkt.

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie

Reactie