Natalia Goncharova: kunstige kostuumontwerpen voor de Ballets Russes

2

blogfleurdingenballetrusses04.jpg

Links: kostuumontwerp van Natalia Goncharova voor Tamara Karsavina als koningin Shemakhan in “Le Coq d'Or". Rechts: Tamara Karsavina, foto Emil Otto Hoppé, 1914 (Bibliothèque nationale de France)
25 juli 2019
Research Masterstudent Arts of the Netherlands, Universiteit van Amsterdam

Kleurrijk, uitbundig en exotisch: drie kenmerken waarmee de kostuums van het legendarische balletgezelschap Ballets Russes de geschiedenisboeken ingingen. Impresario Sergei Diaghilev (1872-1929) bracht zijn dans troupe in 1909 naar Parijs. Daar boekte ze het ene succes na het andere.

Vooral de sensuele, vaak Oosters getinte kostuumontwerpen van Léon Bakst (1866-1924), sloegen bij het publiek in als een bom. De uitvoeringen hadden grote invloed op de mode, zoals de befaamde harembroek uit Schéhérazade (1910) die mogelijk als inspiratie heeft gediend voor ontwerpen van modeontwerper Paul Poiret (1879-1944).

Bakst mag dan een van de bekendste zijn, er zijn echter vele andere belangrijke Ballets Russes-ontwerpers. Een van hen is alleskunner Natalia Goncharova (1881-1962). Haar werk, inclusief haar kostuumontwerpen, worden regelmatig getoond in musea. Het Nederlandse Allard Pierson Museum, waar de collectie van het voormalige Theater Instituut Nederland inmiddels is gehuisvest, is eveneens trotse eigenaar van een paar prachtstukken uit de balletten Le Coq d’Or (1914) en Sadko (1916).

Van bourgeoisie tot avant-garde

Goncharova werd op 21 juni 1881 geboren in Toela, het platteland van Rusland, waar zij opgroeide in een landhuis. Op zeventienjarige leeftijd schreef ze zich in op het Instituut voor Schilderkunst, Beeldhouwkunst en Architectuur in Moskou, aanvankelijk als studente beeldhouwkunst. Op aandringen van haar partner in leven en kunst, Mikhail Larionov (1881-1964), die een talent voor kleur en vorm in haar opmerkte, ging ze echter voor de schilderkunst. En met succes: ze maakte deel uit van de eerste Russische avant-gardistische stroming, namelijk het Neo-Primitivisme. 

Natalia Goncharova, Maria en Kind, 1911, olie op doek op multiplex, Tretyakov Gallery, Moskou. © Tretyakov Gallery.

Deze stijl zette zich af tegen het klassieke schoonheidsideaal en prefereerde simpelere, folkloristische uitingsvormen. Goncharova wilde de artistieke taal vernieuwen door juist naar het Russische verleden en diens volkstradities te kijken. Speelgoed van boeren, amateurkunst en iconen vormden hierbij een leidraad voor zowel haar schilderstijl als onderwerpkeuze. Zo doet Goncharova’s interpretatie van het traditionele onderwerp van Maria met Kind sterk denken aan de Russische iconentraditie met de platte, tweedimensionale figuren, de sterke lijnen en de verzadigde kleuren.

Natalia Goncharova, Boeren plukken appels, 1911, olie op doek, Tretyakov Gallery, Moskou. © Tretyakov Gallery

Daarnaast beeldt ze graag mensen af die nog niet, zoals ze dat zelf noemde, zijn ‘aangetast door de beschaving’. Daarin is ze geen uitzondering; onder invloed van industrialisatie en verstedelijking zochten vele kunstenaars, ook in West-Europa, hun toevlucht tot de ‘gewone mens’. Het werd een geliefd onderwerp in de kunst, ook bij Goncharova. Zij beeldde boeren op een aardse wijze af. Vaak ogen de figuren onhandig en zijn ze hard aan het werk, zoals deze boeren die appels aan het plukken zijn.

Goncharova’s artistieke visie met een hang naar het verleden kwam sterk overeen met die van de Ballets Russes. Onder andere Diaghilev en Bakst waren namelijk lid van de intellectuele groep Mir Iskusstva, die in 1898 werd opgericht. Een gelijknamig tijdschrift, waarvan Diaghilev hoofdredacteur was, volgde een jaar later. Deze groep propageerde ook een terugkeer naar het verleden en een blik naar verre beschavingen om een alternatief te bieden aan de eigen samenleving die te geciviliseerd zou zijn. Het Russische karakter van Goncharova’s werk, sprak Diaghilev dan ook enorm aan.

Haantje de voorste

Via Ballets Russes-ontwerper Alexandre Benois (1870-1960) kreeg Goncharova daarom de opdracht om zowel de kostuums als het décor van het opera-ballet Le Coq d’Or, gecomponeerd door Nikolai Rimsky-Korsakov (1844-1908), te ontwerpen. Deze opera vierde het idee van een folkloristisch Rusland uit de Middeleeuwen en de vroegmoderne tijd met de luie koning Dodon, die met zo min mogelijk werk zijn koninkrijk wil beschermen. Hij nodigt een astroloog uit die hem een gouden haan geeft om hem te waarschuwen voor elke mogelijke dreiging. Als de haan kukelt, twijfelt Dodon dan ook geen moment, en stuurt zijn legers, inclusief zijn zonen, op oorlogspad. Wanneer de haan nogmaals van zich laat horen, worden zijn zonen dood gevonden.

