Modekern blogt: de vroege jaren van Koos van den Akker (2)

Een serie portretten van Koos door de jaren heen

Hoewel de carrière van Koos van den Akker (1939 – 2015) pas echt van de grond komt als hij op zijn 29ste naar New York vertrekt, is hij in Nederland al serieus aan de weg aan het timmeren. Dat Koos uiteindelijk modeontwerper is geworden, is geen verrassing. Al vanaf jonge leeftijd is hij aan het naaien.

Als hij een jaar of negen is wordt Koos gevraagd om kostuums te maken voor toneeluitvoeringen van de kerk. Deze maakt hij voornamelijk van crêpe papier: stoffen zijn een luxe in de jaren na de Tweede Wereldoorlog. Via de kerk komt hij in aanraking met Poppie Gaastra, die in zijn kerkclubje zit. Voor haar maakt hij op zijn elfde zijn eerste echte ontwerp. 'Een wit laken met bloemetjes en pareltjes erop geborduurd.'[1]

Kunstacademie

In 1954 wordt Koos toegelaten tot de opleiding voor modeontwerper aan de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag. Koos is pas 15 jaar oud. Zijn vader begrijpt niet zo goed wat Koos gaat doen op de kunstacademie: in eerste instantie denkt hij dat zijn zoon er opgeleid gaat worden tot huisschilder. Omdat het studiegeld niet al te hoog is, en Koos een bijbaantje vindt bij de V&D staat hij toe dat zijn zoon aan een opleiding aan de kunstacademie begint.

Als Koos na een jaar van de richting beeldende kunst overstapt naar mode begrijpt zijn vader de keuze beter: daar leert hij tenminste een ambacht, en wellicht kan Koos daarna als kleermaker aan de slag. Zijn vader zit er niet ver naast volgens Koos: met mode heeft de opleiding niet echt iets te maken. Het is te degelijk, te Hollands. Na twee jaar stopt hij, om etalages te gaan maken voor de V&D.

Parijs

Na twee jaar in dienst te zijn geweest vertrekt Koos begin jaren zestig naar Parijs, waar hij aan de L'Ecole Guerre Lavigne verder studeert voor modeontwerper. Dit doet hij in de avonduren. Overdag werkt Koos als stoffenverkoper bij Galeries Lafayette. Naast zijn school zit het modehuis van Paul Rolland, die bijna uitsluitend kleding produceert voor Dior. Elk jaar kiest Rolland de twee beste studenten uit om bij hem stage te mogen lopen. In 1963 wordt Koos geselecteerd hiervoor. Hij stopt bij Galeries Lafayette, ook al wordt hij nauwelijks betaald door Rolland. In de avonduren werkte Koos aan jurken voor z'n eigen klanten.

Alles bij elkaar kan hij net het hoofd boven water houden. Koos leert er echter wel de geheimen van het vak: hoe de perfecte kraag op een mantelpakje gezet moet worden zodat het overeind blijft staan, knoopsgaten maken, en mouwen inzetten. Gedurende deze periode wordt de weerstand van Koos tegen "rijke wijven" geboren, die alles zo goedkoop mogelijk gedaan willen krijgen, en vaak op het laatste moment onmogelijke aanpassingen aan de ontwerpen van Koos gedaan willen hebben.

Een eigen winkel in Den Haag

Na twee jaar heeft hij het gezien in Parijs en keert hij terug naar Den Haag. Met zijn hoofd nog bij de chique en elegante Dior-vrouwen opent Koos in 1965 zijn eigen winkel aan de Laan van Meerdervoort, vlak achter het Vredespaleis, met behulp van het spaargeld van zijn vader. Het publiek – de klanten van Koos – bestaat vooral uit expats en ambassadepersoneel. Voor Hollandse vrouwen zijn de kleurrijke ontwerpen te extravagant. Het zijn niet veel klanten, maar Koos heeft net genoeg opdrachten om een naaister aan te nemen die hem ondersteunt in het atelier.

Lovende recensies maar nauwelijks klanten

In het omvangrijke archief dat Koos van den Akker heeft achtergelaten aan Modekern is een aantal foto's, maar vooral ook veel krantenknipsels met recensies van modeshows uit deze periode te vinden. De berichten hebben allen een soortgelijke toon: ze zijn lovend over het talent van Koos, en besteden veel aandacht aan de rijke materialen die hij voor zijn ontwerpen gebruikt. Met weinig resultaat helaas: de shows kosten Koos klauwen met geld – duizenden guldens – en ze leveren niet direct nieuwe klanten op.

