Crinolines à la Jane Austen

Veel liefhebbers van kostuumdrama’s zwijmelen graag weg bij de prachtige kostuums. Elegante baljaponnen, fonkelende ‘diamanten’, opgestoken kapsels - zo anders dan het straatbeeld van nu. Voor kijkers met te veel kostuumhistorische kennis gaat dat wegdromen vaak moeilijker. Rare stoffen, moderne kapsels en te diepe decolletés wanneer dat echt niet had gekund, maken het voor de kenner soms lastig om mee te leven.

Toch zijn modieuze anachronismes niet alleen iets van tegenwoordig: ook vroeger werd het verleden regelmatig moderner aangekleed.

Vanity Fair

De empireperiode heeft het wat dat betreft vaak moeten ontgelden. Toen William Thackeray Vanity Fair (1847-1848) schreef, een satirische roman over de Engelse society in de vroege negentiende eeuw, lijkt het empiresilhouet het zowel hemzelf als zijn lezeressen moeilijk gemaakt te hebben om zich met de personages te identificeren.

De gravures die hij bij het verhaal uitgaf, verbeeldden kledingstijlen van de jaren 1840: brede halslijnen, wijduitstaande rokken en het haar in een lage knot met twee pijpenkrullen langs de slapen.

Thackeray gaf hiervoor de volgende verklaring:

"It was the author's intention, faithful to history, to depict all the characters of this tale in their proper costume, as they wore them at the commencement of this century. But when I remember the appearance of people in those days […] I have not the heart to disfigure my heroes and heroines by costumes so hideous; and have, on the contrary, engaged a model of rank dressed according to the present fashion."

Blog Modemuze Marits Eisses Crinolines Jane Austen Illustratie Tackeray 1861 Vanity Fair
Thackeray, illustratie van een scène uit Vanity Fair, 1861.

Ook in een herdruk van Vanity Fair uit circa 1861 zien we kleding, die niet helemaal ‘empire’ aandoet. Op één van de prenten, waarop hoofdpersoon Becky achter een stalletje staat, zien we zelfs een modieuze crinolinejapon!

Hoewel de kleding op illustraties in negentiende-eeuwse heruitgaves van oudere romans wel vaker ‘geactualiseerd’ werd, kunnen we ons tegenwoordig nauwelijks meer voorstellen dat men de personages uit historische romans in hedendaagse kleding voor zich zou willen zien.

De Vanity Fair-verfilming uit 2004 heeft ook wat vrijheden genomen in de kostumering, maar bracht de taillelijn in ieder geval terug op zijn plaats. Maar is de film hiermee trouw aan de periode waarin het verhaal zich afspeelt, of ontrouw aan het beeld dat de schrijver voor zich zag?

Before Waterloo

In de negentiende-eeuwse schilderkunst zien we een soortgelijk fenomeen. Bijvoorbeeld op het schilderij Before Waterloo (1868) van Henry Nelson O’Neil, dat het beroemde bal van de Hertogin van Richmond uit 1815 zou verbeelden.

Hoewel de verhoogde tailles wel vagelijk verwijzen naar de mode uit deze tijd, vallen voornamelijk mode-elementen uit de jaren 1830 en 1860 op. De openvallende lichtgroene overjapon met rode, falbala-achtige garneringen linksonder zou zelfs nog naar de achttiende eeuw kunnen verwijzen.

Henry Nelson O'Neil, Before Waterloo (1868)

In tegenstelling tot Thackeray heeft O’Neil zijn dames dus wel degelijk historisch willen kleden, maar hierbij niet voor de eigenlijke periode gekozen.

Mogelijk was het sluikvallende empiresilhouet niet zedelijk genoeg voor de Victoriaanse moraal, dat het vrouwelijk onderlichaam liever wat meer verborgen hield. Een andere verklaring is ook hier, dat de empiremode nog te vers in het geheugen stond om er met een nostalgische blik op terug te kijken.

