Wit katoenen jak met goud borduurwerk

Het geborduurd jak is waarschijnlijk gedragen door mannen bij speciale gelegenheden. In het Ottomaanse Rijk werd geborduurd textiel gebruikt in het dagelijks leven en ook tijdens feestdagen zoals huwelijken, besnijdenisfeesten en geboortedagen. Het met de hand geborduurde textiel was een symbool van de status en rijkdom van de familie van de vrouw en vertegenwoordigde ook haar talent als borduurster. Huishoudelijk borduurwerk werd niet alleen voor eigen gebruik maar ook voor de handel gemaakt. Mannen en vrouwen hebben allebei geborduurd. Mannen werkten in ateliers en meestal met duur materiaal zoals parels, goud en halfedelstenen. Vrouwen werkten voornamelijk thuis. Borduren behoorde tot de opvoeding van een meisje. Ze borduurden niet alleen voor hun eigen bruidschat maar ook voor de verkoop. Vandaag de dag bestaan bruidschatten in kleine steden maar ook in grote steden vaak uit zelfgeborduurd textiel. Hoewel met de hand geborduurde doeken nog steeds bestaan, neemt het machinaal geborduurd textiel toe. Het te borduren weefsel (vroeger veel zijde tegenwoordig katoen en linnen) wordt op een rond borduurraam, "kasnak", of een rechthoekig raam, "gergef", gespannen, dat op pootjes staat zodat de borduurster erbij kan zitten. Het motief wordt met een mal aangebracht: een stuk papier waarin de tekening met een naald doorgeprikt werd. Met een mousselinen beursje, waarin houtskoolpoeder zit, borduurt men op de doorgeprikte tekening. Op het doek wordt de zwarte puntjestekening met waterverf en penseel nog lichtjes verduidelijkt (I). Voor het borduren wordt zijde, goud- en zilverdraad gebruikt (nu veel imitatie op basis van koper, lurex enz.) Er zijn tientallen soorten borduursteken bekend met welluidende namen als balik sirti (dichte visgraatsteek), sarma (satijnsteek), puan (satijnsteek voor ronde vlakjes), sira isi (dubbele rijgsteek in recht, duz, diagonale, verev, of ronde uitvoering, done done), pesent (rijgsteek op nauwkeurig afgetelde draden van het weefsel), goreme (omtrekborduursel), lokum (stro-vlechtwerk), kesme (het uittrekken van weefseldraden en doorweven met de naald) en nog vele andere (I). Borduren "isleme" is de meest voorkomende vorm van textielversiering in Anatolië. Het maakt onderdeel uit van kleding en huisversiering. Maar ook wordt het soms gebruikt als cadeauverpakkingsmateriaal. De oudste bewaarde borduursels dateren uit de 16de eeuw. De 16de eeuw was op borduurgebied een hoogtepunt in het Ottomaanse Rijk. Gestileerd en naturalistisch werden er rozen, tulpen, anjers, artisjokken en granaatappels geborduurd. Rood, blauw, groen, geel, wit en zwart waren de meest gebruikte kleuren in het Ottomaanse borduurwerk tot de 18e eeuw. Vanaf de 16e eeuw heeft men ook vaak sim gebruikt om te borduren. Sim is draad vervaardigd van goud en zilver met hulp van een zogenaamde pletmolen. Istanbul speelde een belangrijke rol in de productie van sim in zogenaamde simmakerijen (simkeshane). Dit was een duur materiaal dat door rijke families werd gekocht. Vanaf de tweede helft van de 18e eeuw was de invloed van de Europese kunst en technologie in Ottomaanse cultuur en levenswijze ook te zien in het borduurwerk. Indrukwekkende voorbeelden hiervan ontstaan in het 18e en 19e eeuwse borduurwerk. Deze worden gekenmerkt door motieven zoals landschappen, huizen, moskeeën, bos bloemen, heiligengraven, tenten, tuinen, grafstenen, oude letters, geometrische vormen, mensen en dieren, schepen, vlaggen, wapens en muziekinstrumenten. Ook het kleurenpalet werd rijker. Dankzij chemische verven hebben de borduursels levendiger kleuren gekregen. Men experimenteerde veel met diepte door toepassing van schaduwtinten (II). De traditionele technieken van het borduren die veel geduld en talent vragen worden in de 20ste eeuw niet meer gebruikt. Deze technieken worden nu alleen maar in speciale meisjesinstituten (gespecialiseerde vakscholen voor handwerk) geleerd. Machinewerk vervangt tegenwoordig vaak handwerk waarbij goud- en zilverdraad door koperdraad wordt vervangen en zijde door nylon. Vervaardiging Witte katoenen jak is geborduurd met smal goudband. Het patroon is eerst met bruine verf getekend of gestempeld, vervolgens nageborduurd met een dubbele wit katoenendraad, waar de platsteken in smal goudband uitgevoerd overheen gelegd zijn. De twee grote bloem ornamenten zijn uitgevoerd in de platsteek (I).

Doe een aanvulling

Vul deze informatie aan of geef een reactie

 
 
Objectnummer
TM-4067-40
Instelling
Stichting Nationaal Museum van Wereldculturen
Periode
voor 1972
Beschrijving: 
Het geborduurd jak is waarschijnlijk gedragen door mannen bij speciale gelege...Lees verder
Herkomst
Turkije