Gebreid goed

Cover van het Mode- en Handwerk-Album, voorjaar 1933.

Breipatronen: een bizar geheimschrift voor wie niet is ingewijd in hun taal en gebruik, maar in een oogopslag te lezen door een doorgewinterde breister (of breier, laten we niemand buitensluiten). Omdat de basistechniek al eeuwenlang dezelfde is, zou het mogelijk moeten zijn, in ieder geval voor de doorgewinterde brei(st)er. (Mannen zijn in opkomst in hippe nieuwe brei-clubs. En breien mag dan tot voor kort zijn gezien als traditioneel vrouwelijk handwerk - dat werd het pas toen de komst van breimachines ervoor zorgde dat handmatig breien geen essentiële productie-arbeid meer was). Om bijzondere creaties te produceren op basis van patronen die decennia of zelfs eeuwen oud zijn… In theorie.

Vóór of na de Tweede Wereldoorlog

Patronen van na de Tweede Wereldoorlog zijn in de regel op een herkenbare manier geschreven: soms zijn ze uitgebracht door een wolfabrikant en in dat geval staat erbij welke wol er moet worden gebruikt. Anders moet de lezer het doen met een vrij vage aanduiding van het soort wol, maar staan er wel afmetingen en aantallen steken en rijen bij voor een proeflapje.

Oudere patronen zijn een ander verhaal. In patronen uit de jaren ’30 wordt geen woldikte genoemd. En ook geen aantal steken om op te zetten. In plaats daarvan werd er een patroon op vloeipapier meegeleverd of er waren duidelijke instructies over de te breien afmetingen. Volgens veel instructies uit die tijd moest het werk zo nu en dan op het patroon gelegd worden om de voortgang te controleren. Werd een deel van het werk in een bijzondere steek gebreid, dan werd die eerst uitgelegd.

Kortom, instructies waarbij men er niet van uitging dat iedere lezer wol van dezelfde dikte zou kunnen kopen.

Dit patroon komt uit het Mode- en Handwerk-Album van voorjaar 1933. Het is een voorbeeld van een patroon waarbij het werk steeds gemeten moet worden, maar gebruikt ook aanduidingen in aantallen steken:

Wollen blouse

Tweekleurige gebreide wollen blouse uit 1933 met dubbele mouwen, versierd met noppen
Tweekleurige gebreide wollen blouse uit 1933 met dubbele mouwen, versierd met noppen.

De tricot wollen blouses en de met de hand gebreide jumpers zullen ook dit voorjaar en zomer een belangrijk onderdeel van de sportkleding uitmaken.

Deze wollen blouse is in twee kleuren, n.l. wit en helderblauw uitgevoerd. Voor- en achterkant worden afzonderlijk gebreid. Er wordt begonnen met den voorkant. Het boord, dat in twee recht twee averecht gebreid wordt, is 8 cm hoog. Om nu te weten te komen, hoeveel steken wij moeten opzetten, breien wij eerst met onze wol een proeflapje dat 5 cm breed en 4 cm hoog wordt. Wij zetten nu 10x zoveel steken op, een viervoud echter voor het geribde patroon*. Wij breien hier 8 cm geribd en 7 cm recht. Dan beginnen wij met blauw. Wij nemen de kluwen bij de hand. Wij beginnen met 12 cm van de breedte met blauw te breien, dan weer wit en tenslotte de laatste 12 cm met blauw met de tweede kluwen. Het blauwe deel vormt een gebogen lijn. Deze ontstaat door telkens eenige steken meer blauw erbij te breien.

