Madame Yteb: Russische immigrante in Parijs

Afb. 1 Japon met sleep, Yteb., Parijs, ca. 1919-1922, collectie Rijksmuseum.

Nadat in 1917 in Rusland de revolutie uitbrak vluchtten veel Russen naar de rest van Europa. Sommigen van hen gingen aan de slag in de modewereld en een aantal richtte zelfs een eigen modehuis op. Voorbeeld hiervan is Madame Yteb, waarvan het Rijksmuseum een japon in haar collectie bleek te hebben (afb. 1).

Onder de Russische immigranten die eind jaren 1910 naar West-Europa kwamen waren veel vrouwen uit de hogere kringen. Zij hadden nooit hoeven werken maar zagen zich nu opeens genoodzaakt in hun eigen levensonderhoud te voorzien. Het enige werk waarvoor zij in aanmerking kwamen was fijn handwerk. Meestal namen ze stukken mee naar huis, die zij op Russische wijze borduurden. Dit gaf een impuls aan de mode voor geometrisch (vaak etnisch) borduurwerk dat na de Eerste Wereld Oorlog populair werd. Slechts een aantal vrouwen zette een eigen bedrijf op. Voorbeeld is onder andere Groothertogin Maria Pavlovna, een nicht van de Tsaar, die het succesvolle borduurhuis Kitmir startte en voor Chanel werkte.

De ontdekking van Yteb

In een japon uit de collectie van het Rijksmuseum is op de zoomband een etiket met de naam ‘Yteb’ genaaid (afb.2). Doordat de B erg op een L lijkt werd jarenlang gedacht dat er Ytel stond. Pas bij te voorbereidingen van de tentoonstelling Catwalk kwam aan het licht dat het een B moest zijn. Yteb was het pseudoniem van Betty Buzzard-Hoyningen Huene (1891-1973), de zus van de beroemde modefotograaf George Hoyningen Huene. Yteb stond voor haar voornaam, in omgekeerde volgorde uitgesproken.

Afb.2 Etiket van modehuis Yteb in de japon van het Rijksmuseum.
Afb.2 Etiket van modehuis Yteb in de japon van het Rijksmuseum.

Betty groeide op aan het Russische hof in Sint Petersburg en was één van de hofdames van Maria Fjodorovna, moeder van de laatste Tsaar. Nadat ze naar Parijs was gevlucht, begon ze een in een bescheiden appartement een modehuis. Ze had enkele assistentes in dienst maar deed in deze beginperiode ook veel zelf. Volgens de overlevering was geen enkele taak haar te min. Toen ze eenmaal een klantenkring had opgebouwd kon ze in oktober 1921 een salon openen op de Rue Royale op de hoek van de Rue de Faubourg Saint Honoré. In deze buurt waren zowel veel grote modehuizen als winkels die Russisch handwerk verkochten gevestigd. Het personeel van Yteb bestond ook grotendeels uit Russische émigrés. Toen geometrisch borduurwerk rond 1930 uit de mode raakte kwamen veel Russische modehuizen in de problemen. Ook Yteb moest in 1933 haar deuren sluiten.

De japon dateren

Deze japon is een vroeg voorbeeld van het werk van Madame Yteb, waarschijnlijk nog van voor zij haar salon aan de Rue Royale opende. Het silhouet, waarbij het middel nog licht wordt benadrukt, is typerend voor het begin van de jaren 1920. Pas rond 1922 verdwijnt de natuurlijke taille geheel.

Afb.3 Zijaanzicht van de japon van Yteb, 1919-1922, collectie Rijksmuseum.
Afb.3 Zijaanzicht van de japon van Yteb, 1919-1922, collectie Rijksmuseum.

Deze datering komt overeen met een aantal modeshows die werden georganiseerd in Hotel de Oude Doelen in Den Haag in 1920 en 1921. Hierbij werden modellen van Yteb getoond en verkocht. Het is niet onmogelijk dat de japon hier is gekocht. Waarom Yteb haar ontwerpen in Den Haag aan de man bracht is niet met zekerheid te zeggen maar het kan zijn dat de Wit-Russische immigranten die er waren neergestreken met haar in contact stonden.

Afb.4 Corsage op de japon van Yteb, ca. 1919-1922, collectie Rijksmuseum.
Afb.4 Corsage op de japon van Yteb, ca. 1919-1922, collectie Rijksmuseum.

Doorbraak van de druivencorsage

Het meest opvallende kenmerk aan de jurk is de grote corsage op de heup, deze bestaat niet alleen uit de traditionele kunstbloemen maar ook uit druiven (afb. 4). De druiven bestaan uit holle glazen bolletjes, waar overheen een laag gekleurde gelatine is aangebracht. Gelatine (een dierlijk eiwit) werd indertijd veel gebruikt als materiaal voor versiering op kleding, zo ook de pailletten op deze japon. Gelatine was licht in gewicht en gemakkelijk te bewerken; het werd daarom gebruikt om de zwaardere, en vaak ook duurdere materialen zoals metaal en glas, te imiteren.

Dat de mode voor corsages met druiven ook doorgang vond naar een minder exclusief publiek bewijst een beschrijving in het blad ‘Het Rijk der Vrouw’ uit 1924 (afb. 5). Hierin wordt beschreven hoe men een dergelijke corsage zelf kan maken van minder kostbaar materiaal: papier en ijzerdraad.

Afb. 5 Pagina uit ‘Het Rijk der Vrouw’ waarop wordt beschreven hoe zelf een corsage gemaakt kan worden, 1924.
Afb. 5 Pagina uit ‘Het Rijk der Vrouw’ waarop wordt beschreven hoe zelf een corsage gemaakt kan worden, 1924.

De japon van Yteb is van 20 februari t/m 22 mei 2016 te zien op de tentoonstelling Catwalk: mode in het Rijksmuseum.

Mede mogelijk gemaakt door Marjolein Koek (junior textielrestaurator).

Literatuur:

Vassiliev, Alexandre, Beauty in Exile, The Artists, Models and Nobility Who Fled the Russian Revolution and Influenced the World of Fashion, Harry N. Abrahams Inc. Publishers, New York, 2000.

Doe een aanvulling

Vul deze informatie aan of geef een reactie

1
 
Auteur
Wetenschappelijk medewerker kostuum Rijksmuseum
Datum
10 maart 2016
Doorzoek de website met tags
corsageborduurwerk