Kleermakersgeluk: een 'lounge suit' uit 1880

Met mijn Meesterproef, het maken van een replica van een herenpak uit de jaren 1880, studeerde ik deze zomer af aan de Meesteropleiding Coupeur. Tijdens mijn vooronderzoek naar herenkleding in het depot van het Gemeentemuseum viel ik als een blok voor de snit van dit driedelige kostuum. Het pak heeft interessante details en is gedragen door baron van Heeckeren van Wassenaer op zijn landgoed Twickel.

Kenmerkende details voor een Meesterproef

Dit pak is in het bezit van het Gemeentemuseum Den Haag. Ik was daar in het depot voor onderzoek naar herenkleding uit de periode tussen 1860 en 1870, met de intentie om een pak uit deze periode te gaan maken voor mijn Meesterproef. Maar toen ik het pak van de baron te zien kreeg, dat uit een iets latere periode komt (gedateerd 1880-1883), greep dit mij zo dat ik heb besloten mijn plan om te gooien en het tweed pak als uitgangspunt te nemen voor mijn Meesterproef.

Driedelig herenpak, depot Gemeentemuseum Den Haag

Enkele kenmerkende details die ik persoonlijk heel mooi vond zijn de vele zakken in de jas en het vest, de korte mouwsplitten met (maar) twee knopen, de korte revers, de ronding van de voorpanden van de jas, de afwerking van de band van de pantalon met bies en de verschillende voeringen die gebruikt zijn.

Vakopleiding

De Meesteropleiding Coupeur is een vakopleiding waar je kan kiezen voor een specialisatie in heren of dames kleding. Je leert het vervaardigen van een kledingstuk op maat van a tot z. Na drie jaar wordt de studie afgesloten met de Meesterproef. Hierbij kiest de student een bestaand ontwerp om na te gaan maken, dit  kan variëren van couture stukken tot theater- en historische kostuums.

Baron van Heeckeren van Wassenaer

Het in Twente gelegen landgoed Twickel is de woonplaats geweest van de drie baronnen van Heeckeren van Wassenaer. Een vader en zijn twee zoons. Deze twee generaties hebben daar gewoond tussen 1831 en 1936. In 1978 is een deel van de kostuums die daar nog altijd aanwezig waren in het bezit gekomen van het toenmalige Kostuummuseum (nu onderdeel van het Gemeentemuseum Den Haag). Bij deze kostuums zitten een aantal prachtstukken, waaronder het door mij gekozen 3-delige tweed pak.

Replica driedelig kostuum 1880, Meesterproef Ida Meijlink

Dit pak is gedragen door de tweede zoon, Rodolphe Frédéric, baron van Heeckeren van Wassenaer. Het pak is hoogstwaarschijnlijk gemaakt in Engeland. Destijds moet het pak erg modern zijn geweest. De vele machinale doorstiksels die toen eigenlijk alleen voor de sier gebruikt werden zijn hier een goed voorbeeld van. Maar vooral ook het model van de jas was nieuw voor zijn tijd. Waar de jassen eerder gemaakt werden op de ‘jacquet manier’ met een taillenaad en schoten is dit pak al gemaakt op de ‘colbert manier’. Hierdoor lijkt het al heel erg op hoe we het nu ook kennen. Dit wordt veston genoemd.

‘Lounge suit’ voor buiten activiteiten

Het pak is een goed voorbeeld van een ‘lounge suit’. Ze waren speciaal bedoeld voor buiten activiteiten en werden als informeel gezien. De jas werd alleen op de bovenste knoop gesloten en het pak werd vaak gecombineerd met een boord met kleine vadermoordenaars (teruggevouwen puntjes) en een bolhoed.

Het proces

Om een replica te kunnen maken van dit kostuum uit 1880 moest ik een patroon tekenen dat de belijning en de pasvorm van die periode zo goed mogelijk weerspiegelt. Om dit zo accuraat mogelijk te kunnen doen heb ik besloten om een historische patroontechniek te gebruiken. Ik kwam uit op het systeem van C. Hoogendoorn, ‘Handboek voor den coupeur’. Met een paar kleine aanpassingen aan de belijning zou dit patroon perfect zijn.

Van tweed stof tot bretelknopen

Ook qua materiaalkeuze wilde ik zo dicht mogelijk bij het origineel blijven. De verschillende voeringen en garens moesten allemaal van katoen zijn, de bovenstof tweed, het binnenwerk linnen. De tweed stof die gebruikt is in het origineel wordt nu voor zover ik weet niet meer gemaakt op deze manier. Ik ben dus op zoek gegaan naar iets dat vooral qua kleur en beeld het origineel zo dicht mogelijk benaderde. Uiteindelijk heb ik gekozen voor een Herringbone Donegal Tweed.