Aanvankelijk 3 steken links en rechts meer tot het blauwe deel 5 cm hoog is, dan 2 steken meer, tot het 10 cm hoog is en verder 1 steek meer, totdat het midden, dat met wit verder gebreid is nog maar 6 cm breed is. Dan wordt gewoon doorgebreid. Ondertusschen zijn wij met het armsgat begonnen. Hieraan beginnen wij, als het blauwe deel 13 cm lang is. Wij breien de naald uit en 2 steken na en kanten die af. Zoo kanten wij telkens een of twee steken af, totdat het blauwe deel 25 cm lang is. De breedte van den voorkant moet dan nog maar 35 cm bedragen. Als het blauwe deel 25 cm lang is, kanten wij de witte draad af en breien nog 2 cm alleen met blauw verder. Dan beginnen wij aan den hals. Wij breien tot 12 cm voor het midden en keeren om. Wij kanten nu langs de hals telkens 2 of 3 steken af om een ronden halsopening te krijgen, dat is voor iedere helft 7 cm in de breedte. De hals wordt 10 cm diep. Dan wordt de andere helft gebreid.

Daarna volgt het gehele rugpand, dat ook weer op hetzelfde aantal steken wordt begonnen en na het rechte witte deel, wordt alleen met blauw doorgebreid. De armsgaten zijn niet zoo diep als van den voorkant. In plaats van 2, wordt er telkens 1 steek afgekant, zoodat de breedte na 25 cm blauw nog 39 cm is. De halsuitsnijding is slechts 2 cm diep, zoodat in enkele toeren 7 cm steken aan iedere kant moeten worden afgekant.

In de armsgaten worden witte mouwen gezet. Deze worden stuk voor stuk gebreid**. De breedte wordt weggeminderd tot 22 cm aan den onderkant en eindigt met een geribd boord van 8 cm lengte. De korte blauwe mouwtjes beginnen op dezelfde wijze als de witte. In plaats van steken te minderen worden bij het armsgat telkens steken bijgemaakt, zoodat het een kimonomouwtje wordt. Het wordt 10 cm na het armsgat lang. De delen worden nu aan elkaar gezet, de schouders iets afgeschuind. De steken rondom de halsopening wordt opgeraapt en hierop wordt nog 1 cm geribd in de rondte gebreid. Tenslotte wordt het blauwe deel met witte noppen en het witte deel met blauwe noppen versierd. 

* Opzetten: 10x het aantal steken dat nodig was voor het breien van 5 cm breedte, of het dichtst bijzijnde getal dat deelbaar is door vier, zodat de ribsteek klopt.

** De mouw wordt gebreid van het armsgat naar de pols. Er wordt geen uitleg gegeven voor het opzetten van de mouw. Ik ga ervan uit dat de lezer de, al voltooide, armsgaten kon opmeten en op basis daarvan het benodigde aantal steken kon berekenen. Dit geeft natuurlijk een mouw zonder kop wat niet logisch is met het gemaakte armsgat. De mouw op de afbeelding lijkt ook wel gevormd te zijn.

pagina met mode-nieuws uit 1933
Mode- en handwerknieuws, 1933.

Geen volledig breipatroon

Waarschijnlijk is dit patroon bedoeld voor dunne wol. De wollen blouse op de foto is heel fijn gebreid en veel vintage breipatronen zijn beschreven voor wat nu de allerdunste gewone breiwol is, of zelfs alleen sokken- of babywol.

Zo nauwkeurig als de beschrijving is voor de blauw-wit verdeling in het voorpand, zo vaag is hij voor de mouwen. Het is mogelijk dat men hierbij uitging van de kennis van de lezer, maar dat is wel een risico, omdat de mode in mouwen zo sterk verandert in de jaren 30.

Er wordt ook nergens iets geschreven over de maat, maar omdat het lijf recht gebreid wordt, is dat makkelijk af te leiden: voor- en achterpand zijn ieder 50 cm breed, dus de volledige omvang is 100 cm. Als we kijken naar de mode uit 1933, betekent dat waarschijnlijk dat de blouse bedoeld is voor een dames met een borstomvang van 96-100 cm.

Zo, in zijn originele vorm, is dit, anno 2015, geen volledig breipatroon. Het ontbreekt mij aan de nodige kennis en ervaring om het aan te vullen. Aanvullingen, tips en inzichten zijn dus erg welkom. 

Doe een aanvulling

Vul deze informatie aan of geef een reactie

6
 
Datum
1 oktober 2015
Doorzoek de website met tags
truiblousebreienbreipatroon