Stoplappen van vroeger als gespreksstof voor nu

Tussen de 17e tot en met de 20e eeuw leerden jonge Amsterdamse weesmeisjes stoppen en bindingen maken op een stoplap. Deze oefenlap werd gemaakt in de adolescentie en was een oefening in het dichten van gaten, om meisjes vervolgens op eigen benen te kunnen laten staan. Het vormde de poëtische aanleiding om met meisjes van nu in gesprek te gaan over zelfstandigheid, eigenheid en imperfectie en leidde tot interessant onderzoek naar de geschiedenis van de stoplap.

Meisjes tussen de 12 en 15 jaar stoppen en bindingen maken op een stoplap. Een vakkundig gemaakte stoplap was belangrijk voor je toekomst, als huisvrouw of eventueel om later zelfstandig geld te verdienen als linnenstopster. Dit gold in het bijzonder voor wezen, aangezien zij geen ander vangnet hadden.

Stoplap, Hulst, T. ca. 1920-ca. 1945, collectie Amsterdam Museum, inventarisnummer KB 1680.
Stoplap, Hulst, T. ca. 1920-ca. 1945, collectie Amsterdam Museum, inventarisnummer KB 1680.

De precisie waarmee zo’n lap gemaakt is, bedoeld om te oefenen, trok mijn aandacht. De stoppen die te ver naar links of rechts begonnen, waardoor ze eigenlijk niet helemaal pasten. De lappen die nooit zijn afgemaakt. Je ziet de perfectie en tegelijkertijd imperfectie van het handwerk.

De stoplappen spreken van thema’s die toen, maar nu ook nog steeds belangrijk zijn voor (jonge) vrouwen en iets zeggen over hun plek in de maatschappij. Ik wilde de stoplap uit Amsterdamse weeshuizen, die een exercitie waren in vastmaken en verbinden, om vervolgens ‘los te komen’, gebruiken als gespreksstof en verbinden aan de huidige generatie meisjes in Amsterdam.

Van ABC tot wit-op-wit

Textiel was duur en werd zeer intensief gebruikt, dus textiel repareren was een belangrijke vaardigheid voor veel vrouwen. Als huisvrouw wilde je beschadigingen in kleding en huishoudelijk textiel zelf kunnen repareren en als dienstbode diende je dit ook vaak te kunnen. Weggooien was uit den boze, dus scheuren, gaten en slijtplekken dienden vakkundig, zo onzichtbaar mogelijk hersteld te worden.

Maar: linnen zo goed als onzichtbaar stoppen vergde enorme vaardigheid. Het onderwijs in de Amsterdamse weeshuizen had een oplopende moeilijkheidsgraad. Voordat ze aan het linnenstoppen begonnen, leerden meisjes een merklap maken: een stuk doek waarop meisjes het alfabet, de cijfers, randen en motieven leerde borduren.

Sanne van de Goor in gesprek met jonge meiden van nu over de geschiedenis van de stoplap. Foto: Patricia Wolf.
Sanne van de Goor in gesprek met jonge meiden van nu over de geschiedenis van de stoplap. Foto: Patricia Wolf.

De merklap werd gemaakt wanneer meisjes 6 tot 12 jaar oud waren; de leeftijd van de maakster werd vaak op de lap geborduurd. De letters en cijfers waarop geoefend werd, dienden om later het linnengoed van de uitzet te kunnen merken, met de beginletters of initialen van de eigenaar, en nummeren (om aan te geven hoeveel stuks er van het soort linnengoed was).

De merklap was een ‘proeve van bekwaamheid’ voor jonge meisjes: pas na het voltooien van een goede merklap werd gestart met het maken van een stoplap. Merk- en stoplappen worden daarom ook vaak in één adem genoemd.

Stopje voor stopje

Voordat meisjes leerden hoe ze moesten stoppen, kregen ze les in wat weefsels en bindingen zijn. Ze maakten kennis met bijvoorbeeld plat- en effenbinding, keper- en satijnbinding, die op een oefenlap stopje voor stopje werden aangeleerd. Omdat ze in verschillende kleuren werden gemaakt, kon de onderwijzeres fouten in het werk snel opmerken.

Daarna kwamen de stoplappen; die werden gemaakt van linnen, katoen of wol. De laatste stap was het stoppen van linnengoed, dé test voor de toekomstige linnenstopster. Linnengoed was wit en het echte werk moesten de jonge meisjes in wit op wit doen. De eenvoudigste oefening was het doorstoppen van de beschadigde stof in platbinding. Dit is één draad op en één draad neer, en dus nog goed te overzien.

