Kentedoek met ingeweven geometrische en ruitvormige patronen

Rechthoekige lap textiel, een zogenaamde Kentedoek. Met twee soorten vlakken: een geel-rood motief en vlakken bestaande uit drie brede banen blauw-groen-zwart met smalle strepen ertussen. Het gehele patroon heet Fahia kotwere Agyeman [poster nr. 32], steun op Agyeman wanneer je behoeftig bent. Agyeman is een naam, die 'verlosser van het land' betekent. Het patroon geeft uiting aan de maatschappelijke verwachting dat Akan leiders de rijkdom van het land wijselijk gebruiken om het materiële en spirituele welzijn van het volk te verzekeren. Ook een uiting dat de armen zich niet verworpen moeten voelen, maar altijd hoop moeten hebben omdat de samenleven ze zal helpen. Symbool dus van hoop, zorg, collectieve verantwoordelijkheid en sociale zekerheid. Het geel-rode motief heeft de naam 'nsoromaa', sterren. Kente is verreweg de meest koninklijke stof bij uitstek. De kleuren goud en geel, veel gebruikt in kente-weefsels, en ook als ondergrond voor adinkra, zijn de kleuren van koningschap, van de macht van de koning. Maar ook verwijzen ze naar de aanwezigheid en invloed van God. Groen staat, zoals in veel culturen, voor vruchtbaarheid, vitaliteit en groei. Blauw is de kleur van de liefde, vrouwelijke tederheid en rust. Traditioneel was het dragen van de kente voorbehouden aan de Asantehene en andere belangrijke chiefs. Tegenwoordig wordt het ook gedragen door gewone mensen bij formele en feestelijke gelegenheden. Maar het blijven vooral personen van aanzien, of personen die aanzien willen verwerven, die zich hullen in een kostbare kentedoek. Kente is verreweg de meest kostbare textiel van de Ashanti, en daardoor een symbool van status en rijkdom, is kente, een geweven stof. Bestaande uit smalle, aan elkaar genaaide strips met ingewikkelde ingeweven patronen. Waar de kente oorspronkelijk vandaan komt weet niemand zeker, sommigen zeggen van de Ewe in Volta regio, anderen van de Fanti aan de kust, weer anderen van de Moshi uit het huidige Burkina Faso. Zeker is wel dat de Ashanti er wereldfaam mee verworven hebben. Volgens een legende is de kunst van het weven afkomstig van 2 jagers, Nana Koragu en Nana Ameyaw. Deze jagers gingen eens het woud in op zoek naar een prooi. Terwijl ze tussen de bomen aan het speuren waren, stuitten ze op een spin die bezig was een web te weven. De jagers hadden dit nog nooit gezien en waren gefascineerd door de kundigheid waarmee de spin de zijdeachtige draad heen en weer draaide om een web te weven. Elk van zijn poten vervulde een eigen functie in het maken van het ingewikkelde patroon. De jagers keerden terug naar huis en begonnen een stellage en gereedschap te ouwen waarmee ze de weefkunst van de spin en het geometrische patroon van het web konden nabootsen. De stof die ze hiermee wisten te maken, werd later bekend als kente (Bron: Asamoah-Yaw, kente cloth). Kente wordt geweven op smalle, horizontale weefgetouwen met een houten frame. Het wordt gemaakt van katoen, eventueel gecombineerd met zijde, en tegenwoordig ook vaak van kunststof. De gebruikte katoen werd vroeger verbouwd in de drogere regionen ten Noorden van het Ashanti-gebied, maar wordt tegenwoordig geïmporteerd. Zijde werd voor het eerst door Nederlandse zeevaarders vanuit China en India naar de Goudkust gebracht. De zijden draden voor de kente werden verkregen door deze geïmporteerde zijden stoffen uit te halen en opnieuw te weven. Nu wordt ook zijden garen geïmporteerd. Met verschillende kleuren worden geometrische patronen geweven. Wevers, vroeger alleen mannen, maar tegenwoordig ook vrouwen, werken vrijwel altijd buiten. Lange bundels draden wel tien meter verderop vast gemaakt aan een steen of boom. Een wever werkt met blote voeten, met zijn tenen bedient hij de touwen. Alle fases van het productieproces worden uitgevoerd door een en dezelfde persoon. Een wever moet dus het gereedschap kunnen maken, weten waar het garen vandaan te halen, hoe het garen te bewerken en op het weefgetouw te zetten, en een meester zijn in de kunst van het weven. Deze kunst wordt van generatie op generatie doorgegeven in de familie. Als kind in een familie van wevers moet je dagelijks de wevers helpen met allerlei bijkomende klusjes en later met het weven zelf. Tegenwoordig bestaan er ook trainingsscholen waar jongeren kente leren weven. Een aantal dorpen, waaronder Bonwire ten oosten van Kumasi, hebben zich geheel toegelegd op het weven van kent, zowel voor de lokale als de buitenlandse markt. Alle verschillende kente-patronen hebben een naam en dragen betekenissen en verhalen in zich mee. Ze verwijzen soms naar gebeurtenissen in de geschiedenis of naar bepaalde personen. Zo vertelt het patroon Kyere Twie -'vang de luipaard'- van de opdracht van koning Kwaku Dua I aan één van zijn onderdanen een luipaard levend te vangen (Rattray 1927:245), het bewijs van moed en kracht bij uitstek. Eén van de meest bekende kente-patronendraagt de naam adwinasa, letterlijk 'de ideeën zijn op'. Het verwijst naar een