Kraplap voor vrouw

 

Kraplappen ontwikkelen zich van ondergoed in de 18de eeuw tot sierkledingstukken in de 19de en 20ste eeuw. Ontwikkeling Bu/Sp:; 1880: kleine kraplap, aan schouders breder dan aan onderzijde...

Objectnummer
B000672
Instelling
Zuiderzeemuseum
Periode
1935 - 1950
Credits
Foto: Zandbergen, Wim
Herkomst
bruikleen

Kraplappen ontwikkelen zich van ondergoed in de 18de eeuw tot sierkledingstukken in de 19de en 20ste eeuw. Ontwikkeling Bu/Sp:; 1880: kleine kraplap, aan schouders breder dan aan onderzijde sluiting op de schouder, vrijwel ongesteven. 1900: zijkant recht, kraplap breder zodat hij uitsteekt, sluiting nog op schouder. 1920: voor en achter langer, sluiting achter, stijver gesteven. 1940: kraplap wordt nog langer, zodat omstreeks 1960 de achterzijde tot de taille reikt. Hij wordt iets smaller. Stijf gesteven. In de winter wordt onder het jak een smallere of een dubbelgeslagen exemplaar gedragen. De stof van de kraplap varieert naargelang de situatie. Antieke sits voor speciale gelegenheden. Verder stoffen voor in het werk, de middag, de zaterdagmiddag en de verschillende rouwgraden,

Zie ook: '...Gereet en gekleet naar hun staat' : historie en ontwikkeling van de klederdracht van Bunschoten, Spakenburg en Eemdijk

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie

Reactie