Voor het binnenwerk heb ik veel tips kunnen halen uit het boek ‘The Victorian Tailor, Techniques and patterns’ geschreven door Jason Maclochlainn. Dit boek bevat veel informatie over materialen, patronen en technieken, erg interessant! Op basis hiervan heb ik gekozen voor Holland linnen als binnenwerk in het vest en versteviging in de hals en armsgaten van de jas. Verder heb ik in de jas een combinatie gebruikt van een linnen canvas, die ook veel gebruikt wordt als kraag linnen en een laag cotton domette over de schouder en een deel van de borst.

Zelfs in de details heb ik geprobeerd het origineel in het oog te houden. De knopen op de jas en het vest zijn steennoot knopen. Dit is namaak ivoor wat dus erg lijkt op de hoornen knopen die in het origineel zitten, maar dan iets duurzamer. De gespen op de jas en het vest en de bretelknopen op de pantalon zijn origineel.

Versteviging van de armsgaten

Handwerk in combinatie met machinale stiksels

Zoals ik eerder al benoemde waren de machinale stiksels alleen voor de sier. De rest werd, zoals ook werd gedaan voordat de naaimachine bestond, eigenlijk allemaal met de hand gedaan. Er zijn ook nu nog steeds veel ateliers waar men het liefst zo min mogelijk met de machine doen. Ook op dit punt heb ik geprobeerd het origineel te volgen, veel heb ik dus met de hand genaaid. Enkele opvallende aspecten die ook leuk zijn om te noemen zijn bijvoorbeeld het voor- en het zijpand die uit één deel bestaan. Er is dus eigenlijk geen zijpand. Dit werd vroeger veel meer gedaan in jassen en zie je tegenwoordig (bijna) niet meer.

Wat in dit geval wel vaak gedaan werd is een figuurnaad intekenen die van het armsgat naar de zakopening loopt wat hetzelfde soort effect creëert. Ook leuk is dat er in de rest van het pak juist weinig tot geen figuurnaden zitten. De taillering zit dus in de zijnaden. Ondanks dat is het met dit patroon goed gelukt om het pak mooi passend te maken. Een ander aspect is de onder- en de bovenmouw die in deze jas precies even breed zijn. Dit kun je goed zien aan de naad die je aan de voorkant duidelijk ziet lopen. Juist om die reden wordt deze naad tegenwoordig vaak 2 centimeter naar binnen verlegd, waardoor de ondermouw smaller wordt dan de bovenmouw.

Replica driedelig kostuum 1880, Meesterproef Ida Meijlink

Ik heb ontzettend veel plezier gehad in het researchen en realiseren van dit kostuum en ik hoop dat ik jullie een goede inkijk heb kunnen geven in het proces van het maken van een replica! Graag wil ik het Gemeentemuseum Den Haag bedanken voor hun gastvrijheid en ook mijn leermeesters Daan Wieman en Arianne Beelen voor de goede begeleiding.

Mijn werk en dat van een deel van mijn klasgenoten is tussen 20 en 23 september te zien tijdens het festival ‘Masterly The Hague’.

Ida Meijlink, Meestercoupeur / [email protected] / https://www.instagram.com/idameijlink

Aanvullingen

Heb je een eigen interpretatie willen geven of het exact namaken? Tot +-1930 werd linnen gebruikt voor het binnenwerk. Los binnenwerk wordt niet voor niets het linnen genoemd. (Engels: canvas). Bij de baron en in het patroonvoorbeeld (blue book?). Zijn de zijzakken lager ingezet dan tegenwoordig. Heb jij je daaraan gehouden? Groet Bert

Ha Bert! Zoals ik in het artikel noem is het een replica, dit betekent dat het een (zoveel mogelijk) exacte kopie is van het origineel. Voor het binnenwerk heb ik inderdaad linnen gebruikt, dat is goed te zien in een van de foto's. Als patroontechniek heb ik het systeem van C. Hoogendoorn 'Handboek voor den coupeur' gebruikt, ook dit staat in het artikel. Bij het inzetten van de zakken heb ik vooral gelet op het origineel en hoe ik het er optisch zo goed mogelijk op kon laten lijken en ik heb gekeken naar de maten die ik had genomen van het origineel. Ik hoop hiermee je vragen te hebben beantwoord?

Doe een aanvulling

Vul deze informatie aan of geef een reactie

8
2
Auteur
Meestercoupeur. Instagram / idameijlink
Datum
5 september 2018