Inspiratie uit ouderwets breistopwerk

Het Fries Museum heeft, naast een uitgebreide collectie stoplappen, ook veel stoplappen in de collectie waar gebreid werk nagebootst is als oefening voor toekomstige reparaties. Het breistopwerk pas ik nog regelmatig toe in mijn eigen werk, waaronder in een vest dat ik in opdracht van de Knitting & Crochet Guild mocht repareren.

Mazen

De meest gebruikelijke toepassing van het mazen is op uitdunnend materiaal. Hierbij is het mazen redelijk simpel: de originele steken laten precies zien hoe het stuk gerepareerd kan worden. Het mazen kan echter ook toegepast worden op gaten in een breisel. Het maaswerk rechts bovenin het onderstaande voorbeeld uit de collectie van het Fries Museum is nooit afgemaakt, maar laat zien hoe het gat eerst netjes werd gemaakt, waarna er een raamwerk of ondergrond werd gelegd waarop het mazen toegepast kon worden.

Maaswerk uit de collectie van het Fries Museum en een toegepast stuk maaswerk voor de Knitting & Crochet Guild

In het geval van een groter gat kan er eerst een stuk linoleum of zeil achter het gat worden gezet. Dit zorgt ervoor dat het gat niet uitgerekt wordt tijdens het handwerk, maar geeft ook genoeg flexibiliteit om naald en stof te blijven hanteren.

Breistopwerk, collectie Fries Museum

Het  bovenstaande breistopwerk is zowel gebreid als gerepareerd met wol. Hierin verschilt het met de meeste stoplappen, die worden gerepareerd met katoen. Het breiwerk is daarbij zelf ook een oefening in het breien, waar het stopwerk later op toegepast werd.

Rondbreisels en rechtbreien

In de voorbeelden van het gebreide stopwerk kan ook een duidelijke tweedeling gemaakt worden: De eerste categorie betreft oefeningen waarbij de basis een rondbreisel is, soms in de vorm van een sok of kous en de tweede categorie betreft recht gebreide lappen. Vaak wordt de basis verdeeld in vierkanten met rood draad, waarna er verschillende stoptechnieken op de vlakken wordt toegepast.

Breistopwerk in de vorm van kousen, collectie Fries Museum

Op de linker kous in de bovenstaande foto is vooral geweven stopwerk toegepast, zowel stopwerk als doorstopwerk. De rechter kous laat vooral maasstopwerk zien, maar heeft ook een stuk aangehecht stopwerk. Hierbij wordt een missende rij steken vervangen door een nieuwe, door middel van een botte naald die de twee delen aan elkaar hecht (zoals bij het sluiten van de kous bij de teen).

Breistopwerk met ingebreide nieuwe hiel, collectie Fries Museum

Ook het inbreien van een nieuwe hiel was een veel beoefende techniek. Dit is ook de zien in de rechterkous. Hiervoor werden de oude hielflap en –draai (‘kleine hiel’ en ‘grote hiel’) uitgehaald.

Nu heb je een gat met vier zijden: een met losse steken aan de onderkant van het been en een aan het begin van de ondervoet, en twee zijkanten gevormd van de opgenomen steken van de spietjes. De losse steken van het been gaan op een breipen, en de zijkanten van de spietjes gaan ook op breipennen. Nu wordt een nieuwe hielflap gebreid, en iedere keer word de laatste steek van de hielflap samengebreid met een steek van de spietjes. Vervolgens wordt de kleine hiel gebreid, en ter afsluiting word dit aan de losse steken van de ondervoet gehecht. Voila, een nieuwe hiel!

Uitzonderlijke vormen

Niet al het stopwerk komt in de vorm van vierkantjes of sokken. In de collectie van het Fries Museum waren ook enkele bijzondere voorbeelden te zien, zoals dit kleine gebreide hemd met okselspie en een prachtige steek in de zijnaad.

Gebreid hemd met okselspie, collectie Fries Museum

Waarschijnlijk moesten meisjes eerst sokken, kousen en ook andere kledingstukken leren breien, waarna ze daarna gaten in het werk maakten om deze te leren repareren. Ik denk dat mijn eigen studenten er makkelijker vanaf komen met de voorgebreide lapjes die ik hen geef om op te oefenen.

Voor en achterkant van een stoplap, collectie Fries Museum

Sommige stopwerken zien er niet gelijk heel opvallend uit, maar dit vergeelde voorbeeld is bijzonder interessant, vanwege de gekke bobbels die erin zitten. Wanneer je goed kijkt, blijkt dat deze hobbels in het breiwerk sokhielen zijn. Ook vallen na inspectie van de kansteken pas later de talloze bijna onzichtbare reparaties op, die zowel aan de voor- als achterkant voorbeeldig zijn afgewerkt.

Waarschijnlijk is dit een sokkenproeflap geweest: naast de hiel is ook de naadjessteek voor een ingebreide kuit zichtbaar.De twee soorten ribsteken die zijn gebruikt, kwamen ook vaak voor in kousen. Deze sokkenproeflap is in feite een ontlede kous, bestaande uit de verschillende elementen waar de kous uit bestaat. Waarom de maker dit ooit op deze manier heeft gedaan, in plaats van een het breien van een kous, zullen we waarschijnlijk nooit te weten komen.

Deze blog is een bewerking en vertaling van de oorspronkelijke blog geschreven door Tom van Deijnen. Meer over visible mending en de Engelse originele blogpost is te vinden op Tom of Holland.com 

Doe een aanvulling

Vul deze informatie aan of geef een reactie

2
 
Auteur
Blogger Tom of Holland en initiator van The Visible Mending Programme
Datum
25 november 2015
Doorzoek de website met tags
merk- en stoplapgemaasd