Beurs

 

Katoenen vrouwenbeurs voor muntgeld van groen katoen met een zwarte rand om de opening. Traditionele Koreaanse kleding heeft - met uitzondering van bepaalde vesten - geen zakken, en persoonlijke...

Doorzoek de website met tags
Objectnummer
RV-666-30
Instelling
Stichting Nationaal Museum van Wereldculturen
Periode
1800-1888
Herkomst
Korea

Katoenen vrouwenbeurs voor muntgeld van groen katoen met een zwarte rand om de opening. Traditionele Koreaanse kleding heeft - met uitzondering van bepaalde vesten - geen zakken, en persoonlijke spullen werden in een zakje of beursje bewaard aan de riem of in de mouw van het kostuum. Deze persoonlijke spullen konden variëren van rookartikelen en naaisetjes tot geurolie en andere geurende substanties. De beursjes of ‘chumŏni’ (tevens het huidige woord voor '(broek-, jas-)zak') worden verdeeld in twee types gebaseerd op de vorm. Ronde modellen met een sluitkoord aan de bovenkant worden ‘turu-jumŏni,’ of 'rond beursje' genoemd. De rechtere, gevouwen variant heet ‘kwi-jumŏni,’ of 'oorbeursje'. Verder zijn er bijvoorbeeld beursjes voor reukolie (hyangnang, 'geurzakje') en voor medicijnen (yakchumŏni, 'medicijnzakje'). Sommige beursjes worden gedecoreerd met Koreaans handwerk, zoals borduursel (chasu) of Koreaans knoopwerk (maedŭp). Beiden worden nu als een traditioneel ambacht beschouwd. Het knoopwerk wordt gemaakt door een lengte koord te vouwen en daar symmetrische patronen in te knopen. Hiervoor worden geen gereedschappen gebruikt. De knopen zien er soms uit als fruit of bloemen, zoals pruimenbloesem of aarbeien. Het knoopwerk wordt ook gebruikt om knopen aan kleding te maken, waarbij dan een balvormig knoopje in een lusje past als sluiting van een jak of vest (zie bv. het gewatteerde jak 1-4169). Cotton purse for coins made of green cotton with a black lining along the opening. Due to the fact that traditional Korean clothes – with the exception of certain vests – do not have pockets, personal belongings are carried in a pouch attached to the belt or stored in the sleeve of the costume. These personal belongings may range from smoking equipment and sewing kits to scented oil and other perfumed substances. These pouches, called ‘chumŏni’ (which is also the present-day term for 'pocket’), can be divided into two types according to their shape: Round-shaped models that are closed by tying a cord around the top are called ‘turu-jumŏni,’ or 'round pouch', whereas the straighter, folded type is referred to as ‘kwi-jumŏni,’ or 'ear pouch,' because of the two ear-like pieces sticking out at the sides. Pouches for scented oil are called ‘hyangnang,’ or 'scent pouch', those for medicine are called ´yakchumŏni´. The more-elaborate pouches are decorated with two types of Korean handiwork, namely embroidery (chasu) and Korean knots (maedŭp), now both considered a traditional craft. The latter is made by folding a length of cord and tying knots into it to form flat symmetrical patterns. No tools are used to tie the knots, which may resemble fruit and flower shapes such as plum blossoms or strawberries. This knotting technique is also applied to buttons for clothing, when a ball-shaped knot is made to fit into a loop as jacket or vest closure (see the quilted jacket 1-4169).

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie

Reactie