Vervolgens verschijnt een grote tent, waaruit de verleidelijke koningin Shemakhan (zie hoofdbeeld) tevoorschijn komt. Dodon danst met haar en, compleet in de ban van haar schoonheid, vraagt haar zelfs ten huwelijk. Op dat moment keert de astroloog echter terug om zijn beloning op te halen, namelijk koningin Shemakhan. Dodon weigert en doodt de astroloog. Dit verraad kan de gouden haan niet over zijn kant laten gaan en pikt Dodon dood.

Goncharova nam de opdracht aan, maar eiste geen bemoeienis met haar visie en concept. Diaghilev stemde in, met één voorwaarde: hij moest de eerste schets goedkeuren. In het geval van afkeuring, zou het contract per direct beëindigd worden. Gelukkig was Diaghilev dolenthousiast. In januari 1914 begon hij het publiek alvast lekker te maken in de media: “Goncharova’s sketches are wonderful! They have some, though not excessive, woodcut style features, and, most importantly, they offer amazing colour solutions and fabulous intricacy.”

Natalia Goncharova, Boerenvrouw uit de Toela provincie, 1910, olie op doek, Tretyakov Gallery, Moskou. © The Tretyakov Gallery Magazine

De Russische ontwerpen waren een thuiswedstrijd voor Goncharova. Ze houden sterk verband met haar schilderijen, zoals Boerenvrouw uit de Toela provincie. Wederom is het schilderij kenmerkend vlak met sterke lijnen, waarbij het meeste aandacht uitgaat naar het decoratieve oppervlak.

Links: N. Goncharova, Ontwerp voor een boerenvrouw (Le Coq d’Or, 1914), National Gallery of Australia, Canberra. Rechts: Kostuum gedragen door een vrouwelijke onderdaan van koning Dodon, 1914, Allard Pierson, Amsterdam - Theatercollectie.

In het ontwerp is de vrouwelijke onderdaan van koning Dodon eveneens statisch en stijf afgebeeld. Zelfs het kostuum komt overeen met de boerenvrouw op haar schilderij: de oranje hoofddoek (zie beneden) is aanwezig evenals een witte gedecoreerde blouse die onder een dynamische, kleurrijke jurk gedragen wordt.

Links: hoofddoek gedragen door een vrouwelijke onderdaan van koning Dodon, 1914, katoenen muts met verstevigde rand. Rechts: kostuum vrouwelijke onderdaan van koning Dodon, 1914. Collectie Allard Pierson, Amsterdam – Theatercollectie

 Een mantel met wijd uitlopende mouwen in Boyaarstijl voor een edelman is ook duidelijk geïnspireerd op Russische dracht .

Links: Mantel in ‘Boyaarstijl’ gedragen door een edelman, 1914, terrastof en imitatiebont, Allard Pierson, Amsterdam – Theatercollectie. Rechts: Detail foto uitvoering Le coq d'or, Original Ballet Russe, His Majesty's Theatre, Melbourne (1940)

De blauwe wollen stof is geheel afgezet met imitatiebont, geen overbodige luxe in het koude Rusland. Op foto’s van voorstellingen in Australië is te zien dat hier een grote hoed bijgedragen werd, eveneens afgezet met bont. Bovendien droegen deze edellieden een lange baard. Het geheel is geappliqueerd met groene en gele plantmotieven.

Hugh Hall, Marian Ladre as Commander-in-Chief Polkan (front left), Dimitri Rostoff as King Dodon (front middle), Le coq d'or, Original Ballet Russe, Australian tour, His Majesty's Theatre, Melbourne, 1940, National Library of Australia

Het merendeel van de kostuums en het décor waren gemaakt in Moskou, in het atelier van het prestigieuze Bolshoi Theater. In Parijs werd slechts de laatste hand gelegd aan de décors en kostuums, waar de levendige kleuren en speelse karakter van de ontwerpen vriend en vijand overwonnen. Zo zette choreograaf Michel Fokine (1880-1942) aanvankelijk zijn vraagtekens bij de keuze voor Goncharova als ontwerper. Hij draaide echter bij toen hij het eindresultaat zag en hoe Goncharova haar ziel en zaligheid stopte in haar werk: “It was touching to see how, with their own hands, she and Larionov painted all the props. Each piece was a work of art.”

Diep in de zee

In 1916 ging Goncharova wederom aan de slag voor de Ballets Russes, ditmaal voor het ballet Sadko. Het betrof een akte uit de opera Le Royaume Sousmarin en was eerder opgevoerd in 1911 met ontwerpen van Boris Anisfeld (1878-1973). Voor de Amerikaanse tour in 1916 werd echter besloten om het décor te handhaven, maar de kostuums te vervangen door ontwerpen van Goncharova.

