Brons, of: hoe het vernietigen van waarde, waarde creëert

Je oude trouwring in de kliko? De spuuglelijke ketting die je van je oma erfde bij de kaaskorsten van gisteren in de vuilnisbak? Waarschijnlijk moet je er niet aan denken. Hoe graag je ook van je trouwring af wilt na die vreselijke vechtscheiding, je kunt hem niet zomaar wegdoen. Net als dat erfstuk. Er zit van alles aan vast: emoties, herinneringen. Een deel van je leven.

De allereerste sieraden ter wereld bestonden uit vergankelijke materialen zoals schelpen, tanden, leer en gevlochten koord. De vroegste metalen sieraden waren van goud, en daarna kwam brons, zo’n vierduizend jaar geleden.

Brons was zeldzaam, gewild en eindeloos herbruikbaar. Toch kwam een deel van de bronzen sieraden op vreemde plekken terecht. Zomaar los in het landschap, in beekjes, vennen en moerassen. Zijn ze dan toch gewoon weggegooid? Of is er iets anders aan de hand?

Handelsnetwerk

Ver voordat brons werd ontdekt en daarmee de bronstijd begon, werden er al grondstoffen en voorwerpen van ver weg geïmporteerd. Bepaalde soorten schelpen en steen overbrugden regelmatig honderden kilometers voordat ze op hun plek van bestemming aankwamen. Maar met de komst van brons werden de eerste, echte stappen richting globalisering gezet. Van brons werden niet alleen sieraden, maar ook gereedschappen zoals bijlen gemaakt, waarvoor eerder altijd (vuur)steen werd gebruikt. Brons had veel voordelen vergeleken met steen en het werd dus een gewilde grondstof; het was niet alleen mooi, maar speelde ook in het dagelijks leven een belangrijke rol.

Kaart van Europa met prehistorische koper-, tin- en goudbronnen (c) Publiek domein

De vraag was groot, maar het aanbod beperkt: koper en tin, de ingrediënten van brons, komen niet overal van nature voor. Waar dat wel zo was, ontstond een ware industrie. Niet alleen wat betreft mijnbouw, maar ook in de vorm van een elite die de touwtjes in handen had. Een uitgebreid handelsnetwerk strekte zich uit over heel Europa. Brons kwam naar mensen toe in de vorm van kant-en-klare objecten, ruwe grondstof of schroot. In ruil voor brons werd onder meer barnsteen uit het noorden gegeven, maar waarschijnlijk waren ook zaken als dierenhuiden, geweven stoffen, vee of graan acceptabele ruilmiddelen.

Sprekende sieraden

Wat betekende het om iets te hebben wat maar weinig anderen hadden? Een armband die het zonlicht weerkaatste, of een mantelspeld die goudglimmend op je schouder prijkte? Riep zoiets bewondering op, of juist jaloezie? Omdat brons zo lang zeldzaam bleef, waren bronzen sieraden hoe dan ook opvallend. Ze deden iets met jou en met de mensen om je heen. Daarmee waren ze meer dan simpele snuisterijen om jezelf mee op te doffen. Ze vertelden verhalen over jou als drager: jij had toegang tot de bronshandel, kende de juiste mensen, had genoeg spullen of oogst over om te ruilen. Maar ook over het brons zelf: de stijl van het sieraad verraadde de herkomst ervan. En dat was weer een verhaal op zich.

Het meisje van Egtved (Denemarken) met riemplaat (c) National Museum of Denmark

Man uit Muldbjerg, Denemarken. (c) National Museum of Denmark

Niet van hier

In verschillende regio’s van Europa kleedden mensen zich anders. Daar hoorden ook specifieke sieraden bij. Mensen die overleden waren, werden vaak in vol ornaat begraven. In Denemarken bijvoorbeeld, is van zowel mannen als vrouwen uit de bronstijd kleding bewaard gebleven. Voor de vrouwen voornamelijk blouses en lange – bij uitzondering korte – rokken, voor de mannen eenvoudige tunieken, allemaal van dezelfde bruine, wollen stof. Die betrekkelijke eenvoud werd gecompenseerd met sieraden. Vaak van brons of barnsteen, soms van goud. Specifiek voor Deense dames was een ronde, bronzen riemplaat met spiraalversieringen. In Duitsland waren radnaalden populair: bronzen mantelspelden met een kop als een wiel met spaken. Maar juist die radnaalden worden in Nederland en België niet in graven, maar in rivieren teruggevonden.

