Muts of bonte muts

 

Onderdeel van de hoofdbedekking van de ongehuwde vrouw, “it fanehead” is de bonte muts. It Faenehead, (faene = maagd) Het haar wordt in 2 vlechten gevlochten waarin een wollen band is verwerkt “de...

Doorzoek de website met tags
Objectnummer
001601
Instelling
Zuiderzeemuseum Enkhuizen
Periode
1750 - 1850
Credits
Zuiderzeemuseum Enkhuizen
Herkomst
aankoop 1950-02-18

Onderdeel van de hoofdbedekking van de ongehuwde vrouw, “it fanehead” is de bonte muts. It Faenehead, (faene = maagd) Het haar wordt in 2 vlechten gevlochten waarin een wollen band is verwerkt “de stroep”. Deze 2 vlechten worden samen met een wit linnen band tot een nieuwe vlecht gevlochten. Deze vlecht wordt opgerold boven op het voorhoofd gelegd. Rondom dit kapsel werd een witte haarband gespannen met twee wit stoffen vlechten eraan, het zgn. “lokkesnoor”. Tot en met het lokksnoor was alles gelijk aan de hoofdtooi van het wivehead, alleen lag het geheel nu iets meer op het midden van hoofd. In plaats van een flip werd nu een witte ondermuts gedragen waarover het lokkesnoorlint kwam. Hierover heen kwam een bonte muts. Als laatste werd de zondoek gedragen, die bij “it faenehead” anders aangebracht werd dan bij “it wivehead”. De muts is van witte katoen met blauwe ruitstrepen. Bestaande uit een bol (de achterzijde), met aangeknipt bovenstukje. Een strook stof aan beide kanten, doorlopend naar de bovenzijde. Onderlangs lusjes van blauw wollen kloskoord waarmee de achterzijde aangetrokken kan worden. Voor een ongetrouwde vrouw in lichte rouw. Onderdeel van de hoofdbedekking van de ongehuwde vrouw, “it fanehead” is de bonte muts. It Faenehead, (faene = maagd) Het haar wordt in 2 vlechten gevlochten waarin een wollen band is verwerkt “de stroep”. Deze 2 vlechten worden samen met een wit linnen band tot een nieuwe vlecht gevlochten. Deze vlecht wordt opgerold boven op het voorhoofd gelegd. Rondom dit kapsel werd een witte haarband gespannen met twee wit stoffen vlechten eraan, het zgn. “lokkesnoor”. Tot en met het lokksnoor was alles gelijk aan de hoofdtooi van het wivehead, alleen lag het geheel nu iets meer op het midden van hoofd. In plaats van een flip werd nu een witte ondermuts gedragen waarover het lokkesnoorlint kwam. Hierover heen kwam een bonte muts. Als laatste werd de zondoek gedragen, die bij “it faenehead” anders aangebracht werd dan bij “it wivehead”.

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie

Reactie