Caraco

 

Verondersteld wordt dat het jak een grote bijdrage heeft geleverd aan de populariteit van sits,  exotisch gebloemd, gekleurd en geglansd katoen, in Nederland. Deze van oorsprong met de hand...

Maker
Anoniem
Objectnummer
8920
Instelling
Centraal Museum
Periode
ca. 1780
Herkomst
schenking, 1942-05-26

Verondersteld wordt dat het jak een grote bijdrage heeft geleverd aan de populariteit van sits,  exotisch gebloemd, gekleurd en geglansd katoen, in Nederland. Deze van oorsprong met de hand geschilderde, geglansde katoen kwam in de zeventiende eeuw vanuit India naar Europa. Later werd de stof ook bedrukt, om dessins te imiteren en zo aan de toenemende vraag te voldoen. Het jak, ook wel een casaque, kasakijntje of caraco genoemd, werd gedragen met een fichu, soms voorzien van zeer fijn borduurwerk en gecombineerd met een zijden, doorgestikte of anders versierde rok in een contrasterende kleur. Het is een van de weinige kledingstukken dat door vrouwen van elke stand in de Republiek werd gedragen. Terwijl dienstbodes, vissersvrouwen en rijkere boerinnen hun sitsen jak droegen als dag- en gelegenheidskleding, was het voor de echt welgestelden aanvankelijk luxe negligé- of huiskleding. Eind achttiende eeuw eindigde de sitsrage toen soepelere, lichte stoffen in de mode kwamen. Tegelijkertijd bleef men binnen de Friese en Zaanse streekdracht de sitsen jakken juist volop dragen en koesteren.

The introduction of the jacket probably influenced the popularity of Chintz,a colourful cotton fabric decorated with exotic flower patterns and with a glazed finish, in the Netherlands. This originally hand-painted and polished cotton came in the seventeenth century from India to Europa. Later, printing technics came in use to imitate the designs and to satisfy increasing demands. The jacket, also known as a casaque, kasakijntje or caraco was worn in combination with a muslin fichu, sometimes with very fine embroidery and combined with a silk, quilted or otherwise embellished skirt in a contrasting colour. It is one of the only historical national costumes which was worn by women from every level of society during the Dutch Republic. Although chintz jackets were worn as day and formal wear by domestic servants, fisherwomen and richer farmer’s wives, the upper classes only wore them as a negligee (indoor dress). When lighter and brighter fabrics came into fashion at the end of the eighteenth century, an end came to the chintz rage. At the same time the jacket remained fashionable and cherished within the Frisian and Zaanse regional costumes.

Rood en blauw gebloemde sits, gevoerd met linnen.

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie

Reactie