Onder water

Waarom verdwenen die radnaalden onder water? Er zijn er teveel onder dezelfde omstandigheden gevonden om te denken dat het om verloren voorwerpen gaat. Het is ook niet zomaar afval; de radnaalden liggen geïsoleerd, op andere plekken dan het slachtafval en de scherven die ook geregeld in het water werden gegooid. De plekken waar deposities – zoals waardevolle voorwerpen die zijn achtergelaten in het landschap worden genoemd – worden teruggevonden, hebben daarnaast opvallende overeenkomsten. Of het nu een bergpas is of de rand van een moeras, het gaat altijd om een grensgebied. Tussen de bekende en de onbekende wereld, tussen cultuur en natuur. Vaak waren het plekken waarlangs gereisd werd. Er stonden geen tempels of totems om een locatie als geschikt te markeren. Toch worden er op veel plaatsen meer dan één depositie gevonden. Plekken lijken dus herkenbaar te zijn geweest, maar waardoor? Door de regels die eromheen hingen? Doordat mensen zich eerdere deposities herinnerden? Of allebei?

Radnaald (c) Museum het Valkhof

Voor wat, hoort wat

Hoe verder weg van de bron iets komt, hoe specialer het wordt. In Duitsland waren radnaalden gewoon, in onze streken waren ze zeldzaam. En dat gold voor meer typen sieraad. Het lijkt erop dat het dragen ervan diende om het bereik van je netwerk te reflecteren. Je stelde je kostuum zelf samen. Een stukje van de traditionele kleding uit het oosten, een specifiek onderdeel van de outfit in het zuiden.  Zodat je kon laten zien waar jouw contacten lagen. Daarmee kon je indruk maken. En niet alleen sieraden, maar ook bronzen bijlen en zwaarden werden in het water achtergelaten. Ook die moeten een speciale waarde, een bijzondere betekenis hebben gehad.

Juist daarom waren deze voorwerpen geschikt voor depositie. Als iemand een stuk brood weggooit, denkt niemand daar iets van. Maar als het om een betekenisvol object gaat, is het anders. Hoe bijzonderder het voorwerp, hoe indrukwekkender zo’n offer is. Een depositie was dan ook waarschijnlijk geen privé-aangelegenheid. Mensen waren erbij, zagen het en praatten er hopelijk nog jarenlang over. De overeenkomsten tussen de soorten voorwerpen die in een depositie terechtkwamen en de locaties die ervoor werden gekozen, wijzen erop dat het om een wijdverbreid, sociaal geaccepteerd fenomeen ging, waarvan iedereen de importantie herkende.

Door waarde te vernietigen, kon je een ander soort waarde creëren. Hoe significanter het voorwerp, hoe groter de impact. Om iets te bereiken in de bronstijdsamenleving, moest je blijkbaar iets wat je dierbaar was opgeven.

Cover van het boek Brons: over glimmende schatten in mistige moerassen (c) Fontaine Uitgevers

Dit stuk is gebaseerd op het NWO-Vici-onderzoeksproject Economies of Destruction. The emergence of metalwork deposition during the Bronze Age in Northwest Europe, c. 2300-1500 BC., geleid door prof. dr. David Fontijn van de Universiteit Leiden, faculteit Archeologie. Als onderdeel van het publieksbereik van dit onderzoek schreef ze het informatieve kinderboek Brons: Over glimmende schatten in mistige moerassen, geïllustreerd door Sanne te Loo (Fontaine Uitgevers, € 19,99). https://www.libris.nl/boek/?authortitle=linda-dielemans-sanne-te-loo/brons--9789059568945

In augustus dit jaar verschijnt het boek van professor Fontijn: Economies of Destruction. How the systematic destruction of valuables created value in Bronze Age Europe, c. 2300-500 BC (Routledge, £29,99).

Verder lezen?

Lees dan deze recensie uit het NRC over Linda's boek!

Instagram: https://www.instagram.com/lindadielemans/ 

 

 

Doe een aanvulling

Vul deze informatie aan of geef een reactie

1
 
Auteur
Archeoloog en schrijver van diverse boeken, waaronder haar meest recente boek 'Brons: over glimmende schatten in mistige moerassen'
Datum
20 september 2019
Doorzoek de website met tags
bronsspeldradnaald