Katoenen schouderdoek

 

De 'jungjung' is een vroegere Batakdoek die niet meer wordt gemaakt noch gebruikt. Uit museumverzamelingen en aanwinstgegevens valt te achterhalen dat de doek gemaakt en gebruikt werd door zowel...

Objectnummer
TM-1772-1340
Instelling
Stichting Nationaal Museum van Wereldculturen
Periode
voor 1940
Herkomst
Tarutung

De 'jungjung' is een vroegere Batakdoek die niet meer wordt gemaakt noch gebruikt. Uit museumverzamelingen en aanwinstgegevens valt te achterhalen dat de doek gemaakt en gebruikt werd door zowel de Simalungun- als de Toba-Batak. Hij kwam ook aan de noordkust van het Tobameer voor (Niessen u.p./2004; Niessen 1993:21, fig. 10). Het is mogelijk dat de 'jungjong', gezien door John Anderson in 1823 tijdens zijn zakenreis naar Sumatra (1826/1971:264, 289; zie ook Niessen 1993:20), dezelfde doeksoort is. Van der Tuuk heeft de doek in zijn woordenboek afgebeeld (1861: Plaat XXX no. 1 en Plaat XXVI no. 5). Deze doeksoort heeft een dominante rode kleur. Een lichter en feller rood was de voorkeur van de Simalungun-Batak maar de Toba-Batak gaven de voorkeur aan een donkerdere, bruinrode kleur. De Simalungun doeken zijn ook stugger dan die van de Toba Batak. Verder wordt de doeksoort gekenmerkt door afwisselend indigoblauwe en rode strepen in kettingrichting. Het doorlopende geïkatte ruitjesmotief wordt in de indigostrepen aangetroffen. De strepen in contrasterende witte kleur die de grenzen tussen zij- en middenbaan aangeven, bevatten vaak indigostippels en kettingtechniek door Toba-Batak weefsters bekend als 'sibola motung' (zie Beschrijving Vervaardiging). Deze doek is bijzonder wanwege de aanwezigheid van ikatmotieven die typerend zijn voor de 'runjat' doek. De naam die in de museumgegevens voor deze doek voorkomt, 'barunjat', is van dit ikatmotief afgeleid. De 'runjat' ikatmotieven vallen in banen in kettingrichting tussen de 'jungjung' ikatmotieven. De getwijnde inslagranden in de franje einden van de doek zijn eenvoudig en zonder patronen. Vervaardiging Ikat is een techniek waarbij de draden van een weefsel eerst volgens patroon afgebonden worden waarna ze in een verfbad worden gedompeld. De afgebonden delen worden niet geverfd. Dit proces kan een aantal keer herhaald worden, zodat een meerkleurig patroon ontstaat. Al naar gelang het verfproces is toegepast op de schering, inslag of beide draden wordt deze techniek scheringikat, inslagikat en dubbelikat genoemd. De eerste komt het meest voor. Voor de draden afgebonden worden, worden ze vaak over elkaar gevouwen, zowel in de lengte- als in de breedterichting. Bij zo'n werkwijze verschijnen de motieven in spiegelbeeld.

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie

Reactie