De redingote: moeder van de vrouwenjas

 
10 februari 2014
Freelance mode-en kunsthistorica

Tot aan het begin van de 19de eeuw droegen vrouwen tegen de kou meestal (met bont gevoerde) mantels zonder mouwen (pelisse in het Frans), maar in de tweede helft van de 18de eeuw kwam de redingote in de mode.

De eerste vrouwenjas

Dit woord is een verbastering van de Engelse term riding coat. De redingote was aanvankelijk een jas die alleen door mannen werd gedragen, maar aan het einde van de 18de eeuw werd het ook gebruikt om een overjapon voor vrouwen aan te duiden. Deze had soms een bijpassende onderrok. Het ging hierbij nog niet om een daadwerkelijke jas.

Pas aan het begin van de 19de eeuw ontstond een soort jasjurk die van voren geheel geopend kon worden. Ook dit werd een redingote genoemd. Dit type redingote zou de eerste vrouwenjas kunnen worden genoemd.

Een voorbeeld uit de collectie van het Rijksmuseum Amsterdam laat zien hoe deze jassen er uitzagen. Kenmerkend zijn de details op het lijfje, deze doen denken aan de brandenbourgs op militaire uniformen. De pofmouwen zijn op ingenieuze wijze opengewerkt.

Redingote, ca. 1820, collectie Rijksmuseum Amsterdam
Redingote, ca. 1820, collectie Rijksmuseum Amsterdam

Beschrijvingen van de redingote

Een ander voorbeeld is een exemplaar uit de collectie van het Centraal Museum Utrecht. Deze paarse redingote lijkt zowel qua model als versiering veel op haar zuster uit het Rijksmuseum.

Beide redingotes zijn te zien op oude foto’s en zijn beschreven door twee belangrijke auteurs op het gebied van Nederlandse kostuumgeschiedenis. Johanna der Kinderen-Besier beschreef in het boekje De Kleeding onzer Voorouders (1926), dat als geleide voor de toenmalige opstelling moest dienen, de redingote van het Rijksmuseum, die toen in de vaste opstelling stond.

Naast redingote wordt ook de term wandelcostuum gebruikt, wat nadruk legt op het gebruik als kledingstuk voor buiten. Carla de Jonge gebruikte het Utrechtse exemplaar in Een eeuw Nederlandsche Mode (1942) om de veranderingen in de algemene mode van de jaren 1820 te illustreren:

"De mode verschijnt inderdaad in een geheel andere gedaante, wanneer omstreeks 1822 de ‘redingote’, als robe manteau gedacht, gedragen wordt. Deze japonnen vertoonen alle nieuwigheden in het detail en maken daardoor een geheel anderen indruk, hoewel de snit nog niet veel van vroeger verschilt.” (De Jonge, 1941, p. 21)

Blog Modemuze Birthe Weijkamp Redingote Vrouwenjas Riding Coat
Japon of damesjas, geïnspireerd op de Engelse riding coat, 1822/1823, collectie Centraal Museum Utrecht.

Redingote: japon en jas 

De redingote wordt hier een japon genoemd. Dit is niet vreemd aangezien het zowel kenmerken van een japon als van een jas heeft. De Jonge merkt ook op dat er een voorkeur voor paarse redingotes bestaan moet hebben, omdat veel overgebleven exemplaren deze kleur hadden.

Op het eerste gezicht lijkt de redingote van het Rijksmuseum met haar bleke groene tint hier geen voorbeeld van te zijn. Een onderlijfje dat erbij hoort laat echter zien dat de stof van de redingote is verkleurd. Doordat het onderlijfje het minst zal zijn blootgesteld aan licht is de lichtpaarse naar blauw changerende kleur hiervan het best bewaard gebleven. Waarschijnlijk is deze redingote ooit lichtpaars geweest.

Lees meer

Der Kinderen-Besier, J. H., De Kleeding onzer Voorouders: 1700-1900, S. J. van Looy, Amsterdam, 1926.
De Jonge, C. H., Een eeuw Nederlandsche Mode, Amsterdam, 1941.
Themapagina De redingote (vrouwen) en De redingote (mannen)

 

Dit blog is geschreven naar aanleiding van de opstelling Jas aan!/Cover Up!, die van 11 november 2013 t/m 8 juni 2014 in de speciale collecties van het Rijksmuseum te zien was.

Categorie: 

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie

Reactie