legende: Een koning koos ooit een wever uit om voor hem het allermooiste kente-kleed in de wereld te weven. De wever gebruikte al zijn vakmanschap, kennis en creativiteit om alle bekende patronen samen te voegen en daarui een uniek patroon voor de koning te creëren. Dit zeer speciale ontwerp kreeg daarom de naa 'de ideeën' zijn op' oftewel 'alle patronen zijn gebruikt'. Het patroon emmaa da, 'het is nog nooit gekomen', is een symbool van creativiteit, innovatie en nieuwigheid. Sika futuro, 'goudstof' is de naam van een kentekleed dat laat zien dat de drager rijk is in alles. Zijn rijkdom is zo onuitputtelijk als stof. Tegenwoordig zijn de verhalen en betekenissen van veel weefpatronen echter alleen nog bekend bij de wevers of bij de chiefs en wordt een kente doek eerder uitgekozen vanwege zijn esthetische waarde en goede kwaliteit dan om de symbolische betekenis van het patroon. Maar wat zeker niet verdwijnt is de symbolische waarde van de kente op zich, als teken van status en van rijkdom. De kente-collectie van de Asantehene is de grootste ter wereld, zegt men. Maar ook andere koningen hebben stapels kente-doeken, zodat zij bij elke gelegenheid weer een andere doek uit kunnen zoeken om aan te trekken. Nana Aboagye Agyei II, koning van Ejisu, vertelt over zijn kente-collectie:" I have more than 20 different pieces of kente and a few adinkra cloths for funerals. Some I took over from my predecessors. Then I have added some of my own. Sometimes a very old cloth is suitable for a particular occasion. My chief weaver is in Bonwire, Mensah. Sometimes he says :" Nana, there is a new design on the market." And then he makes a new design for me, but different from all others, so that you see the difference. Bij de keuze van de juiste doek voor de dag wordt een koning geholpen door één van zijn vertrouwelingen of door de queenmother. De kleding van de koning moet qua kleur en qua patroon passen bij de gelegenheid en een koning kan niet overal verstand van hebben. Soms wordt voor een speciale gelegenheid ook een nieuw patroon gecreëerd door een van de hofwevers. De legende gaat dat vroeger de uitverkoren wever nadat hij het nieuwe koningskleed af had, werd geëxecuteerd. Anders zou het hetzelfde ontwerp voor iemand anders kunnen namaken en volgens de traditie moet de kleding van een koning anders zijn dan de kleding van alle anderen tijdens een bijeenkomst. De kente van de koning moet het meest exclusieve en schitterende kente van iedereen zijn. Kente wordt voornamelijk gedragen bij festivals, ceremonies en feestelijke aangelegenheden zoals een huwelijk of een promotie. Maar ook wordt het gebruikt als decoratie bij de opbaring van doden. Het wordt dan aan de wand achter het bed gehangen of aan het plafond erboven, of over de kist gedrapeerd. De schoonheid en populariteit van kente heeft textielfabrikanten ertoe gebracht kente-patronen op katoen te drukken. De Vlisco-fabriek in Nederland (Helmond) was de eerste die dat deed. Zulke machinaal geprinte kente is erg populair en te koop in vele patronen. Maar van de rijke uitstraling van echte kente heeft het natuurlijk niets. Kente wordt geweven op smalle, horizontale weefgetouwen met een houten frame. Het wordt gemaakt van katoen, eventueel gecombineerd met zijde, en tegenwoordig ook vaak van kunststof. De gebruikte katoen werd vroeger verbouwd in de drogere regionen ten Noorden van het Ashanti-gebied, maar wordt tegenwoordig geïmporteerd. Zijde werd voor het eerst door Nederlandse zeevaarders vanuit China en India naar de Goudkust gebracht. De zijden draden voor de kente werden verkregen door deze geïmporteerde zijden stoffen uit te halen en opnieuw te weven. Nu wordt ook zijden garen geïmporteerd. Met verschillende kleuren worden geometrische patronen geweven. Wevers, vroeger alleen mannen, maar tegenwoordig ook vrouwen, werken vrijwel altijd buiten. Lange bundels draden wel 10 meter verderop vastgemaakt aan een steen of boom. Een wever werkt met blote voeten, met zijn tenen bedient hij de touwen. Alle fases van het productieproces worden uitgevoerd door een en dezelfde persoon. Een wever moet dus het gereedschap kunnen maken, weten waar het garen vandaan te halen, hoe het garen te bewerken en op het weefgetouwen te zetten en een meester zijn in de kunst avn het weven. Deze kunst wordt van generatie op generatie doorgegeven in de familie. Als kind in een familie van wevers moet je dagelijks de wevers helpen met allerlei bijkomende klusjes en later met het weven zelf. Tegenwoordig bestaan er ook trainingsscholen waar jongeren kente leren weven. Een aantal dorpen, waaronder Bonwire te oosten van Kumasi, hebben zich geheel toegelegd op het weven van kente, zowel voor de lokale als de buitenlandse markt.

Doe een aanvulling

Vul deze informatie aan of geef een reactie

 
 
Objectnummer
TM-6095-28
Instelling
Stichting Nationaal Museum van Wereldculturen
Periode
voor 2000
Beschrijving: 
Rechthoekige lap textiel, een zogenaamde Kentedoek. Met twee soorten vlakken:...Lees verder
Herkomst
Bonwire