Verftas

362-20 Southern Ute awl case; hide, glass; no measurements available; ca. 1880. This specimen was stolen in 1964 during an exhibition on the Plains Indians at the Leiden museum. The awl case was beaded in white, yellow, blue, green and red, and a snake design ran down both sides, once executed in red, once in black beads, oppositional colors in Ute color symbolism. Red is associated with protection, represented in animal life by the weasel, while black stands for the negative power of the rattlesnake, and symbolizes the underworld (Goss 2000:47-49). 362-19, 20, 21, 202, 203 Southern Ute beaded and painted hide containers Among the Southern Utes the Dutch anthropologist collected four hide artifacts. All were decorated with either beadwork or paint, and the specimens exemplify the strong Plains influence on the material culture of the Southern Utes. The Utes closest to the Spanish settlements in the northern Rio Grande Valley had begun to acquire horses before the mid-seventeenth century, and used these initially as beasts of burden. After the Pueblo Revolt of 1680 the number of Ute horses increased as the result of trade. In the course of the next century the most easterly Ute groups became equestrian nomads, lived in tipis, hunted buffalo on the Plains, raided for horses, and raced horses as a favorite pastime. However, after 1830 they were pushed back to the west by Plains tribes but in their way of life continued the Plains pattern of equestrian nomadism as much as possible, increasingly hunted elk and deer, kept up a reputation as fierce warriors, and retained the Plains-type of material culture. After being placed on the reservation, Southern Ute Indian Agents differed in their attitude towards Native women producing beadwork for an outside market, varying from support in recognition of the income generating possibilities of the craft to outright condemnation as a vestige of an uncivilized way of life (Callaway et.al. 1986:338-350; Shimkin 1986; Osborn 1998:52-54; Wroth 2000:62-63,66; Bates 2000). Tas voor het bewaren van verfstof, in dit geval een geel pigment dat deels nog in de tas aanwezig is. Rond de klep en op de voorzijde is de tas versierd met rode, blauwe en witte kralen. Aan de onderrand van klep en tasje bevinden zich afhangende koperen kettinkjes. Zowel mannen als vrouwen gebruikten verf om hun gelaat en haar mee te beschilderen. Deze beschilderingen hebben geen symbolische betekenis. Met hertenvet vermengd, beschermde de verf de huid tegen zon en wind (Callaway, Janetski en Stewart 1986: 345-346). Ten Kate beschreef de gezichtsbeschildering en het kleuren van de scheiding in het haar: "Witte, zwarte, rode, gele, blauwe en groene verf werden gebruikt om het gezicht mee te beschilderen bij speciale gelegenheden; rood en wit werd gebruikt om het haar te versieren." Rode verfstof werd door de Utes uit rode klei gewonnen in een rivierbed vlakbij Taos Pueblo. Zij dolven helderrode klei uit de puurste ader en gebruikten die om lichamen, kleding en gebruiksvoorwerpen mee te beschilderen (Harrington 1916: 175) Deze verftas werd gebruikt voor het bewaren van pigment om verfstof aan te maken. Dat gebeurde door vermenging met vet en water. De verf werd met de hand op het lichaam en het haar aangebracht. Met een spits takje werden voorwerpen van dierenhuid beschilderd met geometrische motieven. Typisch voor de Utes is de versiering met een franje bestaande uit stukjes koperen ketting, verkregen door handel met blanken.

Doe een aanvulling

Vul deze informatie aan of geef een reactie

 
 
Objectnummer
RV-362-21
Instelling
Stichting Nationaal Museum van Wereldculturen
Periode
1870-1880
Beschrijving: 
362-20 Southern Ute awl case; hide, glass; no measurements available; ca. 188...Lees verder
Herkomst
Southern Ute I.R.
Publieke tags
indians