What’s in a name...?

Vrouwen in Staphorster streekdracht kunnen uren over kleding praten. Zet een aantal zussen, vriendinnen of een moeder met haar dochters rond de tafel en ze vullen de avond met het bespreken van elkaars of andermans garderobe. Dan is het handig als iedereen weet waar het over gaat.

Algemeen voorkomende dessins hebben daarom hun eigen benaming. Hoewel ze soms per familie of periode verschillen, zijn ze bij de draagsters algemeen bekend. Een buitenstaander ontgaat soms de logica. Zo zijn er bijvoorbeeld bloemmotieven die aangeduid worden als vlinders, of is een voluut aangezien voor een mandje. Vooral wanneer er sprake is van verschillende variaties op één dessin gebruikt men verrassend creatieve aanduidingen.

De bollen van de zondagse mutsen maakt men van geborduurde tule. Aanvankelijk werd dit met de hand geborduurd en was er veel variëteit in de dessins. Vanaf het midden van de twintigste eeuw werd de tule machinaal geborduurd. De plaatselijke winkeliers lieten dan in één keer een hele rol vervaardigen. De meest voorkomende dessins kregen hun eigen benamingen. Bijvoorbeeld grote veren, kleine veren, harpen, radjes, mandjes of vogelnestjes.

Tussen 1960 en 1965 kwam een nieuw patroon in het assortiment van de plaatselijke winkels. Het had een tulpvormig bloemetje, centraal in een rond motief van ongeveer 7 centimeter doorsnee. Dit dessin kreeg de naam ‘tulp’. 

‘Tulp’, circa 1960-1965, particuliere collectie

Toen de stof enkele jaren later uitverkocht was, kwam er een sterk gelijkend motief voor in de plaats. Dit keer echter zonder het kenmerkende tulpje. Een aantal draagsters noemde dit nieuwe dessin ‘het ronde bloempje’, anderen gebruikten de aanduiding ‘weerscheid van de tulp’ (tegenhanger van de tulp) of zelfs 'tulp zonder tulp'.

‘Tulp zonder tulp’, circa 1970, particuliere collectie

Zowel de ‘tulp’ als de ‘tulp zonder tulp’ zijn verschillende keren in productie geweest. Tot op de dag van vandaag gebruiken vrouwen ze bij de zondagse kerkdracht. Meestal kiest men voor dit dessin wanneer men zich iets mooier dan gemiddeld wil kleden. En zo lang de ‘tulp’ en haar varianten in gebruik blijven zal er over gesproken worden en blijven de benamingen voortleven.

De zondagse ‘toefmuts’, particuliere collectie

Jacco Hooikammer is opgegroeid te Rouveen, in een familie van streekdrachtdraagsters. Vanaf zijn derde jaar neemt hij deel aan folklore-evenementen. Hij publiceert over verscheidene aspecten van de Staphorster volkscultuur, met name de streekdracht. Hooikammer werkt als documentalist bij het Nederlands Openluchtmuseum te Arnhem.

Doe een aanvulling

Vul deze informatie aan of geef een reactie

1
 
Auteur
Specialist Staphorster volkscultuur, documentalist Nederlands Openluchtmuseum
Datum
4 februari 2015
Doorzoek de website met tags
zondagse drachtgeborduurde tule