Doek voor mannen

Een mannendoek (hinggi), bestaand uit twee aanelkaar genaaide weefbanen. Op de doek staan mannen, schedelbomen en paarden afgebeeld. ‘Hinggi’ zijn doeken voor mannen. Zij zijn voorzien van ikatmotieven op de scheringdraden. Hinggi komen voor in twee dan wel in meerdere kleuren. ‘Lau’ zijn kokerroken voor vrouwen. Het dragen van meerkleurige weefsels was veelal het voorrecht van de Oost Sumbanese aristocratie. Ceremonieel dragen de hooggeplaatsten twee doeken, een om de schouders en een om de heupen.In de loop van de tijd traden veranderingen op in het designsysteem van deze mannendoeken. Als een van de eersten noemt de S. Roos, administrateur in dienst van de koloniale overheid op Sumba (1866-1869) het gebruik van de veelkleurige weefsels bij ceremoniële gelegenheden (Adama, 1969, 94). Aan het begin van de twintigste eeuw ontstaat de belangstelling voor Sumba doeken bij Nederlandse onderzoekers als J.A. Loebèr en G.P. Rouffaer en wordt een grote collectie (ca. 100) bijeengebracht door G.K. Wielenga (nu in het Wereldmuseum). Door toegenomen rijkdom van de Oost Sumbanese aristocratie (door de paardenhandel) en de ontstane mogelijkheden van een externe markt neemt de productie van doeken in de eerste helft van de twintigste toe (Adams, 1969, 94 e.v.). Sumba doeken worden een handelsproduct, er moeten zo snel mogelijk zoveel mogelijk doeken worden gemaakt. In plaats van handgesponnen garens en natuurlijke verfstoffen gaan de weefsters geïmporteerde katoenen garens en aniline verfstoffen gebruiken. Ook wordt steeds minder vaak de ‘kabakil’ , de geweven afsluiting van de scheringdraden aangebracht en wordt de franje voorzien van ikat (Adams, 1969, 87, 106) Dit alles heeft, tot in de 21ste eeuw, gevolgen voor de uitvoering van de motieven. De kleine, fijne motieven kosten te veel tijd, grotere en minder gedetailleerde patronen zijn het gevolg. Ook oude patroon schema’s worden verlaten en vervangen door geheel nieuwe invulling van het oppervlak van de doek. Zo wordt in de jaren 1980 de traditionele indeling van motieven, waarbij de doek uit twee gespiegelde helften bestaat, losgelaten en worden doeken geproduceerd die van boven naar beneden als het ware een verhaal vertellen (Forshee, 1999, 46). Motieven Ikats vervaardigd in Oost Sumba toonden tot de jaren 1980 een indeling in een oneven aantal horizontale banden. De banden aan weerszijden van de middelste strook vertonen op enkele uitzonderingen na gespiegelde motieven. De doeken in het Tropenmuseum tellen tussen de drie en elf banden. Het aantal is altijd oneven vanwege de gebruikte ikattechniek (zie techniek). De banden zijn afwisselend smal en breed. De motieven zijn zowel figuratief als geometrisch. De brede banden tonen gewoonlijk een hoofdmotief dat omgeven wordt door een aantal kleinere voorstellingen. Het meest worden vogels, schedelbomen, garnalen, mensen, vissen en paarden afgebeeld. De meeste figuren worden slechts met enkele kenmerkende eigenschappen afgebeeld. Zo hebben mensenfiguren meestal een duidelijke ribbenkast en is ook de sexe duidelijk vormgegeven en zijn paarden herkenbaar aan een opgeheven hoofd en staart. Van de dieren komen vogels in de grootste variatie voor, alhoewel het soort vaak niet vast te stellen is. De schedelboom verbeeldt de echte schedelbomen (andung) die het religieuze centrum van belangrijke dorpen vormden. Deze constructies met geroofde schedels waren gewijd aan de marapu (onzichtbare krachten). Paarden zijn belangrijk op Sumba, zowel in het dagelijkse leven in de handel, als tijdens festivals. Gebruik De doeken hebben verschillende functies binnen de gemeenschap. Ze spelen een belangrijke rol bij de uitwisseling van geschenken bij huwelijken en begrafenissen. Ter