Gebatikte kokerrok

De kepala ('hoofd') van deze kokerrok bevat een aantal bloemboeketten, wit op rood, waaronder anjers zijn afgebeeld. Verder nog vlinders, vogels op een tak en kleine bloemen. De badan ('lichaam') bevat het tambalan-motief, een soort patchwork-motief van vierkantjes die opgedeeld zijn in vier driehoekjes, die weer gevuld zijn met verschillende motieven, zoals ayam puger (kip, vogel in een schaal), vissen, parang, lar, bloemen etc. Ayam puger is een traditioneel Javaans motief dat gedragen werd door maagden vlak voor de afzonderingsperiode voor het huwelijk gedragen (Heringa, 1996:206). Het parang motief is één van de zogenaamde verboden motieven. Deze motieven werden door de sultans van Yogya en Solo verboden voor de gewone burgers te dragen. Parang betekent (klein) zwaard, en symboliseert macht en groei (McCabe Elliot, 1984:68). De lar verwijst naar garuda, het heilige rijdier van de Hindoe-god Vishnu, en oud koninklijk symbool (idem; Heringa, 1996:171; van Roojen, 1998:69-73). Ook tambal was een motief met magische en ceremoniële functies, althans in Centraal-Java. Noordkust tambals, zoals deze, waren normaliter decoratief en niet symbolisch en bij deze batiks zijn de plaatsen van herkomst duidelijk herkenbaar. Zo zijn Pekalongan tambalan te herkennen aan heldere kleuren en gedetailleerd ingevulde achtergrondpatronen (McCabe Elliot, 1984:98). In de periode tussen 1870-1880 verdubbelde de Europese gemeenschap op Java, waarbij het aandeel van Europese vrouwen toenam. Dit had merkbare effecten op de batikontwerpen. Een van de meest invloedrijkste batiksters was Lien Metzelaar (geboren: de Stoop). Zij begon haar batikwerkplaats in 1880 en werkte door tot 1919. Dhr. Metzelaar, regeringsambtenaar, stierf relatief jong, waarbij hij Lien achterliet met vier kinderen en een kleine toelage. Als bijverdienste ontwierp ze batiks voor de verkoop. Een Arabische handelaar bracht deze produkten naar Batavia, en leende Mevrouw Metzelaar geld zodat ze batiksters aan kon nemen. Veel van haar batiks eindigde in Nederland. Aanvankelijk signeerde ze haar werk met L.Metzelaar Pekalongan, maar veranderde dit later in L. Metz Pek. Haar invloed op de veranderingen in batikmotieven was groot. Zo was zij degene die begon met het afbeelden van enkel een (simpel) bloem'boeket' in de kepala. Ook het gebruik van gestippelde diagonale lijnen als opvulmotief is aan haar toegeschreven. Nog een ander kenmerk is het gebruik van een embryo-vogel in de kepala. Zelfs op de oude handgedrukte imitatie-batiks van de katoendrukfabriek van Fentener van Vlissingen in Helmond komen deze kenmerken terug (Veldhuisen, 1993:76-79). Deze doek staat afgebeeld in Veldhuisen's Batik Belanda (1993:77). Vervaardiging Kokerrok met motieven aangebracht in de batiktechniek. Batik is een textielversieringstechniek, een zogeheten reservetechniek, waarbij met een waspen (canting) of met een koperen stempel (cap) hete was in patronen op een doek worden aangebracht. De doek wordt in een verfbad gedompeld waarbij in de afgedekte delen geen verf kan doordringen en dat deel na het verwijderen van de was ongeverfd is. Wanneer een doek in meerdere kleuren gewenst is, wordt dit proces herhaald.

Doe een aanvulling

Vul deze informatie aan of geef een reactie

 
 
Maker
Vervaardiging: Lien Metzelaar
Objectnummer
TM-5663-779
Instelling
Stichting Nationaal Museum van Wereldculturen
Periode
ca. 1880
Beschrijving: 
De kepala ('hoofd') van deze kokerrok bevat een aantal bloemboeketten, wit op...Lees verder
Herkomst
Pekalongan (regentschap)