Linnen met o.a. wit-op-wit stopwerk. Foto: Berthi Smith Sanders.
Linnen met o.a. wit-op-wit stopwerk. Foto: Berthi Smith Sanders.

Al snel volgen de meer ingewikkelde bindingen als keper- en satijnbinding, visgraat- en jacquardbinding. Daarna knipte de lerares met een schaar een vierkant gat uit de oefenlap. Dan volgde de inzetstoppen en de moeilijkste oefening: het onzichtbaar repareren van een winkelhaak.

Uit geborduurde data op stoplappen kan men aannemen dat er ongeveer 1 jaar aan een stoplap werd gewerkt met enkele uren handwerk per week.

Kroon op het harde werk

Het goed kunnen naaien en stoppen was belangrijk om later een goede huisvrouw te kunnen zijn en gaf vrouwen de mogelijkheid zelf voor een inkomen te zorgen. Vooral voor weesmeisjes was het belangrijk om deze technieken te beheersen, zodat zij ook buiten het weeshuis in staat waren om geld te verdienen. De stoplap was voor hen zo belangrijk dat deze als een meesterproef werd beschouwd.

Sommige onderwijzeressen waren berucht en beroemd, vanwege hun strikte werkwijze, maar ook hun vakbekwaamheid. Als meisjes konden aantonen dat ze les hadden gehad van een van deze vrouwen, verhoogde dat hun status als borduurster en stopster. Als kroon op het werk, werd daarom in de stoplap de naam van de maakster en die van haar onderwijzeres geborduurd.

Tentoonstelling 'de S+oplap, een oefening in los en vast' in New Metropolis. Foto: Patricia Wolf.
Tentoonstelling 'de S+oplap, een oefening in los en vast' in New Metropolis. Foto: Patricia Wolf.

Opvallend is dat de stoplappen uit Amsterdamse weeshuizen erg verfijnd en systematisch zijn opgezet in vergelijking met sommige stoplappen uit andere delen van het land. Tussen de 17de en 19de eeuw waren de weeshuizen in Amsterdam vol. Strenge regels en structuur moesten iedereen in het gareel houden, wat resulteerde in gestructureerde handwerklessen.

Wie na de opleiding geen betrekking had, kon aan het werk blijven in het naaiatelier van het weeshuis. Daar werd ook gewerkt aan opdrachten voor dames op stand. Eeuwenlang was dit de gang van zaken. Pas eind 19de eeuw, toen meisjes meer toegang kregen tot opleidingen, veranderde ook het onderwijs voor meisjes in weeshuizen.

Wat betekent de stoplap anno 2019?

Thema’s als zelfstandigheid, maakbaarheid en perfectie komen steeds terug in de leerweg die de jonge meisjes doorliepen in hun ontwikkeling tot linnenstopster. De stoplap vormde voor mij de aanleiding om met meiden van nu te praten over de onderwerpen die hieraan gekoppeld zijn - onderwerpen die, op een heel andere manier dan in de 17e eeuw, nog steeds relevant zijn, zeker gekoppeld aan deze leeftijd.

Ik wilde de esthetiek van de stoplap gebruiken en tegelijkertijd het maken een drager van het gesprek laten zijn. Handwerkoefeningen, zoals borduren of naaien, zijn niet per se relevant voor kinderen van nu, maar ik denk wel dat het heel belangrijk is dat er meer waarde wordt gehecht aan het repareren van dingen en het plezier dat iets maken met je handen je kan geven. Er is veel aandacht voor cognitieve vaardigheden in deze tijd, maar juist het oplossen van problemen met je handen, het creëren van beelden, en het laten praten van je handen is een essentieel onderdeel hierbij denk ik.

Podcast

De gesprekken met de deelnemers aan het project S+oplap zijn te beluisteren op https://stoplap.nl/.

Presentatie

De presentatie van het project is t/m 31 oktober te zien in New Metropolis, Amsterdam.

S+oplap is tot stand gekomen met een bijdrage van het AFK en het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie.

Meer stoplappen

Bekijk ook meer voorbeelden van stoplappen en stopwerk uit de Modemuzecollecties.

Doe een aanvulling

Vul deze informatie aan of geef een reactie

3
 
Auteur
Grafisch ontwerper en initiator van het project S+oplap
Datum
18 oktober 2019
Doorzoek de website met tags
stoplappenmerklapgestopt