Op een satirische prent uit Harper’s Weekly van 1857 zien we twee modebewuste dames in wijde crinolines misprijzend naar een empireportret kijken.

Arabella Maria: “Only to think, dear Julia, that our Mothers wore such ridiculous fashions as these!”
Both: “Ha! ha! ha! ha!”

Satirische prent uit Harper's Weekly, 11-07-1857

Pride & Prejudice

Vanaf de latere jaren van de negentiende eeuw oogstte de empiremode wel weer waardering, zoals bijvoorbeeld blijkt uit reformmodes waarin stijlelementen uit de empire terugkeerden. Toch zien we deze nostalgie niet altijd terug op het witte doek.

Screenshot Pride en Prejudice (1940)

De verfilming van Pride & Prejudice uit 1940 bracht bijvoorbeeld behoorlijk wat wijzigingen aan in het historische modebeeld. De studio die de verfilming voortbracht vond dat empiremodes geen Hollywood-waardige uitstraling hadden en koos voor een kostumering gebaseerd op de vrouwenmode van de jaren 1830: schapenboutmouwen, brede halslijnen en vooral ook wijdere rokken. Om geld te besparen werden er japonnen uit Gone with the Wind (1939) gerecycled, dat zich afspeelde in de jaren 1860.

Filmmakers van eigen bodem zijn ook niet altijd dol op de empirestijl geweest. In de Nederlandse verfilming van Pride & Prejudice – getiteld De Vier Dochters Bennet (1961-62) – ontbreekt niet alleen elk spoor van dochter nummer vijf, maar ook van sluikvallende empirejaponnen.

Persfoto De Vier Dochters Bennet (1961)

De kostumering lijkt grotendeels een mengelmoes van laat achttiende-eeuwse mode en de mode uit de late jaren 1820 – fichu’s, nauwsluitende halve mouwen met kantstroken en brede schouderkragen met ruches. De Hollandse Elizabeth had zo heel wat extra meters rok, om ‘zes inches diep in de klei’ mee te belanden. Dat terwijl de Italiaanse televisiebewerking Orgoglio e pregiudizio (1957) het empiresilhouet al wel aanhield.

Kritiek

Het Nederlandse publiek stoorde zich destijds wel degelijk aan de kostumering, hoewel andere aspecten van de productie slechter vielen. De Telegraaf, die het feuilleton samenvatte als een “uitermate klein, belegen stukje schuifkaas” (6-11-1961), noemde de kostuums “van een stijlloosheid waarbij men zich de ogen uitwrijft” (12-12-1961).

“Elisabeth draagt iets wat 1860 of nog later zou kunnen zijn, en de andere kostuums zijn een mengelmoes van alles wat het niet wezen moet”, beklaagde de recensent zich.

Over het algemeen werd er in recensies niet heel nauw naar de tijdsgeest gekeken. Een vermoedelijk andere journalist van De Telegraaf (13-1-1962) dacht dat een oudere generatie zich al kijkend naar De Vier Zusters Bennet zou herinneren: “Ja, dat was toen” – feitelijk dus zo’n 135 jaar eerder – “heel gewoon”. Het communistische partijblad De Waarheid (3-11-1961) meldde in een vooraankondiging weer, dat het feuilleton zich in de zestiende eeuw afspeelde.

Hoe vreselijk de gemiddelde kijker zich aan de modieuze anachronismes zal hebben geërgerd, is dus de vraag. Gelukkig zijn de geometrisch bedrukte katoentjes en de brede revers van Ramses “Mr Darcy” Shaffy inmiddels zo gedateerd, dat ze ons bijna weemoedig naar de jaren 1960 doen terugverlangen

Doe een aanvulling

Vul deze informatie aan of geef een reactie

5
 
Auteur
Geschreven in de functie van collectiemedewerker mode- en kostuumafdeling Gemeentemuseum Den Haag
Datum
25 maart 2016