Het Haarlems Dagblad schrijft: 'Van den Akker, die zijn opleiding bij een bekend Parijs modehuis kreeg, presenteerde gisteren zijn nieuwe najaars- en wintercollectie, die zonder meer briljant was. Briljant door het gebruik van de prachtigste Franse stoffen en ook door de buitengewoon geïnspireerde creaties. Dit laatste ontbreekt nogal eens in de Nederlandse haute couture.'[2]

Diverse krantenknipsels, jaren '60/'70, Gelders Archief

Koos werkt in deze periode diverse malen samen met mevrouw Snoeck Henkemans-Zwiers, die speciaal voor hem luxe stoffen weeft. Maar het mag niet baten: voor de meeste van zijn klanten is deze couture te extravagant, en komen ze bij Koos om een mantelpakje te laten maken. Een gruwel voor Koos: 'O, ik haat die woorden. Man-tel-pakje. Plooi-rok-je. Enge, enge woorden.'[3] Een van deze mantelpakjes – van een degelijke wollen visgraat – was te zien in het Haags Gemeentemuseum in de tentoonstelling Ode aan de Nederlandse Mode. Hier komt goed naar voren hoe vele Nederlandse couturehuizen tot in de jaren zestig kopieën maakten van Parijse couture, om deze in Nederland onder licentie te verkopen, en hoe ook modeontwerpers als Dick Holthaus en Max Heymans de Franse hoofdstad als lichtend voorbeeld zagen.

Heymans (1918 – 1997) was net als Koos wars van de Hollandse degelijkheid en imiteerde letterlijk Parijse ontwerpen. Daarbij sprak hij graag de woorden van zijn moeder: 'Iedereen leeft van kopiëren en imiteren. Daarom is altijd alles precies zo, maar heel anders.'[4] Koos kent Heymans van het Polygoonjournaal, en vindt hem 'doodsjiek'. Later zal hij eens over hem zeggen: 'Max Heymans is de enige Nederlandse mode-ontwerper, die echt een artiest is. En je ziet wat er met hem gebeurt: hij werkt zich rot, maar hij heeft constant geldzorgen.'

Ensemble van Koos van den Akker, 1966, opgesteld in het Gemeentemuseum Den Haag, collectie Gemeentemuseum Den Haag.
Ensemble van Koos van den Akker, 1966, opgesteld in het Gemeentemuseum Den Haag, collectie Gemeentemuseum Den Haag.

Amerika

De Hollandse degelijkheid wordt steeds moeilijker te verdragen voor Koos. Het Algemeen Daglad heeft een voorspellende blik wanneer deze in 1965 schrijft over een show van hem in het Rotterdam Hilton Hotel: 'Met het kiezen van de stof is de ontwerper niet kleinzielig. Dat blijkt uit de sjieke avondtoiletten. Zij worden opgesmukt met corsages en mooie capes. Deze soort ontwerpen horen trouwens qua niveau best op een Amerikaanse party thuis.'[5]

Als in 1968 de vader van Koos door een tragisch ongeluk komt te overlijden – hij krijgt een hartaanval en valt van de trap terwijl hij in de winkel van Koos een pashokje in elkaar timmert – besluit Koos dat hij genoeg heeft van Nederland. Nederlandse vrouwen hebben geen gevoel voor mode – 'cows' noemt Koos ze. 'Ik kwam terug met allemaal Dior-fantasieën, en al die Hollandse vrouwen waren net koeien. Ze wilden alleen maar een rok met extra lappen voor op de knieën - zodat-ie niet zo snel zou slijten.'[6]

Op 30 september 1968 komt Koos met de boot "de Statendam" van de Holland-Amerika lijn in New York aan. Hij heeft 168 dollar op zak, en een naaimachine onder zijn arm. Klaar voor een nieuw begin.

Dit is het tweede deel van een serie blogposts over de Nederlandse modeontwerper Koos van den Akker, en het proces van het schrijven van een monografie over zijn werk.​ De monografie over Koos van den Akker komt in september 2016 uit bij ArtEZ Press.

Het archief van Koos van den Akker is op dit moment nog niet toegankelijk voor publiek. Naar verwachting zal dit eind 2016 gebeuren.

Voor meer informatie over Modekern: zie website Modekern.

Meer Koos van den Akker

De 5-delige Modekern-serie over Koos van den Akker geschreven door Hanka van der Voet: Koos van den Akker

Het Thema over Koos van den Akker: Koos van den Akker

 

[2] ‘Jongste Haagse couturier toonde briljante collectie’ in Haarlems Dagblad, 24 september 1965

[4] José Teunissen, Mode in Nederland, 86

[5] ‘Koos van den Akker: Beginnend couturier die verrassende mode maakt’ in Algemeen Dagblad, 19 maart 1965

Doe een aanvulling

Vul deze informatie aan of geef een reactie

2
 
Auteur
Onderzoeker bij Modekern, Instituut voor mode-erfgoed
Datum
19 januari 2016