Hofsleep of Manteau de Cour

 

In 1975 schonk mevrouw Wilhelmina Elsabé Taets van Amerongen-Rutgers van Rozenburg (1904-1982) een empire hofsleep van lavendelkleurige moirézijde uit Utrechts familiebezit aan het Centraal...

Objectnummer
19760
Instelling
Centraal Museum
Periode
1809-1810
Herkomst
schenking 1975-05-16

In 1975 schonk mevrouw Wilhelmina Elsabé Taets van Amerongen-Rutgers van Rozenburg (1904-1982) een empire hofsleep van lavendelkleurige moirézijde uit Utrechts familiebezit aan het Centraal Museum. De toenmalige conservator toegepaste kunst, baron Jan Joost Carel Taets van Amerongen (1932-2009), haalde zijn tante over tot dit royale gebaar. Over de achtergrond van deze, vrijwel zeker nooit gedragen drie meter lange sleep, zijn geen schriftelijke gegevens bewaard gebleven. Zo duidt de breedte van de geborduurde rand op een vorstelijke herkomst. Onderzoek wijst uit dat de sleep mogelijk aan koningin Hortense de Beauharnais (1783-1837), de vrouw van Lodewijk Napoleon (1778-1846) behoord heeft. In het Cérémonial de l’Empire Français uit 1805 staat namelijk dat alle dames die aan het hof worden toegelaten, een kledingstuk dienen te dragen met dezelfde vorm als dat van de keizerin, en dat, als ze voor een geborduurde rand kiezen, deze niet breder mag zijn dan een decimeter. In het kasteel van Malmaison bij Parijs bevindt zich een fluwelen hofsleep van Hortense met eveneens een lengte van circa drie meter. De ‘Utrechtse’ sleep is tot nu toe het enige voorbeeld van een hofsleep uit deze periode dat in Nederland bewaard is gebleven. Ondanks het feit dat geen enkele andere vrouw in aanmerking komt, is sluitend bewijs dat Hortense daadwerkelijk de eigenaresse is geweest nog niet gevonden. Het maakt deze Manteau de Cour niet minder zeldzaam; hij behoort zelfs tot de top binnen Europa.


 

De lavendelkleurige Manteau de Cour van moiré-zijde in de kostuumverzameling van het Centraal Museum is tot nu toe het enige voorbeeld van een in Nederland bewaard gebleven hofsleep uit deze periode. De 305 centimeter lange sleep heeft een ingeweven strooimotiefje en een rand van bladranken en gestileerde bloemmotieven. Door middel van een haak onder de rozet middenachter kan de sleep aan een japon bevestigd worden.
In 1975 is het bijzondere kledingstuk (zonder japon) aan het Centraal Museum geschonken door Baronesse W.E. Taets van Amerongen-Rutgers van Rozenburg. Bij de overdracht vermeldde de schenkster dat de sleep afkomstig was van de ‘betovergrootmoeder Elisabeth Both Hendriksen-Winter (1786-1809)’, respectievelijk ‘van het hof van Lodewijk (?) Napoleon’. Het is echter de vraag of er in deze periode wel losse hofslepen werden gedragen. Etiquetteboeken uit deze tijd geven geen bevredigend antwoord: een losse sleep wordt in Etiquette du Palais Royal de Hollande uit 1808 niet expliciet genoemd. De met ivoorkleurig chenille en parelkleurige kralen geborduurde rand is opmerkelijk breed; deze meet 26 cm op het breedste punt. Dit kan wijzen op een vorstelijke herkomst van de sleep. In Cérémonial de l’Empire Français uit 1805 is namelijk te lezen dat alle dames, die aan het hof worden toegelaten, een kledingstuk dragen met dezelfde vorm als dat van de Keizerin en dat, indien de dames voor een geborduurde rand kiezen, deze niet breder mag zijn dan een decimeter. 

Hoe geloofwaardig is het dat dit kledingstuk aan het hof van Lodewijk Napoleon (1778-1846) gedragen is? In 1806 werd Lodewijk Napoleon koning van Holland. Vier jaar eerder trouwde hij met Hortense de Beauharnais (1783-1837), de eerste koningin van Holland. Hortense bracht in het begin van 1807 een kort bezoek aan Utrecht. In 1810 verbleef ze wederom in Utrecht. Ze woonde in de voor haar ingerichte vertrekken in het paleis dat Lodewijk inmiddels had gecreëerd aan de Drift/Wittevrouwenstraat. Op 15 en 18 april waren er audiënties in Utrecht, maar wat ze bij deze gelegenheden heeft gedragen is niet meer te achterhalen. In 1810 trad Lodewijk af van de Nederlandse troon. Het huwelijk was niet erg gelukkig: Lodewijk ging in Duitsland wonen terwijl Hortense met haar kinderen terug ging naar Frankrijk. Als deze sleep van haar was, is hij mogelijk achtergebleven bij haar onverhoedse vertrek op 23 april van dat jaar.

In 1975 Mrs Wilhelmina Elsabe Taets van Amerongen-Rutgers from Rozenburg (1904-1982) donated an empire-line court train in lavender-coloured moire-silk from her family in Utrecht to the Centraal Museum. The curator of applied arts at the time, baron Jan Joost Carel Taets van Amerongen (1932-2009) was able to persuade his aunt to make this generous gesture. No written information about this train, which was almost certainly never worn, has survived. The width of the border might identify its royal origin. Research reveals that the train possibly belonged to the wife of Lodewijk Napoleon (1778-1846), queen Hortense de Beauharnais (1783-1837). The Ceremonial de l'Empire Francais of 1805 states that all ladies admitted to court must dress in the style of the empress, and that if they choose to have an embroidered border, this must be no wider than one decimetre. Malmaison Castle near Paris has a velvet train which belonged to Hortense which is also about 3 metres long. The 'Utrecht' train is up until now the only example of a court train from this period which has been kept in the Netherlands. Even though there is no evidence as to anyone else having worn the train, we still can't be certain that Hortense was the owner. This does not make this Manteau de Cour any less rare; it is one of the treasures of Europe.

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie

Reactie