versterking van de sociale banden binnen een gemeenschap en met name tussen de families van de bruidegom en van de bruid worden geschenken uitgewisseld die respectievelijk als 'mannelijk' en 'vrouwelijk' betiteld worden. De familie van de bruidegom brengt metalen voorwerpen, maar ook slaven en paarden bijeen; de familie van de bruid weefsels, kralenwerk, bedienden en varkens. Bij begrafenissen van hooggeplaatste personen worden de geschenken, waaronder vaak honderden weefsels en gouden voorwerpen uitgestald. Later worden veel van deze voorwerpen met de overledene begraven. (Adams, 62) Meerkleurige hinggi worden alleen gedragen door mannen uit de hoogste klasse, hun dienaren dragen blauwwitte doeken Het eiland Sumba heeft een rijke weeftraditie. Het belang van deze traditie blijkt wordt verwoord in één van de mythen. Het eiland is in het midden met de hemel en de bodem van de zee verbonden door middel van een bundel scheringdraden (de navelstreng). Als gevolg hiervan mogen de bewoners van het midden van het eiland niet weven. Het op en neer halen van de hevels van het weefgetouw om de inslag in te voeren doet de scheringdraden slijten. Weven verzwakt niet alleen de scheringdraden van het weefsel van de weefster, maar ook die van het kosmisch weefgetouw. Daarom taboe in het midden. Zou de schering breken dan valt het eiland in de zee. De weefkunst wordt met name in Oost- en West Sumba uitgeoefend. De veelkleurige ikatdoeken van Oost Sumba genieten een grote bekendheid en waardering in het Westen. De weefkunst is zo belangrijk omdat de doeken het sociale leven mede vormgeven. Het hebben van een uitgebreid netwerk van relaties kan alleen bereikt hebben via de ceremoniële geschenkenruil, waarvan textiel een belangrijk onderdeel vormt. Spinnen, weven, vlechten , in het algemeen het aan elkaar bevestigen van materialen zijn activiteiten die geassocieerd worden met het aangaan van relaties, van huwelijksrelaties en in het verlengde daarvan met het voortbrengen van leven. Spinnen en weven worden vergeleken met het krijgen en opvoeden van kinderen. Oost- en West Sumba hebben verschillende weeftradities. In Oost Sumba worden veelkleurige weefsels, in West Sumba blauwwitte doeken vervaardigd. De bekendste Sumba weefsels zijn de veelkleurige ikatdoeken met grote motieven van Oost Sumba. Maar ook andere decoratietechnieken, zoals het aanbrengen van motieven met behulp van supplementaire scheringdraden worden toegepast. Vooral kokerrokken voor vrouwen worden met behulp van deze techniek gedecoreerd. De veelkleurige doeken hebben veelal een ceremoniële functie. Dagelijkse kleding bestond uit donkere geverfde doeken zonder decoratie. De motieven zijn aangebracht d.m.v. ikat op de scheringdraden. Ikat komt van 'mengikat' dat afbinden betekent. Bij deze techniek worden de scheringdraden, voorafgaand aan het weefproces, in kleine bundels draden verdeeld en samengevouwen. Vervolgens worden de motieven op de plekken waar de verf niet mag doordringen afgebonden met behulp van raffia of ander materiaal. Afhankelijk van het aantal kleuren dat gewenst is wordt dit proces herhaald. Na het verven worden de afbindmaterialen verwijderd, de bundels scheringdraden uitgevouwen en op het weefgetouw aangebracht en kan de doek geweven worden. In Indonesie werd en wordt dit gedaan op een heupweefgetouw met rondgaande scheringdraden. De doek is aan de korte zijden afgewerkt met een zogeheten 'kabakil' een ingeweven band.

Doe een aanvulling

Vul deze informatie aan of geef een reactie

 
 
Objectnummer
TM-48-45
Instelling
Stichting Nationaal Museum van Wereldculturen
Periode
voor 1910
Beschrijving: 
Een mannendoek (hinggi), bestaand uit twee aanelkaar genaaide weefbanen. Op d...Lees verder
Herkomst
Sumba (eiland)