Armband

Armband die door vrouwen in paren, om de bovenarmen gedragen werd. Veltman noemt deze "ikaj meudoeroe", "zeer ouderwetsch". Een "ikaj" is een bovenarmband, en de toevoeging "meudoeroe", betekent "doornachtig", dit vanwege de vele uitsteeksels op de armband. De band is rijk gedecoreerd met o.a. gedraaid metaalkoord (poeta talòë), figuren van elkaar gesoldeerde bolletjes (viskuit genaamd, ofwel boh eungkot), figuren van draad (filigraan) en opgesoldeerde platte ronde goudschrijfjes. Geen van deze technieken kon worden toegepast in suasa, de goud-koper legering waaraan in Aceh de voorkeur werd gegeven. Deze armband is dan ook in goud uitgevoerd. Suasa heeft een rode glans, vanwege het hoge kopergehalte. Om goud met een laag kopergehalte toch roder te maken, werd een chemisch procedé toegepast. Eerst werd het goud gereinigd in een mengsel van ingekookt citroensap, wat water en zout. Dan werd het goud ongeveer een uur lang gekookt in een mengsel van twee delen salpeter (meusi), een deel aluin (tawaih), en een deel zout (sira). Nadat het goud even op een kolenvuurtje was gedroogd, werd de behandeling herhaald, in de eerder gebruikte, met water aangelengde vloeistof. Middenop de armband is een blauw steentje gezet op een manier die "eumpung mata" of "koe anam" heet. Het steentje is in een precies passend edelmetalen buisje geschoven. De bovenrand van dit cilindertje is boven het steentje, op enkele plaatsen naar binnen gevouwen, zodat het niet meer uit het cilindertje kan vallen. Th. J. Veltman, de verzamelaar van een grote collectie sieraden uit Aceh, was Kapitein in het KNIL tijdens de Aceh-oorlog, en later ook bestuursambtenaar in Aceh. Hij was zeer geïnteresseerd in de cultuur, beheerste de taal en publiceerde hierover. Vooral de edelsmeedkunst had zijn belangstelling. Volgens hem werd in Aceh Profeet Abraham beschouwd als de schutspatroon van de goud- en zilversmeden. Hij schreef ook dat de goudsmeden van Aceh hinder ondervonden van het islamitische verbod op het afbeelden van levende wezens. Echter, de sieraden van Aceh zijn rijk gedecoreerd met bloemen en bladerranken, die islamitische ideeen over het Paradijs reflecteren. Verschillende technieken, zoals filigrain en granulatie, werden vermoedelijk in Aceh geïntroduceerd door edelsmeden uit het Ottomaanse rijk. Vanuit Aceh verspreidden deze technieken zich over Noord- en West-Sumatra.

Doe een aanvulling

Vul deze informatie aan of geef een reactie

 
 
Objectnummer
RV-1599-79
Instelling
Stichting Nationaal Museum van Wereldculturen
Periode
Voor 1907
Beschrijving: 
Armband die door vrouwen in paren, om de bovenarmen gedragen werd. Veltman no...Lees verder
Herkomst
Aceh (provincie)