Sadko is een Russisch epos en gaat over de verarmde muzikant Sadko die bemind wordt door Volkova, dochter van de Koning van de Zee. Zij geeft Sadko de macht om vissen met gouden schubben te vangen, waardoor hij in no time rijk wordt. Hij viert zijn nieuwe vergaarde rijkdom met een grootse boottocht over de oceaan, tot woede van de Zee Koning, die Sadko de dieptes van de oceaan in werpt. Aldaar ontmoet hij de meest vreemde en bijzondere zeewezens. Met zijn muzikale talent weet Sadko iedereen, inclusief de Zee Koning, om zijn vinger te winden. De Koning is dusdanig onder de indruk, dat hij Sadko toestemming geeft om te trouwen met de Zee Prinses.

Links: Natalia Goncharova, Kostuumontwerp voor een vis, 1916, gouache, grafiet en collage, Metropolitan Museum of Art, New York. Rechts: Kostuum voor een vis, 1916, Allard Pierson, Amsterdam - Theatercollectie

Goncharova kon zich dus uitleven op een fantasierijke onderwater wereld, hoewel echte onderwaterwezens het uitgangspunt vormden voor haar kostuums. De kostuums hebben een sculpturale kwaliteit en roepen in herinnering dat Goncharova ooit begon als aspirant beeldhouwer. Neem het kostuum voor deze gestippelde vis, hoewel de driedimensionale kwaliteit beter te zien is in het originele ontwerp dat zich bevindt in de collectie van het Metropolitan Museum of Art. De lange mouwen die uitlopen bij de handen waar ze een soort puntige vinnen vormen, de stroken met gelijkvormige punten die als rok uitstaan rondom het lichaam en een hoofddeksel dat rechtovereind stond door het gebruik van metaaldraad. De sculpturale effecten werden door de dans alleen nog maar versterkt.

Voor- en achterkant van een kostuum voor een vis, 1916, Allard Pierson, Amsterdam - Theatercollectie.

Hetzelfde geldt voor een ontwerp voor een andere vis, hoewel het Theater Instituut alleen de japon en de hoofdtooi bezit. De schubben van de vis doen denken aan mozaïeken, een effect dat op de ontwerptekening nog sterker is door het gebruik van goudfolie. De tekening toont dat er bovendien nog een broek met vinnen bij het kostuum hoort en dat de vinnen op de rug parmantig overeind zouden moeten staan.

Natalia Goncharova, Ontwerp voor een vis, 1916, gouache, potlood, inkt en zilverfolie op papier, Collectie Victoria and Albert Museum, Londen.

Tenslotte bezit de theatercollectie van het Allard Pierson Museum een kostuum voor een pijlinktvis. De twee gouden stroken die naast de jurk hangen bevatten manchetten en zouden om de armen gedragen moeten worden. De bedoeling is af te lezen van het ontwerp in Los Angeles. Metaaldraad houdt deze stroken in vorm zodat ze fier overeind blijven staan.

Links: Natalia Goncharova, Ontwerp voor een inktvis, 1916, aquarel en folie op karton, Los Angeles County Museum of Art (LACMA). Rechts: Kostuum voor een pijlinktvis, 1916, Allard Pierson, Amsterdam – Theatercollectie.

Goncharova was dus als geen ander in staat om een andere wereld te scheppen voor het balletpubliek. Of het nu een historisch Rusland betrof of een wonderlijke onderwaterwereld; Goncharova draaide haar hand er niet voor om.

Tip: Mocht u zich deze zomer in Londen bevinden, is een bezoekje aan de Tate Modern ook zeker de moeite waard. Haar oeuvre wordt daar momenteel geëerd met een groot retrospectief dat tot 8 september dit jaar te zien zal zijn. Onder andere ontwerpen van de hierboven beschreven balletten zijn van de partij..

Bent u enthousiast geworden en wilt u zelf deze kostuums in Nederland bewonderen? U bent van harte welkom op de tentoonstelling Let’s Dance in het Gemeentemuseum, die van 28 september 2019 tot 12 januari 2020 te zien zal zijn. Dus “put on your red shoes and dance the blues” met ons!

Literatuur

  • Bowlt, John. “Stage Design and the Ballets Russes.” The Journal of Decorative and Propaganda Arts 5 (1987): 28-45.
  • Gale, Matthew, en Natalia Sidlina. Natalia Goncharova. Londen: Tate Publishing, 2019.
  • Ivanovna Iovleva, Lidiia. Natalia Goncharova: Between East and West. Moskou: Tretyakov Gallery, 2013.
Categorie: 

Aanvullingen

Vul deze informatie aan of geef een reactie

28 jul 2019

Geïnteresseerd en bij voorbaat dank!

9 aug 2019

Meer informatie over de tentoonstelling Let's Dance is te vinden in onze agenda: https://www.modemuze.nl/agenda/lets-dance.

We hebben de link nu ook aan de tekst toegevoegd, dank voor deze tip!

Reactie